<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" version="2.0">
  <channel>
    <title>DSpace Collection:</title>
    <link>http://hdl.handle.net/1820/983</link>
    <description />
    <pubDate>Tue, 18 Jun 2013 06:02:55 GMT</pubDate>
    <dc:date>2013-06-18T06:02:55Z</dc:date>
    <image>
      <title>DSpace Collection:</title>
      <url>http://dspace.ou.nl:80/retrieve/30444/CELSTEC_logo2.gif</url>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/983</link>
    </image>
    <item>
      <title>Doelgericht Leren binnen het Basisonderwijs. Een onderzoek naar de effecten van doelgericht leren op het gebruik van de zelfregulerende</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4958</link>
      <description>Title: Doelgericht Leren binnen het Basisonderwijs. Een onderzoek naar de effecten van doelgericht leren op het gebruik van de zelfregulerende
Authors: Hendriks, Melchior
Abstract: Binnen het onderwijs vindt momenteel een verschuiving plaats van een objectivistische naar een meer&#xD;
constructivistische wijze van leren. Om binnen deze constructivistische leeromgeving effectief te&#xD;
werken, is het van belang dat leerlingen in staat zijn om zelfregulerend te leren. Zelfregulerend leren&#xD;
komt tot zijn recht binnen een rijke leeromgeving, waarin leerlingen bewuster naar het eigen&#xD;
leerproces kijken. Opbrengstgericht werken creëert bewustzijn van het eigen leerproces door het&#xD;
gericht werken aan concrete doelstellingen. Maximale opbrengsten worden gerealiseerd door het&#xD;
onderwijs passend te maken voor alle leerlingen.&#xD;
De relatie tussen constructivisme, opbrengstgericht werken en passend onderwijs stelt het&#xD;
belang van concrete doelstellingen voor de leerlingen en het gebruik van zelfregulerende vaardigheden&#xD;
centraal, met als streven de ontplooiing van de leerlingen. In deze studie is onderzoek gedaan naar het&#xD;
effect van de kennis van leerdoelen op het gebruik van de zelfregulerende vaardigheden en de&#xD;
leerresultaten van de leerlingen uit de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs binnen het vakgebied&#xD;
rekenen. Als externe doelstelling is getracht leerkrachten bewuster te maken van het belang van de&#xD;
constructivistische denk- en werkwijze.&#xD;
Aan het onderzoek hebben 148 leerlingen uit de groepen 7 en 8 van één basisschool&#xD;
deelgenomen. Er was sprake van een pretest-posttest controlegroep design. De leerlingen zijn verdeeld&#xD;
over een controle- en experimentele groep. De experimentele groep heeft tijdens de interventieperiode&#xD;
gewerkt aan de hand van leerdoelen en zelfregulerende vaardigheden tijdens school- en&#xD;
huiswerkopdrachten. De werkwijze van de controlegroep werd niet aangepast. De zelfregulerende&#xD;
vaardigheden en leerresultaten zijn zowel voor- als na de interventie gemeten.&#xD;
De meting van de zelfregulerende vaardigheden is verricht aan de hand van de ‘Children’s&#xD;
Perceived use of Self-Regulated Learning Inventory’ (Vandevelde &amp; Van Keer, 2011). In totaal negen&#xD;
zelfregulerende vaardigheden zijn onderzocht aan de hand van 75 items. Voor het meten van de&#xD;
rekenresultaten is gebruik gemaakt van de toetsen van de rekenmethode ‘Wereld in Getallen’&#xD;
(Malmberg, 2009).&#xD;
De analyse van de zelfregulerende vaardigheden laat een significant verschil zien tussen de&#xD;
verschilscores in de voor- en nameting van de controle- en experimentele groep voor vier&#xD;
zelfregulerende vaardigheden en een trend bij twee andere variabelen. Het significante verschil wordt&#xD;
verklaard door de daling van de gemiddelde scores van de controlegroep in de nameting. De&#xD;
interventie heeft de motivatie van de experimentele groep mogelijk verhoogd. De verhoging van de&#xD;
motivatie heeft de daling van de gemiddelde scores in de experimentele groep in de nameting beperkt&#xD;
4&#xD;
of omgezet in een stijging. De verschilscores op de rekentoetsen bij de controle- en experimentele&#xD;
groep vertonen een trend. De trend wordt verklaard door de daling van de scores in de controle- en een&#xD;
stijging in de experimentele groep.&#xD;
De geconstateerde verhoging van de motivatie binnen de experimentele groep ten aanzien van&#xD;
het gebruik van de zelfregulerende vaardigheden en de waargenomen trend bij de analyse van de&#xD;
verschilscores op de rekentoetsen tonen het effect van kennis van de leerdoelen aan. De daling dan wel&#xD;
beperkte stijging van de scores op de zelfregulerende vaardigheden in de nameting van de&#xD;
experimentele groep tonen het belang aan voor basisscholen om nader in te spelen op de&#xD;
ontwikkelingen in de richting van het constructivisme, opbrengstgericht werken en passend onderwijs.
