<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns="http://purl.org/rss/1.0/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
  <channel rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/1302">
    <title>DSpace Collection:</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/1302</link>
    <description />
    <items>
      <rdf:Seq>
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4496" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4493" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4492" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4490" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4489" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4488" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4487" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4486" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4485" />
        <rdf:li rdf:resource="http://hdl.handle.net/1820/4484" />
      </rdf:Seq>
    </items>
    <dc:date>2013-06-19T14:05:55Z</dc:date>
  </channel>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4496">
    <title>Het ondervragingsrecht van de verdediging in verhouding tot het recht op een eerlijk proces</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4496</link>
    <description>Title: Het ondervragingsrecht van de verdediging in verhouding tot het recht op een eerlijk proces
Authors: Velde, Harry De
Abstract: In deze scriptie is de vraag onderzocht in hoeverre er sprake is van een recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM wanneer de veroordeling uitsluitend of in overwegende mate is gebaseerd op de verklaring van een getuige die niet door de verdediging kon worden ondervraagd.</description>
    <dc:date>2012-11-05T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4493">
    <title>Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere. Een onderzoek naar de kaders waarbinnen dierenrechten in het Nederlandse rechtsstelsel kunnen worden verankerd.</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4493</link>
    <description>Title: Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere. Een onderzoek naar de kaders waarbinnen dierenrechten in het Nederlandse rechtsstelsel kunnen worden verankerd.
Authors: Kusters, J.
Abstract: Bijdrage aan het wetenschappelijk debat over dierenrechten en rechtssubjectiviteit voor dieren. Centrale vraag: wat zijn de kaders waarbinnen dierenrechten in het Nederlandse rechtsstelsel kunnen worden verankerd? Na een nadere beschouwing van het begrip dierenrechten en het debat dat daaromheen speelt, worden aan de hand van een aantal onderwerpen de kaders geschetst. Tot slot wordt daar het wetsvoorstel voor een grondwettelijke zorgplicht voor het welzijn van dieren aan getoetst.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4492">
    <title>Wederzijdse zorg in de bijstand. Over de bedoeling van de wetgever en de uitleg door de rechter</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4492</link>
    <description>Title: Wederzijdse zorg in de bijstand. Over de bedoeling van de wetgever en de uitleg door de rechter
Authors: Otte, M.A.
Abstract: Wederzijdse zorg is het criterium voor beoordeling van de vraag of twee samenwonende, ongehuwde personen met elkaar een gezamenlijke huishouding voeren. Is dat het geval, dan worden die twee personen voor de bijstand aangemerkt als gehuwd. Deze scriptie bespreekt hoe de wettelijke gelijkstelling van ongehuwd samenwonenden met gehuwden gestalte heeft gekregen, wat de overwegingen van de wetgever daarbij zijn geweest, en welke uitleg het begrip 'wederzijdse zorg' in de rechtspraak heeft gekregen.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4490">
    <title>De positie van de benadeelde partij in het strafproces: het vernieuwde ontvankelijkheidscriterium in de voegingsprocedure en de goede bedoelingen van de wetgever</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4490</link>
    <description>Title: De positie van de benadeelde partij in het strafproces: het vernieuwde ontvankelijkheidscriterium in de voegingsprocedure en de goede bedoelingen van de wetgever
Authors: Pastoor, Hilbrand
Abstract: Op 1 januari 2011 is de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de wijziging van het ontvankelijkheidscriterium in artikel 361 lid 3 Sv. Niet langer is de norm dat de civiele vordering eenvoudig van aard is, maar dat de rechter een civiele vordering niet ontvankelijk kan verklaren wanneer naar zijn oordeel  de behandeling daarvan een onevenredige belasting voor het strafgeding vormt. De bedoeling van de wetgever is dat de strafrechter zoveel als mogelijk – en meer dan voorheen het geval was - inhoudelijk over de vordering van de benadeelde partij beslist. &#xD;
In deze scriptie wordt onderzocht in welke mate het nieuwe onevenredigheidscriterium, ten opzichte van de eenvoudsnorm, bijdraagt aan de positie van de benadeelde partij in de voegingsprocedure. Hiervoor wordt enerzijds nagegaan hoe het eenvoudscriterium in de rechtspraktijk heeft uitgepakt en of er een dringende reden bestond tot aanpassing van het ontvankelijkheidscriterium. Anderzijds wordt onderzocht of de door de wetgever gewenste uitwerking van het onevenredigheidscriterium behoort tot de reële mogelijkheden binnen de bandbreedte van het huidige strafrechtelijke systeem.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4489">
    <title>Mediation, een goed alternatief voor geschillenbeslechting. Ook bij geschillen met het UWV. Maar voor wie?</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4489</link>
    <description>Title: Mediation, een goed alternatief voor geschillenbeslechting. Ook bij geschillen met het UWV. Maar voor wie?
