Open Universiteit
   About DSpace Software Open Universiteit border=

DSpace at Open Universiteit >
a. Learning Networks & Learning Design >
5. LN: Deliverables, Reports, Work Documents >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/137

Title: Inzet van Assessment: waarom, wat, hoe, wanneer en door wie?
Other Titles: Beslismodel voor een beargumenteerde keuze van assessmentvormen in onderwijs en opleiding
Authors: Vermetten, Yvonne
Daniels, Jan
Ruijs, Liesbeth
Keywords: assessment
portfolio
performance assessment
portfolio assessment
self-assessment
peer-assessment
co-assessment
toetsing
formatieve toetsing
summatieve toetsing
educational assessment
Issue Date: 19-May-2001
Series/Report no.: ;U2001/13
Abstract: Dit rapport is één van de producten van programmalijn 1 in fase 4 van het Developmentprogramma. In fase 4 liepen er binnen deze programmalijn vier deelprojecten, waarvan het huidige gericht was op de ontwikkeling van een beslismodel voor het inzetten van assessment. De term assessment wordt hierbij gebruikt als verzamelterm voor allerlei vormen van toetsing. De doelstelling van het Developmentprogramma (Projectplan, 1998) werd oorspronkelijk als volgt geformuleerd: - het realiseren van een geïntegreerde elektronische leeromgeving, als instrumentarium voor studenten en docenten - met het oog op het implementeren van een innovatieve onderwijsaanpak, met name, competentiegericht onderwijs (CGO). CGO werd daarbij omschreven als een onderwijsaanpak die verschillende vormen aan kan nemen. In de eindrapportage 1ste fase (Koper, e.a., 1998) wordt niettemin een eigen didactische aanpak voor CGO naar voren geschoven, namelijk competentieleren dat verloopt via studietaken. In de ‘Eindrapportage deelproject onderwijsaanpak - Didactische scenario’s’ (Manderveld, e.a., 1999), wordt als belangrijkste verschil tussen CGO en traditioneel onderwijs vermeld: de toetsing en de docent- en studentgerichtheid. Bij traditioneel onderwijs richt de toetsing zich hoofdzakelijk op het afzonderlijk toetsen van kennis en vaardigheden en is het onderwijs sterk docentgestuurd. In CGO geldt dat de toetsing geïntegreerd is in het leerproces (en vaak samenvalt met de uitvoering van de opdrachten) en dat onderwijs en toetsing meer studentgestuurd zijn (product- en procesbeoordeling en vormen van peer- en self-assessment). Ook de rol van toetsing is anders, niet louter beoordelend of certificerend, maar ook een didactische rol: monitoring van het leerproces. Anderzijds wordt ook vermeld dat er verschillende (klassieke) toetsvormen zijn die goed aansluiten bij competentiegericht leren, mits de nodige aanpassingen hierop plaatsvinden. Het bovenstaande leidt tot allerlei vragen over de inzet van toetsing of assessment. Bijvoorbeeld, wanneer en waarom kiezen voor een meer klassieke vorm van toetsing en wanneer meer aandacht besteden aan product- of procesaspecten in de toetsing? Wat zijn de voor- en nadelen van het inzetten van peer- en self-assessment? Levert het gelijktijdig gebruiken van een toets als middel voor beoordeling en als middel voor het bijsturen van het leerproces geen verwarring op? In het huidige rapport en beslismodel wordt gepoogd op dergelijke vragen een antwoord gegeven. De vragen waar het hier om gaat betreffen beslissingen die vooraf gaan aan het daadwerkelijk modelleren van onderwijs in EML. Het beslismodel dient ter ondersteuning van de ontwerper en inhoudsdeskundige bij het maken van een onderbouwde keuze voor een bepaalde toetsvorm bij een bepaald stuk onderwijs. In de literatuur is de sterk sturende werking van assessment op het leergedrag van studenten bekend. Hiernaar wordt vaak verwezen als het ‘WYTIWYG-principe’: What you test is what you get. Wat er getoetst wordt heeft een directe invloed op wat en hoe studenten leren. Kiezen voor een passende assessmentmethode is dan ook een essentiële vraag bij het ontwerpen van onderwijs. In het huidige rapport is als eerste een overzicht opgenomen met definities en trends in assessment (paragraaf 1). Hierbij is gebruik gemaakt van zowel wetenschappelijke literatuur als vakliteratuur. De algemene trends in assessment worden geïllustreerd met een aantal voorbeelden van praktische implementaties. Paragraaf 1 mondt uit in een indeling van toetsvormen (paragraaf 2). De keuze voor de indeling is gebaseerd op het principe dat deze functioneel moet zijn ten aanzien van het beslismodel. Daarna volgt een analyse van de onderscheiden assessmentvormen met behulp van twee ‘instrumenten’, te weten vijf basisvragen en acht kwaliteitscriteria (paragraaf 3 en 4). Deze analyse vormt het fundament voor het uiteindelijke beslismodel (paragraaf 5). Het beslismodel vormt het sluitstuk van dit rapport, en zou in een vervolgtraject kunnen worden uitgewerkt tot een geautomatiseerd programma.
URI: http://hdl.handle.net/1820/137
Appears in Collections:5. LN: Deliverables, Reports, Work Documents

Files in This Item:

File Description SizeFormat
Inzet van Assessment.pdf312.49 kBAdobe PDFView/Open
View Statistics

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.

 

Valid XHTML 1.0! Copyright © 2003 - 2010 Open Universiteit - Feedback