Description: Hendriks, M. (2013). Doelgericht Leren binnen het Basisonderwijs. Een onderzoek naar de effecten van doelgericht leren op het gebruik van de zelfregulerende &#xD;
&#xD;
vaardigheden en de leerresultaten van leerlingen uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs binnen het vakgebied rekenen. Mei, 21, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Tue, 21 May 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4958</guid>
      <dc:date>2013-05-21T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>De Effecten van Testing en Feedback op het Onthouden van Rekenprocedures door Basisschoolleerlingen</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4957</link>
      <description>Title: De Effecten van Testing en Feedback op het Onthouden van Rekenprocedures door Basisschoolleerlingen
Authors: Van Engelen - Van den Oord, Marion
Abstract: Eerder onderzoek toont aan dat het testen van kennis ervoor zorgt dat deze kennis beter&#xD;
onthouden wordt. Dit fenomeen wordt het testingeffect genoemd (Agarwal, Bain, &amp; Chamberlain,&#xD;
2012; Karpicke &amp; Roediger, 2007; Roediger &amp; Karpicke, 2006a). Het testingeffect is robuust&#xD;
aangetoond door onderzoek in laboratoria of nagebootste educatieve settings waarbij de participanten&#xD;
studenten zijn van middelbare scholen, hogescholen of universiteiten en het materiaal bestaat uit&#xD;
woordlijsten of teksten. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar het testingeffect in ecologisch&#xD;
valide educatieve settings, maar slechts zelden op basisscholen en slechts zelden wordt er gebruik&#xD;
gemaakt van rekenkundig of wiskundig materiaal. In deze thesis wordt onderzocht of het testingeffect&#xD;
optreedt wanneer basisschoolleerlingen rekenprocedures leren, en of feedback na het afnemen van een&#xD;
test voordelig is voor leren. Tweeënzeventig basisschoolleerlingen uit drie groepen 7/8 participeerden&#xD;
in dit onderzoek dat is uitgevoerd op hun eigen school, in hun eigen klas, met gebruik van materiaal&#xD;
dat zo uit hun eigen rekenboek had kunnen komen.&#xD;
In drie weken tijd zijn drie rekenprocedures aangeboden waarbij elke week een andere&#xD;
procedure behandeld werd. Na het volgen van instructie oefenden de participanten de procedure in&#xD;
drie condities: de participanten in de testconditie maakten vier dagen op een rij isomorfe opgaven over&#xD;
het rekenkundig materiaal; de participanten in de studieconditie bestudeerden vier dagen op een rij&#xD;
isomorfe uitgewerkte voorbeelden van de rekenopgaven en de participanten in de feedbackconditie&#xD;
deden hetzelfde als in de testconditie alleen ontvingen zij na het maken van de rekenopgaven feedback&#xD;
in de vorm van uitgewerkte voorbeelden van de opgaven. Na een week maakten de participanten in&#xD;
elke conditie een eindtoets met isomorfe opgaven. Na een maand volgde opnieuw een toets, weer met&#xD;
isomorfe opgaven. Omdat er geen meetinstrumenten gevonden zijn die geschikt waren om het&#xD;
testingeffect bij het leren rekenen te meten, is het materiaal zelf ontwikkeld. De procedures zijn&#xD;
geselecteerd uit de laatste hoofdstukken van het rekenboek van de leerlingen in groep 8, zodat de te&#xD;
leren procedures voor alle leerlingen nieuw, maar haalbaar zijn. De isomorfe opgaven en uitgewerkte&#xD;
voorbeelden in de oefenbladen en de toetsen zijn gebaseerd op deze geselecteerde procedures.&#xD;
Het testingeffect kon met behulp van dit onderzoek niet significant worden aangetoond. De&#xD;
participanten in elk van de drie condities scoorden gelijk op de eindtoets na een week en op de laatste&#xD;
toets een maand later. Het maken van tests bevorderde het ophalen van kennis uit het geheugen, maar&#xD;
het bestuderen van uitgewerkte voorbeelden ook. Mogelijk bleef het testingeffect uit door de&#xD;
complexiteit van de rekenkundige opgaven. De positieve invloed van feedback op leren kon niet&#xD;
significant worden aangetoond, mogelijk doordat de vorm van de feedback erg abstract was.
