Open Universiteit
   About DSpace Software Open Universiteit border=

DSpace at Open Universiteit >
l. Master Thesis >
- School of Law MSc >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/1343

Title: Aandacht voor een ondergeschoven kind van de wetgever
Other Titles: Een verkenning vand e psotiei van werknemers bij overgang van ondernemingen in faillissement
Authors: Woude, Sipke van der
Keywords: ondernemingen
faillissement
werknemers
Issue Date: 2007
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Voor de ontslagen werknemers in faillissement is de loongarantieregeling, thans geregeld in art 61 - 68 WW, de belangrijkste regeling. Een ontslagvergoeding en eventuele gouden handdrukken vallen niet onder deze loongarantieregeling. Deze vorderingen moet de werknemer ter verificatie indienen. Dit levert meestal niets op omdat er crediteuren zijn met een hogere rang bijvoorbeeld de fiscus en het UWV. Werknemers die zijn ontslagen kunnen in sommige gevallen ook nog eens gehouden worden aan een concurrentiebeding. De overgenomen werknemers zijn meestal verplicht in dienst te treden bij een werkgever die zij niet zelf hebben uitgezocht. De oude arbeidsvoorwaarden gaan in beginsel niet van rechtswege mee over. Het staat de verkrijger in beginsel vrij om nieuwe arbeidsvoorwaarden overeen te komen. Het is nog onduidelijk of de oude dienstjaren meetellen bij een eventuele ontbindingsvergoeding en tevens kan een opvolgend werkgeverschap gevolgen hebben voor de opzegtermijn. In de literatuur zijn wel enkele oplossingen aangedragen om de positie van de werknemers in faillissement te verbeteren. Zoals: verlenging van de opzegtermijn, toekenning van een hogere preferentie aan loonvorderingen, beperkte toepassing van de WOO in faillissement, betere toetsing door de rechter en een verandering in de rol van de curator. De Hoge Raad heeft in enkele arresten uitgemaakt dat de curator onder bepaalde omstandigheden rekening moet houden met maatschappelijke belangen, maar zal niet het belang van de gezamenlijke schuldeisers opzij kunnen zetten voor de belangen van de werknemers. Deze voorstellen blijven vooralsnog theorie. Meer concreet is de volgende ontwikkeling: Aan het einde van de vorige eeuw werd veelvuldig gebruik gemaakt van de zogenaamde draaideurconstructie. Aan deze praktijk kwam een einde door een uitspraak van de Hoge Raad. Het gevolg hiervan was de invoering van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid neergelegd in artikel 7 : 668a BW. Er was in de lagere rechtspraak onduidelijkheid of art. 7 : 668a BW ook van toepassing is bij een opvolgend werkgever na faillissement. In 2006 heeft de Hoge Raad deze vraag bevestigend beantwoord. Een opvolgend werkgever dient er thans rekening mee houden dat er in sommige gevallen, ondanks de bedoeling een contract voor bepaalde tijd aan te gaan, een contract voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen. Artikel 7 : 668a BW ziet op de vraag of sprake is van een overeenkomst voor bepaalde of voor onbepaalde tijd en niet op de inhoud ervan. De inhoud van de arbeidsovereenkomst kan de verkrijger in beginsel nog steeds vrij overeenkomen.
URI: http://hdl.handle.net/1820/1343
Appears in Collections:- School of Law MSc

Files in This Item:

File Description SizeFormat
RWSvanderWoude-2007-1.pdf47.95 kBAdobe PDFView/Open
RWSvanderWoude-2007-2.pdfmain article275.96 kBAdobe PDFView/Open
View Statistics

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.

 

Valid XHTML 1.0! Copyright © 2003 - 2010 Open Universiteit - Feedback