Open Universiteit
   About DSpace Software Open Universiteit border=

DSpace at Open Universiteit >
l. Master Thesis >
- School of Law MSc >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/1401

Title: Nieuwe Wet ruimtelijke ordening: de veranderde positie van de provincie ten aanzien van de gemeentelijke bestemmingplannen (een vergelijkend onderzoek naar de sturingsinstrumenten van de provincie naar huidig en komend recht)
Authors: Neven-Horony, Anikó
Keywords: ruimtelijke
ordening
bestemmingsplan
sturingsinstrument
Issue Date: Jan-2008
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Sinds de invoering van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) in 1965 waarop het huidige stelsel is gebaseerd, is deze regelmatig aangepast, iets wat de overzichtelijkheid en kwaliteit ervan geen goed heeft gedaan. Een fundamentele herziening van de wet is daarom als oplossingsrichting aangedragen. De roep om minder regels en eenvoudigere kortere procedures klonk steeds harder. In de nieuwe wet zijn de positie van het rijk, de provincie en de gemeente ten aanzien van gemeentelijke bestemmingsplannen veranderd. De uitgangspunten zijn: decentralisatie, deregulering en uitvoeringsgerichtheid. Wat de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) probeert te realiseren is vereenvoudiging van het besluitvormingsproces ten aanzien van de ruimtelijke ordening. Efficiëntere besluitvorming, verbetering van de handhaving en vereenvoudiging van de rechtsbescherming zijn de doelen die in dit verband een rol spelen. Het samenspel van uitgangspunten en doelen zou moeten leiden tot een daadkrachtig, besluitvaardig en doelmatig ruimtelijk ordeningstelsel.Het bestemmingsplan wordt hergepositioneerd als een centraal instrument binnen de ruimtelijke ordening voor de gemeente. Het primaat van de bestemmingsplanbevoegdheid zal dus op gemeentelijk niveau komen te liggen. De goedkeuringstaak van de provincies ten aanzien van vastgestelde bestemmingsplannen vervalt. De provincie verliest een aantal bevoegdheden, maar daartegenover staat dat provincie en rijk nieuwe ingrijpende bevoegdheden krijgen. Er is een belangrijke rol weggelegd voor nieuwe sturingsinstrumenten die de uitvoerende kant van het ruimtelijk beleid vorm kunnen geven. Een initiërende overheid die haar publieke verantwoordelijkheid wil nemen moet immers wel kunnen beschikken over voldoende beleidsinstrumenten om projecten tot een goed einde te brengen.Er komt bijvoorbeeld een mogelijkheid om een eigen provinciaal bestemmingsplan op te stellen bij een specifiek provinciaal belang, waarbij er voor de gemeente geen beleidsvrijheid meer is. Voorts krijgen provinciale staten de bevoegdheid projectbesluiten te nemen. Het huidige streekplan en structuurplan zullen plaats maken voor gemeentelijke en provinciale structuurvisies, waarin de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen en hoofdzaken van ruimtelijk beleid worden geformuleerd. Voor het inzetten van deze instrumenten dient altijd sprake te zijn van een ‘provinciaal belang’. Dit begrip kan nader worden ingevuld door de provincie en vraagt om visievorming omtrent ruimtelijke onderwerpen en thema’s. Daarnaast mag de provincie zelf beslissen welke instrumenten zij wanneer wenst in te zetten, omdat de wet hierover geen uitsluitsel geeft. Doel is echter om eerst via bestuurlijk overleg of door middel van de inzet van bepaalde (niet-juridische) instrumenten tot onderlinge afstemming te komen met de lokale overheden en duidelijk te maken welk beleid juridisch naar hen doorwerkt.7 Omdat iedere provincie binnen een eigen context opereert met een grote verscheidenheid aan ruimtelijke partners en opgaven, is er altijd maatwerk nodig.
URI: http://hdl.handle.net/1820/1401
Appears in Collections:- School of Law MSc

Files in This Item:

File Description SizeFormat
RWANeven-Horonyjan2008.pdf303.86 kBAdobe PDFView/Open
View Statistics

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.

 

Valid XHTML 1.0! Copyright © 2003 - 2010 Open Universiteit - Feedback