<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
  <title>DSpace Collection:</title>
  <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/1304" />
  <subtitle />
  <id>http://hdl.handle.net/1820/1304</id>
  <updated>2013-05-23T03:54:27Z</updated>
  <dc:date>2013-05-23T03:54:27Z</dc:date>
  <entry>
    <title>Multi objective genetic algorithm voor muzikale motieven (voor de hedendaagse componist)</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4697" />
    <author>
      <name>Rombouts, Patrik</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4697</id>
    <updated>2013-01-03T01:00:42Z</updated>
    <published>2013-01-02T00:00:00Z</published>
    <summary type="text">Title: Multi objective genetic algorithm voor muzikale motieven (voor de hedendaagse componist)
Authors: Rombouts, Patrik
Abstract: Muziek en wiskunde zijn intrinsiek verbonden. Voor het componeren van een muziekstuk zal men bepaalde principes moeten eerbiedigen. De vertaalslag naar wiskundige modellen van deze principes vormt de basis voor het genereren van muziek.&#xD;
&#xD;
Muziekanalyse bestudeert de structuur en opbouw van muziek en verbetert de communicatie van muziek. Het herkennen van structuren helpt de luisteraar om een muziekstuk beter te begrijpen. Niet elke structuur in een muziekstuk laat zich even gemakkelijk herkennen, met andere woorden: niet elk muziekstuk is even begrijpelijk. De atonale muziek van Schönberg is bijvoorbeeld minder begrijpelijk dan de tonale muziek van Bach. De begrijpelijkheid van de muziek is het uitgangspunt voor de generatie van muziekstukken.&#xD;
&#xD;
In deze thesis wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is begrijpelijke muziek te genereren door middel van een multi-objective genetisch algoritme. De gegenereerde muziek wordt geëvalueerd met objectieve maatstaven voor begrijpelijkheid, maar ook op subjectieve gronden door gebruik te maken van een testpubliek.&#xD;
&#xD;
De gegenereerde muziekstukken tonen aan dat verschillende gradaties van begrijpelijkheid gekoppeld kunnen worden aan verschillende muziekstijlen. De meest succesvolle generaties bezitten een hoge begrijpelijkheid die sterk aanleunen bij tonale muziek. De conclusie luidt dat de mogelijkheden van het gebruikte algoritme volstaan om een componist te ondersteunen in zijn compositieproces.</summary>
    <dc:date>2013-01-02T00:00:00Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Validation of Public Sector IT Architecture</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4370" />
    <author>
      <name>Franken, Leo</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4370</id>
    <updated>2012-08-02T00:15:35Z</updated>
    <published>2012-08-01T08:46:04Z</published>
    <summary type="text">Title: Validation of Public Sector IT Architecture
Authors: Franken, Leo
Abstract: Large IT projects in the public sector often fail and project delays and cost overruns are frequent. It is generally accepted that IT architecture can help to prevent this, but how to establish the quality of architecting?  &#xD;
&#xD;
The research relied on literature study and analyses to provide the basis for a scorecard that can be used to establish the quality of architecture. A prototype of the scorecard was produced and judged by experts.&#xD;
The research was fundamental in nature in that it tried to fathom the essence of the concept of architecture, a phenomenon that has existed for over 2000 years. The literature we chose did not focus on IT but rather the architecture (theory) for the building sector. The findings were compared with modern literature about IT architecture and also systems architecting beyond IT. On this basis the prototype was designed.  &#xD;
&#xD;
The experts who judged the scorecard concluded  unanimously that the approach chosen was appropriate with a view to the research aim.</summary>
    <dc:date>2012-08-01T08:46:04Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Importance Sampling for Credit Risk Monte Carlo Simulations using the Cross Entropy method</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4285" />
    <author>
      <name>Vooys, Floris de</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4285</id>
    <updated>2012-05-09T00:14:50Z</updated>
    <published>2012-05-08T16:18:47Z</published>
    <summary type="text">Title: Importance Sampling for Credit Risk Monte Carlo Simulations using the Cross Entropy method
Authors: Vooys, Floris de
Abstract: For this thesis, we applied the Cross Entropy method on a credit risk model for the ING wholesale lending portfolio and some synthetically created realistic portfolios. The Cross Entropy method is found to be able to find appropriate Importance Sampling parameters within a relative modest resource budget. With the new parameters, the standard deviation of the estimate that the losses will exceed the available buffer can be decreased with more than 95%. A similar reduction with regular Monte Carlo would require the number of scenarios to increase four hundred times. Alternative methods provide similar reductions, but these use numerical methods that are more complex to implement and require more resources to calculate.&#xD;