Description: Van Engelen -  van den Oord, M. (2013). De Effecten van Testing en Feedback op het Onthouden van Rekenprocedures door Basisschoolleerlingen. Mei, 17, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.&#xD;
Appears in Collections: Master Programme Onderwijswetenschappen (MSc Learning Sciences)</description>
      <pubDate>Fri, 17 May 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4957</guid>
      <dc:date>2013-05-17T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>Verlengde Instructie in een Interactief E-boek: Effecten op de Leeropbrengsten bij Begrijpend Lezen</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4956</link>
      <description>Title: Verlengde Instructie in een Interactief E-boek: Effecten op de Leeropbrengsten bij Begrijpend Lezen
Authors: Looije, Linda
Abstract: Effectief onderwijs in begrijpend lezen op de basisschool heeft twee belangrijke kenmerken: expliciete&#xD;
instructie in leesstrategieën en extra tijd voor zwakke lezers (verlengde instructie). E-boeken op een&#xD;
tablet kunnen uitgerust worden met interactieve elementen die de verlengde instructie in&#xD;
leesstrategieën van de leerkracht kunnen aanvullen of gedeeltelijk vervangen.&#xD;
Doel van dit onderzoek is na te gaan of de leeropbrengsten bij begrijpend lezen vergroot worden&#xD;
door de leerstof in een e-boek, met daarin verlengde instructie, aan te bieden. Het is hierbij interessant&#xD;
om te zien of de interface van het e-boek samenhangt met de leeropbrengsten. Wellicht zorgt een&#xD;
interface met meer keuze voor de leerling, waarbij de leerling het scherm vaker aanraakt (high touch),&#xD;
voor een actievere leerhouding en een realistischere leeservaring. Dit zou de leeropbrengsten kunnen&#xD;
verhogen.&#xD;
De onderzoeksgroep bestond uit 54 leerlingen in twee groepen 5 op een basisschool, 24 jongens en&#xD;
30 meisjes. Deze leerlingen variëren in leeftijd van 8 tot 9 jaar. Deze leerlingen vormen twee klassen,&#xD;
die voor dit onderzoek als groepen in stand zijn gehouden. De eerste klas, bestaande uit 27 leerlingen,&#xD;
werd in twee experimentele groepen gesplitst. De eerste groep, bestaande uit 14 leerlingen, kreeg de&#xD;
beschikking over tablets met de high-touchversie (HT) van het e-boek. De tweede groep, bestaande uit&#xD;
13 leerlingen, werkte met de low-touchversie (LT). De tweede klas, ook bestaande uit 27 leerlingen,&#xD;
vormde de controlegroep (CG). Vijf bestaande lessen uit een methode voor begrijpend lezen werden&#xD;
voor de interventie omgezet naar een e-boekversie. Met behulp van de software van iBooks Author&#xD;
werd een e-boek ontworpen, waarbij de bestaande structuur zoveel mogelijk in stand werd gehouden.&#xD;
Daarnaast werd voor elke les, met behulp van Powerpoint, een digitale presentatie ontwikkeld. De&#xD;
klassikale instructie zoals die in de methodehandleiding wordt beschreven, stond hiervoor model. In&#xD;
beide groepen 5 gaven de leerkrachten hun klassikale instructie aan de hand van deze presentatie. De&#xD;
verwerking vond in de experimentele groepen plaats aan de hand van de e-boeken op de tablets. In de&#xD;
controlegroep werd op de gebruikelijke manier met de papieren versie gewerkt.&#xD;
Om het effect van de interventie te meten is gebruik gemaakt van de toetsen van blok 1 en 2 voor&#xD;
groep 5 van de gebruikte methode voor begrijpend lezen: Tekstverwerken (Ahlers, Kooijman, Van den&#xD;
Berg, Hermsen, Middel &amp; Verhey, 2008).&#xD;
Aangenomen werd in de eerste plaats dat de twee experimentele groepen, HT en LT, elk&#xD;
afzonderlijk een grotere leeropbrengst bij begrijpend lezen zouden hebben dan de controlegroep.&#xD;
Opvallend is hier dat de controlegroep juist hoger scoorde dan de twee experimentele groepen. De&#xD;
eerste hypothese is dus verworpen: er werden zelfs resultaten gevonden die op het tegendeel wijzen.&#xD;
4&#xD;
Daarnaast werd aangenomen dat de high-touchgroep een grotere leeropbrengst zou behalen bij&#xD;
begrijpend lezen dan de low-touchgroep. Ook dit effect is niet gevonden. In dit onderzoek is dus niet&#xD;
aangetoond dat een e-boek met verlengde instructie in leesstrategieën de leeropbrengsten bij&#xD;
begrijpend lezen kan vergroten.
Description: Looije, L. (2013). Verlengde Instructie in een Interactief E-boek: Effecten op de Leeropbrengsten bij Begrijpend Lezen. Maart, 12, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Tue, 12 Mar 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4956</guid>
      <dc:date>2013-03-12T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>Virtual Action Learning (VAL): De rol van Percepties in het Effect van het Assessment in VAL op de Leerbenadering van Hbo-studenten</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4955</link>
      <description>Title: Virtual Action Learning (VAL): De rol van Percepties in het Effect van het Assessment in VAL op de Leerbenadering van Hbo-studenten
Authors: Boulogne, Wieteke
Abstract: Uit onderzoek blijkt dat lerenden hun leerbenadering (diep of oppervlakkig leren) aanpassen aan wat&#xD;
de toetsvorm van ze vraagt (Ramsden, 1979). Van assessments die gebaseerd zijn op principes uit de&#xD;
sociaal constructivistische leertheorie, zoals het assessment in Virtual Action Learning (VAL), wordt&#xD;
verondersteld dat deze diep leren bevorderen omdat ze gericht zijn op het toetsen van hogere orde&#xD;