Authors: Lagerwaard, Jan
Abstract: Uit het onderzoek komt naar voren dat er voor de vraag, “Wat is de reden dat toepassing van mediation in geschillen met het UWV zo weinig wordt ingezet”, meerdere verklaringen zijn te geven. De meest belangrijkste verklaring is dat het merendeel van de klanten van het UWV niet bekend zijn met het begrip mediation en met de mogelijkheid om dit middel in een bezwaar- en/of  beroepsprocedure in te zetten.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4488">
    <title>Waarom een beperking van de aansprakelijkheid van financieel toezichthouders? Een betoog tegen een beperking van de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor financieel toezichthouders voor taken uitgevoerd vanuit het algemeen belang.</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4488</link>
    <description>Title: Waarom een beperking van de aansprakelijkheid van financieel toezichthouders? Een betoog tegen een beperking van de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor financieel toezichthouders voor taken uitgevoerd vanuit het algemeen belang.
Authors: Karsten, Joost
Abstract: In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat securitisatie de grote versneller van de crisis is geweest, en misschien wel de belangrijkste oorzaak. De crisis en haar omvang is veroorzaakt doordat de securitisatie producten de eindgebruiker niet bereikten. De vraag is wie hiervoor aansprakelijk is. De afzonderlijke financiële instellingen opereren op een financiële markt en zijn voor hun continuïteit afhankelijk van een sterke concurrentie positie. Dit houdt in dat zij elkaars bedrijfshuishouding niet kunnen volgen, terwijl dit wel noodzakelijk is in sommige gevallen. Om deze reden is de financiële toezichthouder in het leven geroepen. Zij kan alle onderlinge verbanden overzien en kan en misschien zelfs moet in kaart brengen welke gevaren er zijn binnen de financiële markt. Zelfs als deze gevaren worden veroorzaakt door het volgens de wet- en regelgeving opereren van financiële instellingen. Het nalaten van DNB in te grijpen in de securitisatie markt, terwijl zij wel kennis had van de gevaren, is haar kwalijk te nemen. Volgens de huidige onrechtmatige daadsleer is DNB aansprakelijk voor dergelijk nalaten als financieel toezichthouder vanuit het algemeen belang.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4487">
    <title>Hoger beroep in strafzaken; een onderzoek naar het nut en de noodzaak van de behandeling van een strafzaak in twee feitelijke instanties</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4487</link>
    <description>Title: Hoger beroep in strafzaken; een onderzoek naar het nut en de noodzaak van de behandeling van een strafzaak in twee feitelijke instanties
Authors: Blaauwen, C.H. den-Jansen
Abstract: Door het bestuderen van de toepasselijke literatuur en jurisprudentie zal ik een antwoord proberen te vinden op mijn onderzoeksvraag of het hoger beroep in strafzaken beperkt kan worden, en zo ja, op welke wijze dit dan dient te gebeuren. Bij het beantwoorden van mijn vraag heb ik ook de rechtspraktijk meegewogen. Als eindconclusie geef ik aan, dat hoger beroep in strafzaken mijns inziens niet altijd mogelijk moet zijn. Mijns inziens geven de internationale verdragen en de jurisprudentie voldoende ruimte voor beperking ervan. Vooral in “lichte” zaken zou er, vanwege de controle- en herkansingsfuncties, hoger beroep en dus een behandeling van de zaak in twee feitelijke instanties, mogelijk moeten zijn. De zwaardere zaken krijgen voldoende aandacht door de opsporingsinstanties en de eerste feitenrechter, waardoor partijen mijns inziens kunnen volstaan met een gang naar de Hoge Raad voor de beantwoording van de rechtsvragen.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4486">
    <title>Het nationaal vertrouwensbeginsel in bestuursrechtelijk perspectief</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4486</link>
    <description>Title: Het nationaal vertrouwensbeginsel in bestuursrechtelijk perspectief
Authors: Koenders, Tom
Abstract: Verslag van een onderzoek naar de toepassing van het nationaal vertrouwensbeginsel door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4485">
    <title>Is het onvoorwaardelijk basisinkomen haalbaar in Nederland? Een onderzoek naar de mogelijkheden tot invoering van het onvoorwaardelijk basisinkomen aan de hand van de beleidsanalytische toets van de Raad van State</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4485</link>
    <description>Title: Is het onvoorwaardelijk basisinkomen haalbaar in Nederland? Een onderzoek naar de mogelijkheden tot invoering van het onvoorwaardelijk basisinkomen aan de hand van de beleidsanalytische toets van de Raad van State
Authors: Hilarides, B.
