Open Universiteit
   About DSpace Software Open Universiteit border=

DSpace at Open Universiteit >
l. Master Thesis >
- School of Law MSc >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/1391

Title: The winner takes it all, of blijft ook in IE-zaken goede raad soms toch duur? De proceskostenveroordeling in zaken van IE-recht
Authors: Boom, Jos van den
Keywords: intellectueel
eigendomsrecht
proceskostentoedeling
geliquideerd
Issue Date: 2008
Publisher: Open Universditeit Nederland
Abstract: In deze scriptie heb ik mij gericht op de vraag hoe de met het voeren van een rechtsgeding gemoeide (‘binnen-gerechtelijke’) kosten, voor zover die niet voor rekening van de Staat komen, over de procespartijen worden verdeeld. Die verdeling is geregeld in art. 237 Rv. Sinds 1 mei 2007 is art. 1019h Rv van kracht. Dat artikel geeft de basis voor de proceskostenveroordeling in geschillen betreffende IE-recht. Laatstbedoelde proceskostenveroordeling wijkt op verscheidene punten af van de algemene regeling van art. 237 Rv. In verband met het grote economische belang van IE-rechten voor een goede werking van de interne markt, heeft het Europees Parlement de zogeheten Handhavingsrichtlijn uitgevaardigd. Deze richtlijn beoogt de handhaving van IE-rechten in alle lidstaten te harmoniëren. Artikel 1019h Rv vormt de ‘vertaling’ van artikel 14 van die Richtlijn. Op basis van dit artikel dient de rechter de verliezende partij te veroordelen in de ‘redelijke en evenredige’ proceskosten van de partij die in de procedure aan het langste eind trekt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Art. 1019h Rv is (juist wél) bedoeld als middel om maatschappelijk gedrag te beïnvloeden. Het artikel is uitsluitend van toepassing op geschillen met betrekking tot IE-rechten. In de rechtspraak is inmiddels uitgemaakt dat daartoe niet behoren de procedures ter zake van ‘slaafse nabootsing’. Ten aanzien van het ‘portretrecht’ en de zogeheten ‘persoonlijkheidsrechten’ van art. 25 Auteurswet, bestaat nog onzekerheid over de vraag of art. 1019h Rv daarop wel van toepassing is. Voor een proceskostenveroordeling op basis van art. 1019h Rv is alleen plaats indien daartoe een expliciete vordering is ingesteld. Wordt een proceskostenveroordeling op basis van art. 1019h Rv toegekend, dan wordt géén onderscheid gemaakt tussen kosten die gemaakt zijn in de voorfase en kosten die gemaakt zijn in het kader van het rechtsgeding zelf.
URI: http://hdl.handle.net/1820/1391
Appears in Collections:- School of Law MSc

Files in This Item:

File Description SizeFormat
RWJosvandenBoom-2008-1.pdfmain article596.35 kBAdobe PDFView/Open
RWJosvandenBoom2008-bijlage1.pdfenclosure 136.78 kBAdobe PDFView/Open
RWJosvandenBoom-2008bijlage2.pdfenclosure 241.42 kBAdobe PDFView/Open
RWJosvandenBoom2008bijlage4.pdfenclosure 4162.04 kBAdobe PDFView/Open
View Statistics

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.

 

Valid XHTML 1.0! Copyright © 2003 - 2010 Open Universiteit - Feedback