vaardigheden. Dit blijkt echter niet vanzelfsprekend te zijn. Het leren wordt namelijk niet zozeer&#xD;
beïnvloed door het assessment zelf, maar door de percepties van lerenden over kenmerken van het&#xD;
assessment (Entwistle, 1991).&#xD;
Het doel van dit onderzoek is na te gaan of het assessment in VAL diep leren bevordert en inzicht&#xD;
te krijgen in de relatie tussen de percepties van studenten uit het hoger beroepsonderwijs (hbo) over&#xD;
aspecten van deze assessmentmethode en hun leerbenadering.&#xD;
Aan het onderzoek hebben 172 studenten van twee hbo-opleidingen deelgenomen. Acht bestaande&#xD;
groepen zijn onderverdeeld in twee experimentele groepen en twee controlegroepen. Om het effect&#xD;
van het assessment in VAL op de leerbenadering van studenten te onderzoeken is een pretest-posttest&#xD;
controlegroep design opgezet. De interventie bij de experimentele groepen bestond uit het assessment&#xD;
in VAL. De controlegroepen namen deel aan de reguliere manier van toetsing. Bij experimentele&#xD;
groep 1 en controlegroep 1 zijn aan de hand van vragenlijsten pre- en posttests afgenomen.&#xD;
Experimentele groep 2 en controlegroep 2 hebben alleen deelgenomen aan de posttest. Na de&#xD;
interventie is door middel van een kwantitatieve vragenlijst en kwalitatieve focusgroepen onderzocht&#xD;
wat de percepties zijn van studenten uit de twee experimentele groepen over aspecten van het&#xD;
assessment in VAL.&#xD;
Met behulp van een zelfontworpen vragenlijst is in kaart gebracht in welke mate de twee&#xD;
opleidingen het assessment in VAL uitvoeren zoals bedoeld. Om de leerbenadering van studenten te&#xD;
meten is gebruik gemaakt van de revised two-factor Study Process Questionnaire (R-SPQ-2F) van&#xD;
Biggs, Kember en Leung (2001).Voor het meten van de percepties van studenten over aspecten van&#xD;
het assessment in VAL is een vragenlijst samengesteld uit schalen van twee bestaande vragenlijsten;&#xD;
de gereviseerde versie van de Assessment Experience Questionnaire (AEQ, V3.3) van Gibbs en&#xD;
5&#xD;
Dunbarr-Goddet (2007) en de vragenlijst van Gulikers, Bastiaens, Kirschner en Kester (2006). Voor&#xD;
de focusgroepen is een eigen vragenlijst ontwikkeld.&#xD;
De onderzoeksresultaten wijzen uit dat het assessment in VAL geen significant effect heeft op het&#xD;
hanteren van een diepgaande leerbenadering, maar wel op het hanteren van een oppervlakkige&#xD;
leerbenadering door studenten. De experimentele groep is significant minder oppervlakkig gaan leren&#xD;
dan de controlegroep. Er is een significante negatieve relatie gevonden tussen de percepties van&#xD;
studenten over de geschiktheid van het assessment in VAL en oppervlakkig leren en een significante&#xD;
positieve relatie tussen de percepties van studenten over de authenticiteit van de assessmenttaak en&#xD;
diep leren.&#xD;
Geconcludeerd kan worden dat het assessment in VAL diep leren niet bevordert, maar wel leidt tot&#xD;
een vermindering van oppervlakkig leren door studenten. De percepties van studenten over de&#xD;
authenticiteit van de assessmenttaak en de geschiktheid van het assessment blijken hierin een rol te&#xD;
spelen.
Description: Boulogne, W. (2013). Virtual Action Learning (VAL): De Rol van Percepties in het Effect van het Assessment in VAL op de Leerbenadering van Hbo-studenten. April, 09, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Tue, 09 Apr 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4955</guid>
      <dc:date>2013-04-09T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>Ontwerpen en Uitvoeren van een Mobiel Spel op Basis van ARLearn: Effecten op Geleerde Lessen, Intrinsieke Motivatie en Leerresultaten</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4954</link>
      <description>Title: Ontwerpen en Uitvoeren van een Mobiel Spel op Basis van ARLearn: Effecten op Geleerde Lessen, Intrinsieke Motivatie en Leerresultaten
Authors: De Jong, Thies
Abstract: Achtergrond&#xD;
Mobiele technologie biedt kansen voor het onderwijs, maar het lijkt onverstandig om deze technologie ‘zomaar’ in te zetten. Een goed ontwerp van leermaterialen is belangrijk om het kleine scherm van mobiele apparaten te compenseren. Ook kan mobiele technologie de gecontroleerde omgeving van een klaslokaal verstoren. Motivatie wordt over het algemeen beschouwd als belangrijk bij het leren. Mogelijk kan het spelen van een mobiel spel leerlingen meer intrinsiek motiveren. Meer intrinsieke motivatie zou vervolgens kunnen leiden tot betere leerresultaten. Dit onderzoek maakt gebruik van smartphones en het programma ARLearn om leerlingen in een buitenschoolse context te begeleiden en te ondersteunen. Het programma ARLearn was op het moment dat dit onderzoek werd gedaan nog in ontwikkeling, en beschikte daardoor nog niet over een auteurstool.  &#xD;
&#xD;
Doel&#xD;
Dit onderzoek wil bijdragen aan de verdere ontwikkeling van mobiel leren en in het bijzonder de ontwikkeling van het programma ARLearn. Daarnaast wil dit onderzoek vaststellen of mobiel leren op basis van een mobiel spel betere resultaten oplevert dan mobiel leren waarbij een identieke opdracht niet als spel wordt uitgevoerd. In het bijzonder wordt gekeken naar leerresultaten in de vorm van kennis en de aanwezige intrinsieke motivatie. &#xD;
&#xD;
Deelnemers, procedure en ontwerp&#xD;