Further tests show that the method is robust to the parameters used in the Cross Entropy method (within reasonable limits), it is not influenced significantly by the constitution of the portfolio and that none of the problems occur that the scientific literature warns about (in particular the “degeneracy of the likelihood ratio”).</summary>
    <dc:date>2012-05-08T16:18:47Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Parallellisatie in regelgrafen</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4069" />
    <author>
      <name>Hoeve, Jan</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4069</id>
    <updated>2012-10-11T00:12:21Z</updated>
    <published>2012-01-12T15:50:23Z</published>
    <summary type="text">Title: Parallellisatie in regelgrafen
Authors: Hoeve, Jan
Abstract: Dit afstudeerverslag beschrijft de mogelijkheid tot parallellisatie van het algoritme dat zorg draagt voor het afleiden van regelgrafen.&#xD;
Uit de literatuur blijkt dat regelgrafen moeten worden opgedeeld in partities om dit algoritme te kunnen parallelliseren. Deze partities kunnen dan worden aangeboden aan de deelnemende processoren, waar een dynamisch load balancing systeem ervoor zorgt dat processoren aan het werk blijven.&#xD;
Uiteraard is ook communicatie en synchronisatie tussen de partities onderling nodig. De literatuur raadt aan om vanaf het begin hier goed op te letten. Dus op voorhand moeten al geen overduidelijke communicatie en synchronisatie bottlenecks worden gecreëerd. De literatuur waarschuwt echter ook duidelijk om van te voren niet alle bottlenecks te willen vermijden; het is beter om achteraf te meten waar bottlenecks zitten, en deze dan gericht te verhelpen.&#xD;
Op basis van deze informatie vanuit de literatuur is een software voor een parallelle afleiding geschreven en zijn hier experimenten mee uitgevoerd om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.&#xD;
Uit deze experimenten blijkt dat het afleidingsalgoritme door parallelliseren een factor 2.4 versneld wordt. Wat ook uit de metingen blijkt, is dat de efficiëntie maar 25% is; dus 75% van de tijd verkeert een processor in een blocking toestand. Het blijkt dat veel processoren, veel partities en een lage verbondenheid de beste combinatie is om een zo hoog mogelijke versnelling te bereiken.&#xD;
Er zijn drie oorzaken aan te wijzen voor deze matige efficiëntie en de beperkte versnelling: &#xD;
1) Tussen de partities zitten soms cycles. Daardoor moeten de partities iteratief verwerkt worden wat een sterk negatieve invloed heeft op de afleidingstijd. Een aanbeveling is dus om er zorg voor te dragen dat partities geen cycles hebben.&#xD;
2) Er liggen afhankelijkheden tussen de partities die ‘opgelost’ moeten worden voordat een volgende partitie verwerkt kan worden, wat ook een negatieve invloed heeft op de afleidingstijd. Dit gedrag is inherent aan regelgrafen. Duidelijk is wel dat grafen met een lage verbondenheid op dit punt de meeste parallellisatie winst kennen.&#xD;
3) Los van bovenstaande oorzaken bevinden de processoren zich namelijk vaak in een blokkerende toestand. Dit synchronisatie probleem zou in een vervolgonderzoek verder onderzocht kunnen worden.</summary>
    <dc:date>2012-01-12T15:50:23Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Reuse of thesauri by means of Semantic Web technology</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4068" />
    <author>
      <name>De Winter, Bert</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4068</id>
    <updated>2012-01-13T01:06:51Z</updated>
    <published>2012-01-12T15:50:16Z</published>
    <summary type="text">Title: Reuse of thesauri by means of Semantic Web technology
Authors: De Winter, Bert
Abstract: The purpose of this work was to investigate how ISO standard based thesauri can be reused by means of semantic web technology. Besides the proposal of a conversion method, the goal was also to investigate if it is possible to define a thesaurus meta model using RDF(S)/OWL in a way that generic reasoners are able to deliver the desired thesaurus services, for thesauri of realistic size as there is not much information available about this topic in literature. Focus was on the practical usefullness of the resulting thesaurus system and therefore a thesaurus of 15000 terms has been converted. The thesaurus services were tested using two OWL reasoners and two RDF reasoners.&#xD;
But both tested RDF(S) reasoners, CWM and Sesame, could deliver the desired thesaurus services also when a complete thesaurus of about 150.000 terms was loaded. A consequence of this approach is that some ‘knowledge’ of the thesaurus model which can only be described with OWL, must be hard coded in the application interfacing to the RDF(S) reasoner.</summary>
    <dc:date>2012-01-12T15:50:16Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Complexiteitreducerende maatregelen en concepten bij unit-, component- en integratietesten van objectgeoriënteerde systemen</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4067" />