Abstract: Onderzocht wordt de haalbaarheid van een onvoorwaardelijk basisinkomen (obi) in Nederland. De probleemstelling luidt: 'is het onvoorwaardelijk basisinkomen haalbaar in Nederland? Een onderzoek naar de mogelijkheden tot invoering van het onvoorwaardelijk basisinkomen aan de hand van de beleidsanalytische toets van de Raad van State'. Het obi houdt in dat alle burgers van overheidswege een bepaald inkomen ontvangen, zonder dat zij verplicht zijn zich beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarkt. Inkomen en vermogen doen niet ter zake; zowel arm als rijk hebben een (nagenoeg) onvoorwaardelijk recht op het obi. In mijn scriptie heb ik onderzocht wat de mogelijkheden en knelpunten zijn bij de invoering van het obi. Is het onvoorwaardelijk basisinkomen haalbaar in Nederland? Mijn antwoord luidt: 'ja, want het obi sluit aan bij de Grondwet en lijkt niet strijdig te zijn met artikel 1 EP EVRM. Tevens is het obi betaalbaar en kan het de samenleving en de economie positief beïnvloeden'. Daarbij vind ik het huidige streven naar volledige werkgelegenheid achterhaald, want door de automatisering zal de werkloosheid eerder toe- dan afnemen. Mijn conclusie is dat de invoering van het obi in Nederland haalbaar is. Zoals ik echter in de inleiding al benadrukte is uitgebreid onderzoek noodzakelijk alvorens men het obi in kan voeren.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
  <item rdf:about="http://hdl.handle.net/1820/4484">
    <title>Koop anno 2012. De termijnen en omvang van de onderzoeksplicht en klachtplicht van de consumentkoper.</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/4484</link>
    <description>Title: Koop anno 2012. De termijnen en omvang van de onderzoeksplicht en klachtplicht van de consumentkoper.
Authors: Sanfélix, Wanda E.
Abstract: Dit onderzoek richt zich op de samenhang van informatiestromen (onderzoeks-, mededelings- en informatieplichten) tussen verkoper en koper bij de (consumenten-)koopovereenkomst; daarbij staat centraal de zogeheten klachtplicht die een koper heeft (art. 7:23 lid 1 BW) om bij non-conformiteit (art. 7:17-18 BW) tijdig te klagen. Zowel bij de aanvang als bij de vervaltermijn van de klachtplicht bestaat een duidelijke samenhang met genoemde informatiestromen, omdat pas van non-conformiteit sprake kan zijn indien aan het gekochte een eigenschap ontbreekt die het volgens verkoper wél bezat (mededelingsplicht van verkoper) of waarvan koper de aanwezigheid heeft gevraagd. Bovendien is van belang hetgeen koper zélf aan informatie heeft vergaard of had moeten vergaren (de onderzoeksplicht van koper).&#xD;
Aangezien koper zijn rechtsmiddelen verspeelt bij niet-tijdige inroeping van de klachtplicht heeft zijn onderzoeksplicht rechtsgevolgen. Dit geldt ook voor de informatieplicht van verkoper, die niet slechts een ‘Obliegenheit’ is, zoals wel in de literatuur wordt verdedigd want deze is (deels privaat-, deels bestuurs-)rechtelijk afdwingbaar.&#xD;
Alhoewel de klachtplicht in beginsel de consumentenbescherming dient, is hierbij feitelijk sprake van verkopersbescherming, omdat de vervaltermijn een open einde kent (niet gefixeerd is) en onduidelijk is wanneer precies een verkoper zich met succes kan verweren met de stelling dat de klacht te laat kenbaar is gemaakt. In de rechtspraak wordt daarbij wel meegewogen of de verkoper daadwerkelijk nadeel heeft geleden.&#xD;
Deze materie wordt mede onderzocht bij Afstandkoop (Richtlijnen 97/7/EG en 2011/83/EU), de wettelijke bedenktermijnen (het herroepingsrecht), en aanverwante regelingen waaronder het Weens Koopverdrag.</description>
    <dc:date>2012-11-02T00:00:00Z</dc:date>
  </item>
</rdf:RDF>