Er zijn 32 VMBO-leerlingen in de leeftijd van vijftien tot en met zeventien benaderd. Het onderzoek kent een deel dat quasi-experimenteel van opzet is en een beschrijvend deel. Er werden twee groepen gevormd. Één groep voerde de opdracht uit als een mobiel spel. Door het beantwoorden van wiskundige vragen konden spelpunten worden verdiend of verloren. Beide groepen zijn op pad gegaan met smartphones waarop het programma ARLearn was geïnstalleerd. Direct na het uitvoeren van de opdracht werd de intrinsieke motivatie en de groei van kennis gemeten. De groei van kennis werd twee tot drie weken later nogmaals gemeten. Gegevens over opgedane ervaringen, tijdsbesteding, de beantwoording van meerkeuzevragen en uitwerkingen op papier zijn verzameld om lessen te leren.  &#xD;
Meetinstrumenten&#xD;
De leerresultaten in de vorm van groei van kennis zijn gemeten met bestaande examenopgaven (CITO). Intrinsieke motivatie is gemeten door middel van de 22 items tellende Intrinsic Motivation Inventory vragenlijst (Ryan &amp; Deci). De meetinstrumenten waarmee de bestede tijd en de ervaren eenvoud van de smartphone - in combinatie met het programma ARLearn - zijn gemeten, zijn eigen ontwerpen (de Jong). Ervaringen werden gemeten doordat leerlingen op de vragenlijst opmerkingen konden maken. De beantwoorde meerkeuzevragen zijn automatisch als score-informatie opgeslagen in het programma ARLearn. De papieren uitwerkingen werden beoordeeld als wel of niet gemaakt. &#xD;
 &#xD;
Resultaten&#xD;
Er zijn geen significante verschillen gemeten tussen de aanwezige intrinsieke motivatie van de leerlingen die het mobiele spel speelden en de leerlingen die het spel niet speelden. Ook de leerresultaten laten geen significante verschillen zien. Van alle leerlingen beoordeelde 90% het werken met de smartphone en het programma ARLearn als eenvoudig. De leerlingen meldden weinig problemen met het uitvoeren van de opdracht. Leerlingen die het mobiele spel speelden voerden de opdracht gemiddeld sneller uit en beantwoordden meer meerkeuzevragen. Deze leerlingen presteerden slechter bij het maken van de verplichte uitwerkingen op papier. &#xD;
&#xD;
Conclusies&#xD;
Er zijn geen significante verschillen gemeten op het gebied van intrinsieke motivatie en leerresultaten. Mogelijk heeft extrinsieke motivatie en de gekozen implementatiemethode van het spel een rol gespeeld. De mogelijke rol van extrinsieke motivatie en de implementatiemethode vragen om meer onderzoek. Ook de bijna significante groei van kennis bij leerlingen die het mobiele spel speelden geeft aanleiding tot vervolgonderzoek. Ervaringen en geleerde lessen kunnen ontwerpers van  onderwijs ondersteunen bij toekomstige ontwerpen en zijn daarom vertaald in praktische richtlijnen.
Description: De Jong, T. (2013). Ontwerpen en Uitvoeren van een Mobiel Spel op Basis van ARLearn: Effecten op Geleerde Lessen, Intrinsieke Motivatie en Leerresultaten. April, 09, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Mon, 08 Apr 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4954</guid>
      <dc:date>2013-04-08T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>Te Oud om te Leren? Een Onderzoek naar de Deelname van Oudere Werknemers aan Bedrijfsopleidingen</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4845</link>
      <description>Title: Te Oud om te Leren? Een Onderzoek naar de Deelname van Oudere Werknemers aan Bedrijfsopleidingen
Authors: Gouweloose, Wouter
Abstract: Te Oud om te leren?&#xD;
Een Onderzoek naar de Deelname van Oudere Werknemers aan Bedrijfsopleidingen&#xD;
Wouter Gouweloose&#xD;
Achtergrond. Na de meeste Europese regeringen wil nu ook de Belgische regering dat oudere werknemers langer aan de slag te blijven. Daarbij rijst de vraag of opleidingen en trainingen de motivatie en de inzetbaarheid van oudere werknemers kunnen bevorderen. Er kan worden vastgesteld dat oudere werknemers amper aan opleiding participeren. Literatuuronderzoek leert ons echter dat opleidingsmotivatie bij werknemers essentieel is voor hun employability, de duurzame inzetbaarheid van de werknemer, door een optimaal gebruik van zijn competenties. Die motivatie om een opleiding te volgen, blijkt te ontstaan uit motivatie voor het werk en zal mee bepaald worden door de manier waarop de opleiding gegeven wordt. Er is echter nog weinig onderzoek verricht naar bedrijfsopleidingen voor oudere werknemers vanuit het perspectief van de werknemer zelf. &#xD;
Doel. Het doel van dit onderzoek is dan ook tweeledig. Enerzijds wordt nagegaan of er inderdaad een samenhang is tussen enthousiasme en engagement voor het werk en opleidingsmotivatie van de werknemer, anderzijds willen we onderzoeken hoe de oudere werknemer de opleiding ontworpen wil hebben. &#xD;
Deelnemers en procedure. Dit onderzoek werd uitgevoerd bij bediendes uit de logistieke sector in Vlaanderen. Om ook de visie van de werkgevers over oudere werknemers en opleiding binnen de logistieke sector te kennen, werden verschillende HR-managers uit de sector geïnterviewd. Naar de mening van de werknemers werd gepeild met behulp van een enquête, die door 212 mensen werd beantwoord. Van de respondenten behoorde 23% tot de leeftijdscategorie 50 en ouder. Het responspercentage over de bekende groep van respondenten bedroeg ca. 30%.&#xD;