    <author>
      <name>Simons, Jan</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4067</id>
    <updated>2012-01-13T01:07:30Z</updated>
    <published>2012-01-12T15:50:04Z</published>
    <summary type="text">Title: Complexiteitreducerende maatregelen en concepten bij unit-, component- en integratietesten van objectgeoriënteerde systemen
Authors: Simons, Jan
Abstract: In dit werk wordt verslag uitgebracht over het onderzoek naar een set van maatregelen waarvan verwacht werd dat zij de complexiteit van unit-, component- en integratietesten zouden verlagen. Meer specifiek is hierbij gekeken naar een omgeving waar vooral Java en C# als programmeertalen worden gebruikt.&#xD;
Uit het gevoerde onderzoek blijkt dat een eerste belangrijke maatregel erin bestaat unit-, component- en integratietesten als structureel onderdeel van het ontwikkelproces in te richten. Automatische ondersteuning van dit deelproces is hierbij cruciaal. Parallel ontwikkelen van testsoftware en productiecode lijkt hier de meeste vruchten af te werpen. Het voortdurende voldoende afdekken van productiecode door testcode laat een continue kwaliteitscontrole tijdens het ontwikkelproces toe. De ondersteuning door een goed testraamwerk zoals JUnit en NUnit is hier zeer effectief gebleken.&#xD;
Omdat de inspanning geleverd bij unit-, component- en integratietesten voor het grootste gedeelte bestaat uit de testsoftwareontwikkeling zijn ook maatregelen nodig die het ontwerpen en implementeren van testsoftware minder complex maken. Uit de experimenten blijkt dat generische testtype-implementaties een complexiteit reducerend vermogen hebben. Niet alleen zorgen ze voor een globale reductie van het aantal regels code in een testsuite, ook de reductie van de cyclometrische complexiteit van testcase-implementaties is een gevolg. Uit proeven blijkt bovendien dat softwarepatronen een algemene belangrijke bijdrage kunnen leveren bij het reduceren van de complexiteit van testsoftwareontwikkeling. Zowel bij de specificatie, het ontwerp als de implementatie van testcases reiken ze algemene oplossingen aan. Naast de ontwerppatronen van de Gang Of Four , zijn de C# en Java idioms ToString en Equals en de testpatronen van Robert V.Binder belangrijke hulpmiddelen. Daarnaast tonen metingen aan dat het toepassen van recursieve groeperingconcepten die testcases en testsuites bundelen tot een abstracter geheel een complexiteitreducerend potentieel bezitten.&#xD;
Dit laatste blijkt niet alleen belangrijk te zijn bij het ontwerp van testsoftware. Meer nog tijdens de analyse van testresultaten blijken groeperingconcepten een fundamentele rol te spelen. Samen met het gebruik van assert-methoden, die doelgericht in testsoftware verwachte met actuele resultaten vergelijken, leveren zij de sleutels tot een overzichtelijke rapportering van testresultaten. Enkel de relevante gegevens worden zowel op het niveau van de globale allesomvattende testsuite als het niveau van individuele testcases in deze rapportering weergegeven.&#xD;
Tenslotte blijkt uit dit onderzoek dat heel wat gereedschap in de open-source gemeenschap kan worden gehaald die de samenstelling van een praktisch inzetbaar raamwerk voor unit-, component- en integratietesten mogelijk maakt. Een integratie met commerciële tools is hierbij perfect mogelijk.</summary>
    <dc:date>2012-01-12T15:50:04Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Vergelijkende studie van modelgebaseerde software engineering methodologieën in een architectuurgeoriënteerd ontwerp</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4055" />
    <author>
      <name>Cornelis, Clem</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4055</id>
    <updated>2012-01-06T01:06:32Z</updated>
    <published>2012-01-05T09:28:49Z</published>
    <summary type="text">Title: Vergelijkende studie van modelgebaseerde software engineering methodologieën in een architectuurgeoriënteerd ontwerp
Authors: Cornelis, Clem
Abstract: De technische ontwikkeling van software is een ingewikkelde en tijdrovende activiteit die bestaat uit een proces, een architectuur en een notatie. Softwareontwikkelaars moeten oog hebben voor de waarde van deze aspecten om tot een 'goed' ontwerp van een grootschalig IT-project te kunnen komen.&#xD;
De evaluatie van methodologieën kan in de praktijk niet los staan van de visie die een organisatie of bedrijf op het gebruik van softwarearchitectuur en standaard ontwerpoplossingen heeft. Het is immers aan de organisatie om veel van de geschetste facetten door een eigen eisenpakket aan te scherpen tot criteria. Pas als het duidelijk is hoe bijvoorbeeld het gebruik van patronen binnen het organisatie-specifiek ontwikkelproces past, kunnen de verwachtingen voor ondersteuning een concrete vorm aannemen. Met een duidelijke visie en context kan de organisatie relevante facetten concretiseren in een evaluatiereferentiekader. In een dergelijk referentiekader worden de abstracte facetten concrete eisen en verwachtingen.</summary>