Meetinstrumenten. Om enthousiasme en engagement in het werk te meten, werden de vragen uit het werk Content Questionnaire (Houtman, 1995) in de enquête opgenomen. De visie van de werknemers over opleiding werd geïnventariseerd met vragen die voortkwamen uit het onderzoeksmodel van Liu, Courtenay en Valentine (2011). &#xD;
Resultaten. Uit het onderzoek blijkt dat er inderdaad een samenhang is tussen enthousiasme op het werk en de motivatie om een opleiding te volgen. Dit geldt ook voor oudere werknemers als is de samenhang daar minder sterk. Werknemers willen in groep leren, waarbij zij de inbreng van hun ervaring erg belangrijk vinden. Zij willen ook actief betrokken worden bij de opleiding. Naast formele opleiding hecht de werknemer ook veel belang aan informeel leren.&#xD;
Leerbereidheid bij oudere werknemers blijkt nauw samen te hangen met enthousiasme en engagement in het werk. Om oudere werknemers aan de slag te houden is het dan ook essentieel ervoor te zorgen dat die werknemer geëngageerd blijft in zijn job. Een uitdagend takenpakket, een grote zelfstandigheid om die taken uit te voeren en een goede teamgeest, zowel met het management als met de collega’s stimuleren dit engagement. Tevens is een goede loopbaanplanning, waarbij opleiding doelmatig wordt ingezet van groot belang. &#xD;
Sleutelwoorden. Oudere werknemers, bedrijfsopleiding, motivatie, employability, pensioen, engagement
Description: Gouweloose, W. (2013). Te Oud om te Leren? Een Onderzoek naar de Deelname van Oudere Werknemers aan Bedrijfsopleidingen. Maart, 1, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Fri, 01 Mar 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4845</guid>
      <dc:date>2013-03-01T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>Effectiviteit van een Lessenserie op de Informatievaardigheden en Transfer van groep 7-basisschoolleerlingen</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4844</link>
      <description>Title: Effectiviteit van een Lessenserie op de Informatievaardigheden en Transfer van groep 7-basisschoolleerlingen
Authors: Austin, Levi
Abstract: Informatie wordt steeds meer op internet opgezocht. Doordat jongeren opgroeien met internet wordt er van uit gegaan dat zij daar vaardig in zijn. Leerlingen verwachten dat internet hun kant en klare antwoorden geeft en vaak accepteren zij informatie vanzelfsprekend als waar. Het zoeken naar informatie is een complex proces waarbij cognitieve vaardigheden een rol spelen. &#xD;
Het doel van dit onderzoek is om een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van theorievorming over het proces van het zoeken van informatie op internet bij leerlingen in het basisonderwijs en een ontwerp voor een lessenserie informatievaardigheden te testen en uit te breiden.&#xD;
Het onderzoek is onderverdeeld in twee studies. Het doel van de eerste studie was om de informatievaardigheden van leerlingen te verbeteren en om na te gaan of er sprake was van transfer . Ook werd er gekeken naar de effectiviteit van de lessenserie. In de eerste studie namen twee groepen 7 uit het basisonderwijs deel. De experimentele groep bestond uit 24 leerlingen. De controlegroep bestond uit 25 leerlingen. Het doel van de tweede studie was om na te gaan wat het effect is van een lessenserie op de informatievaardigheden van leerlingen. In de tweede studie deden negen groepen 7 mee. In deze studie bestond de experimentele groep uit 76 leerlingen. De controlegroep bestond uit 66 leerlingen. In beide studies vond bij de experimentele groepen een interventie plaats in de vorm van een lessenserie. &#xD;
De informatievaardigheden (gepercipieerd) werden gemeten met een voor dit onderzoek ontwikkelde vragenlijst met een vijf-punts- Likertschaal. De informatievaardigheden werden door de leerkrachten beoordeeld met een beoordelingsformulier. Observaties en video-opnames werden gebruikt om inzicht te krijgen in het proces dat zich afspeelt bij informatievaardigheden en om de lessenserie te beoordelen. De transfertaak werd beoordeeld met een observatieformulier.&#xD;
Uit de resultaten van de vragenlijsten bleek dat er een significant verschil is tussen de experimentele groep de controle groep op de onderdelen beoordelen van informatie en reguleren van het proces in de eerste studie en in de tweede studie op het mentaal beeld van internet en marginaal op beoordelen van informatie. Uit de beoordelingen van de leerkrachten bleek dat de leerlingen het meeste moeite hebben met het onderdeel taakdefinitie en het beoordelen van websites. Uit de observaties en video opnames is gebleken dat leerlingen tijdens het zoeken actief bezig zijn met kennisverwerving en daarbij begeleiding nodig hebben van de leerkracht. Ook is gebleken dat het samenwerken essentieel is. Uit de beoordeling van de transfertaak bleek dat de experimentele groep gerichter en kritischer zoekt naar informatie en de informatie beter verwerkt dan de controlegroep.&#xD;
De resultaten leiden tot de conclusie dat de lessenserie ontworpen volgens bepaalde principes effectief is en dat het ertoe geleid heeft dat leerlingen bewuster omgaan met het informatie op internet. De leerlingen zijn tijdens het zoeken actief bezig zijn met kennisverwerving en hebben daarbij begeleiding nodig van de leerkracht . Een eenmalige lessenserie is echter niet toereikend. De vaardigheden moeten regelmatig aan bod komen in het basisonderwijs.