    <dc:date>2012-01-05T09:28:49Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Modelling Uncertainty in 3APL</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4054" />
    <author>
      <name>Kwisthout, Johan</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4054</id>
    <updated>2012-01-06T01:06:22Z</updated>
    <published>2012-01-05T09:28:42Z</published>
    <summary type="text">Title: Modelling Uncertainty in 3APL
Authors: Kwisthout, Johan
Abstract: In this thesis, the author investigates how the agent programming language 3APL can be enhanced to model uncertainty. Typically, agent programming languages such as 3APL that are based on beliefs, goals and intentions use logical formulae to represent their beliefs and reason on them. These formulae are either true or false (i.e. they are believed or not), and this limits the use of such agent programming languages in practical applications. While a lot of research has been done on the topic of reasoning with uncertainty the possible use of these methods in the field of agent programming languages such as 3APL has not been given much attention. The author investigates several methods (with a focus on Bayesian networks and Dempster-Shafer theory), and show that Dempster-Shafer theory is a promising method to use in agent programming. Particulary appealing in this theory is the ability to model ignorance, as well as uncertainty. Nevertheless, the combinatorial explosion of its combination rule and the issue of inconsistency (which are addressed in the thesis) are serious disadvantages of this theory for its practical application to agent programming. The author investigates a possible mapping of Dempster-Shafer sets to belief formulae in 3APL. With restrictions on the mass functions and on the frame of discernment, Dempster-Shafer theory is a convenient way to model uncertainty in agent beliefs. Because, with certain restrictions, mass values can be computed based on the beliefs in the belief base, we do not need to keep a combined mass function of n beliefs in memory and update it with each belief update. Therefore there is no combinational explosion. The author proposes a syntax and semantics for 3APL with uncertainty, and demonstrate a prototype Prolog implementation of the calculation of the certainty of a logical formula given a certain belief base.</summary>
    <dc:date>2012-01-05T09:28:42Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Separation of Concerns for Multimedia Publication in Heterogeneous Environments</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/4053" />
    <author>
      <name>Decneut, Stijn</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/4053</id>
    <updated>2012-01-06T01:06:41Z</updated>
    <published>2012-01-05T09:28:32Z</published>
    <summary type="text">Title: Separation of Concerns for Multimedia Publication in Heterogeneous Environments
Authors: Decneut, Stijn
Abstract: A direct result of the approach in this thesis is that content creators need no longer bother with a multitude of client platform specifications and connecting networks. Their primary concerns are the multimedia applications they publish, the data formats in which those applications are stored and the way in which they are experienced by clients. The actual operations, that ensure a high quality of experience for the client, can be performed by other organisations that operate in the network. Naturally, these operations will be mostly based on guidelines provided by the multimedia creators.</summary>
    <dc:date>2012-01-05T09:28:32Z</dc:date>
  </entry>
  <entry>
    <title>Modaliteiten en knelpunten bij de invoering van een CSCW-systeem in een organisatie met een sterk geografisch verspreide kantooromgeving</title>
    <link rel="alternate" href="http://hdl.handle.net/1820/3721" />
    <author>
      <name>Vlieghe, K.G.A.</name>
    </author>
    <id>http://hdl.handle.net/1820/3721</id>
    <updated>2011-10-21T00:06:08Z</updated>
    <published>2007-06-28T14:29:13Z</published>
    <summary type="text">Title: Modaliteiten en knelpunten bij de invoering van een CSCW-systeem in een organisatie met een sterk geografisch verspreide kantooromgeving
Authors: Vlieghe, K.G.A.
Abstract: Dit verslag rapporteert over het onderzoek naar een aantal modaliteiten en knelpunten bij de invoering van een CSCW-systeem in een organisatie met een geografisch verspreide kantooromgeving. Vertrekkend van een verkennende literatuurstudie over CSCW enerzijds en over interventies bij een organisatieverandering anderzijds werd verdere literatuurstudie aangewend om aandachtspunten rond deze problematiek te noteren. Deze aandachtspunten lieten toe om een aantal standpunten te formuleren waarin beschreven wordt hoe men het best deze invoering zou aanpakken. Na toetsing van deze standpunten aan de bevindingen van experts werden ze op hun bruikbaarheid getest in een concrete casus.
Description: voorzitter: prof. dr. Gerrit van der Veer, begeleider: ir. Paul Oord</summary>
    <dc:date>2007-06-28T14:29:13Z</dc:date>
  </entry>
</feed>