Description: Austin-van Rij, J.J. Effectiviteit van een Lessenserie op de Informatievaardigheden en Transfer van groep 7-basisschoolleerlingen. Maart, 4, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Mon, 04 Mar 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4844</guid>
      <dc:date>2013-03-04T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>De invloed van directe instructie woordleerstrategieën op de receptieve woordenschat</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4843</link>
      <description>Title: De invloed van directe instructie woordleerstrategieën op de receptieve woordenschat
Authors: Holterman-Nijenhuis, Sharon
Abstract: Dit onderzoek bestudeert het effect van directe leerkrachtinstructie bij de toepassing van woordleerstrategieën op de receptieve woordenschat van leerlingen. Met het verkregen inzicht wordt bijgedragen aan de vormgeving van effectief woordenschatonderwijs om de woordenschat van leerlingen te bevorderen. &#xD;
De onderzoeksgroep bestaat uit 189 leerlingen uit het primair onderwijs (8-12 jaar). Per leerjaar krijgt de experimentele groep een interventie bestaand uit directe leerkrachtinstructie woordleerstrategieën. In de controlegroep worden geen interventies uitgevoerd, zij ontvangen enkel de reguliere taalinstructie. De hypothesen zijn: (1) Leerlingen die directe instructie ontvangen zullen hoger scoren op receptieve woordenschat dan leerlingen die de instructie niet ontvangen; (2) Er is een hoge correlatie tussen woordenschat, begrijpend lezen en technisch lezen; (3) Oudere leerlingen profiteren meer van de directe instructie dan jongere; en (4) De correlatie tussen woordenschat en begrijpend lezen wordt sterker naarmate leerlingen ouder worden. &#xD;
De resultaten laten zien dat het verschil tussen de experimentele en controle groepen significant is. Hypothese 1 wordt dus bevestigd. Met betrekking tot Hypothese 2, het verband tussen woordenschat en begrijpend lezen is zeer sterk positief; leerlingen die hoger/lager scoren op woordenschat scoren ook hoger/lager op begrijpend lezen. Tussen technisch lezen en woordenschat, en technisch lezen en begrijpend lezen worden geen significante correlaties gevonden. De invloed van leeftijd op de toepassing van woordleerstrategieën – Hypothese 3 – blijkt minimaal te zijn. De correlatie tussen woordenschat en begrijpend lezen blijkt sterker te worden bij het doorlopen van de basisschoolperiode, waardoor Hypothese 4 wordt bevestigd. &#xD;
Dit onderzoek geeft een eerste inzicht in de invloed van directe instructie van woordleerstrategieën op de receptieve woordenschat en de correlatie daarvan met de leesvaardigheid.
Description: De invloed van directe instructie woordleerstrategieën op de receptieve woordenschat. Maart, 07, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Thu, 07 Mar 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4843</guid>
      <dc:date>2013-03-07T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>Het Linken van Praktijk en Theorie in Pabo-onderwijs</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4805</link>
      <description>Title: Het Linken van Praktijk en Theorie in Pabo-onderwijs
Authors: Beckers, Hans
Abstract: Er zijn twijfels over de effectiviteit van lerarenopleidingen op het professionele gedrag van studenten (Grossman, 2008; Korthagen 2010). Theorie komt in lerarenopleidingen aan bod maar wordt niet verankerd in het handelen van studenten. Er is een kloof tussen praktijk en theorie (Broekkamp &amp; van Hout-Wolters, 2007; Burkhardt &amp; Schoenfeld, 2003; Kennedy, 1997; Robinson, 1998). Een opleidingscurriculum volgens de principes van de niveautheorie kan de kloof overbruggen (Korthagen, Kessels, Koster, Langerwerf &amp; Wubbels, 2001).&#xD;
In dit onderzoek is nagegaan of een opleidingsprogramma dat uitgaat van de principes van de niveautheorie er in slaagt om theorie te koppelen aan ervaringen van studenten.&#xD;
In een onderzoeksgroep van 136 eerstejaars Pabo-studenten zijn in een voor- en nameting een casustoets en een kaartsorteeropdracht gemaakt. De casustoets meet in welke mate studenten operationele kennis en conceptuele kennis gebruiken in het beantwoorden van vragen. De kaartsorteeropdracht meet hoe de cognitieve schema’s van studenten ontwikkelen. Met een enquête is gemeten of het opleidingsprogramma in de perceptie van studenten uitgevoerd is volgend de principes van de niveautheorie.&#xD;
Uit de metingen blijkt dat het opleidingsprogramma zorgt voor een koppeling tussen praktijk en theorie, dat cognitieve schema’s van studenten groeien en dat studenten in redelijke mate ervaren dat praktijk en theorie aan elkaar gekoppeld worden.&#xD;
Op basis van de resultaten wordt op de eerste plaats aanbevolen om het curriculum te evalueren en te zoeken naar versterking van de koppeling van praktijk en theorie. Op de tweede plaats wordt aanbevolen om te investeren in professionalisering van didactische vaardigheden van instituutsopleiders. Ten slotte wordt aanbevolen om te investeren in onderzoek naar opleiden op de werkplek.
Description: Beckers, H. (2013). Het Linken van Praktijk en Theorie in Pabo-onderwijs. Februari, 12, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Tue, 12 Feb 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4805</guid>
      <dc:date>2013-02-12T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
    <item>
      <title>Laid-back of up-tempo? De voorspellende Kwaliteit van het Eerste jaar voor de Studievoortgang in een Conservatorium</title>
      <link>http://hdl.handle.net/1820/4803</link>
      <description>Title: Laid-back of up-tempo? De voorspellende Kwaliteit van het Eerste jaar voor de Studievoortgang in een Conservatorium
Authors: Mennen, Josien
Abstract: In het Nederlandse hoger onderwijs ligt steeds meer druk op opleidingen om de studievoortgang te verbeteren. In het eerste studiejaar wordt het bindend studieadvies (BSA) als selectiemiddel gebruikt om de studievoortgang in het vervolg van de studie te verhogen. Het BSA kan alleen een positief effect hebben op de studievoortgang wanneer het eerste jaar voorspellend is voor het vervolg van de studie. Onderzoek naar de voorspellende waarde van het eerste jaar is met name uitgevoerd in de USA en in het Nederlandse wetenschappelijk onderwijs. &#xD;
Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in het voorspellend karakter van het eerste jaar voor de studievoortgang van conservatoriumstudenten in de daaropvolgende jaren. In deelonderzoek 1 zijn de studievoortganggegevens van 327 studenten uit de cohorten 2005 tot en met 2009 van de opleiding Muziek van het Conservatorium Maastricht bestudeerd om na te gaan of er een relatie is tussen het aantal behaalde European Credits (EC) in het eerste studiejaar en de daaropvolgende jaren. Er is gekeken naar mogelijke effecten van sekse, leeftijd, nationaliteit en studierichting op de studievoortgang. Ook zijn studieonderdelen met lage slaagpercentages (‘struikelvakken’) geïnventariseerd. In deelonderzoek 2 is door middel van een survey bij de zittende studenten (223 studenten) onderzocht in hoeverre het eerste jaar selectief, studeerbaar en inhoudelijk valide is en in hoeverre er sprake is van sociale en academische integratie. In drie groepsinterviews (15 deelnemers) is dieper ingegaan op de resultaten van deelonderzoek 1 en de survey.&#xD;
Er is een positieve samenhang tussen het aantal behaalde EC in jaar 1 en de daaropvolgende jaren. De studievoortgang in jaar 1 wordt beïnvloed door sekse en verschilt per studierichting, maar er is geen significant effect gevonden voor leeftijd en nationaliteit. Het aantal behaalde EC in jaar 1 van vrouwelijke studenten is hoger dan dat van mannelijke studenten; studenten Klassiek halen meer EC in jaar 1 dan studenten van de studierichting Jazz/Pop. Er zijn duidelijk ‘struikelvakken’ te onderscheiden, met name bij de studierichting Jazz/Pop. Zowel de moeilijkheidsgraad als de ervaren relevantie van een studieonderdeel hebben invloed op  slaagpercentages. Een minderheid van de studenten (20,8%) haalt de Propedeuse binnen 1 jaar. Deze groep studeert ook na het eerste studiejaar sneller en vertoont minder uitval dan de andere studenten. De selectiviteit, studeerbaarheid, inhoudelijke validiteit van het eerste jaar en de mate van sociale en academische integratie worden door studenten gemiddeld voldoende gewaardeerd, maar er worden ook aandachtspunten benoemd. &#xD;
Het onderzoek heeft meer inzicht opgeleverd in de voorspellende kwaliteit van het eerste jaar van het Conservatorium Maastricht. Aangezien er een duidelijke relatie is gevonden tussen de studievoortgang in jaar 1 en de daaropvolgende jaren, kan het BSA als selectiemiddel beter worden benut. Voorwaarde is dat struikelvakken en de door de studenten benoemde aandachtspunten worden aangepakt.
Description: Mennen, J. (2013). Laid-back of up-tempo? De voorspellende Kwaliteit van het Eerste jaar voor de Studievoortgang in een Conservatorium. Januari, 2, 2013, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.</description>
      <pubDate>Wed, 02 Jan 2013 00:00:00 GMT</pubDate>
      <guid isPermaLink="false">http://hdl.handle.net/1820/4803</guid>
      <dc:date>2013-01-02T00:00:00Z</dc:date>
    </item>
  </channel>
</rss>

