|
Indexed in 
|
DSpace at Open Universiteit >
l. Master Thesis >
- School of Science >
Please use this identifier to cite or link to this item:
http://hdl.handle.net/1820/1412
|
| Title: | De incidentie van kanker bij laboratoriummedewerkers in Nederland |
| Authors: | Scholten, Marijke WI |
| Keywords: | kanker laboratoriummedewerkers risico |
| Issue Date: | Apr-2008 |
| Publisher: | Open Universiteit Nederland |
| Abstract: | Achtergrond: Werknemers in researchlaboratoria staan bloot aan diverse carcinogene agentia. Na het
optreden van een cluster van relatief zeldzame tumoren in het Pasteur Instituut in Parijs (1989),
ontstond ongerustheid over de risico’s die het werken in researchlaboratoria met zich meebrengt.
Doel: Het onderzoek dat aan dit verslag ten grondslag ligt heeft als doel de vraag te beantwoorden:
‘Hebben laboratoriummedewerkers van researchlaboratoria ten gevolge van blootstellingen op het
werk een hogere kankerincidentie dan andere medewerkers van diezelfde instellingen?’
Methode: Om dit doel te bereiken is een cohort samengesteld van 7305 medewerkers van de
researchlaboratoria van vier Nederlandse onderzoeksinstitituten en een controlegroep van 2403
personen die bij dezelfde instituten werkten, maar niet in de laboratoria. Allen waren in de periode
1960-1992 minstens een jaar bij één van de instituten werkzaam. Voor het gehele cohort is onderzoek
gedaan naar de mortaliteit tussen 1960 en 2006 en de kankerincidentie in de periode 1989-2003. Het
bleek niet mogelijk om de sterfte voor de hele periode uit te splitsen naar verschillende doods-
oorzaken. Gegevens over de kankerincidentie zijn afkomstig van de Nederlandse Kanker Registratie
(NKR). De kankerincidentie is uitgesplitst naar verschillende soorten kanker en naar enkele vooraf
gedefiniëerde typen laboratoria. Om de mortaliteit en de kankerincidentie tussen de laboratorium-
medewerkers en de controlegroep te vergelijken is gebruik gemaakt van het Cox proportional hazard
model. Op basis van literatuuronderzoek werd extra aandacht besteed aan de incidentie van de
volgende vormen van kanker: longkanker, pancreaskanker, borstkanker, maligne hersentumoren en
non-Hodgkin lymfoom. Er zijn voor dit cohort geen gegevens beschikbaar over de individuele bloot-
stelling aan potentieel kankerverwekkende agentia. Om op groepsniveau een indicatie te kunnen geven
over de blootstelling, is aan 2536 werknemers (zowel laboratoriummedewerkers als mensen uit de
controlegroep) een enquête gestuurd. De vragen hadden betrekking op de blootstelling aan carcino-
gene agentia op het werk en de aanwezigheid en het gebruik van veiligheidsvoorzieningen. De enquête
is door 1633 personen ingevuld en teruggestuurd. Aanvullende informatie over de blootstelling werd
verkregen uit een enquête onder 98 hoofden van laboratoria.
Resultaten: De sterfte onder laboratoriummedewerkers over de periode 1960-2006 was niet verhoogd
ten opzichte van de sterfte in de controlegroep, gecorrigeerde Hazard Ratio (gecorr. HR) voor vrou-
wen: 0,9; 95% Betrouwbaarheidsinterval (95% BI) 0,72-1,15; gecorr. HR voor mannen 1,0; 95% BI
0,85-1,19. Ook de kankerincidentie voor alle vormen van kanker samen (1989-2003) was niet
verhoogd, gecorr. HR voor mannen 0,9; 95% BI 0,68-1,14; gecorr. HR voor vrouwen 0,8; 95% BI
0,57-0,99. Voor long-, pancreas- en borstkanker, maligne hersentumoren en non-Hodgkin lymfoom
werd geen verhoogde incidentie waargenomen. De incidentie van leverkanker was hoger dan
verwacht, maar deze verhoging kan niet worden toegeschreven aan werkgebonden blootstelling aan
carcinogene agentia. Een Cox analyse van de incidentie van leverkanker was niet mogelijk omdat de
incidentie voor deze vorm van kanker in de controlegroep nul was.
De incidentie van hematopoïetische maligniteiten was verhoogd, gecorr. HR voor mannen 1,5; 95% BI
0,54-4,27 en voor mannen en vrouwen samen 2,5; 95% BI 1,00-6,32. Maar pas na correctie voor
enkele confounders werd het resultaat statistisch (marginaal) significant verhoogd. Het toeval lijkt hier
een rol te spelen, de incidentie in de controlegroep was lager dan verwacht. Bij de uitsplitsing naar de
verschillende typen laboratorium werd een verhoogde kankerincidentie gevonden voor mannen in
laboratoria voor genetica, gecorr. HR 2,3; 95% BI 1,05-4,97 en een verlaagde voor vrouwen in labo-
ratoria voor biologie, proefdieren en fysiologie, gecorr. HR 0,4; 95% BI 0,28-0,72.
Er zijn veel vergelijkingen gemaakt waardoor er een grote kans bestaat op toevalsbevindingen.
Conclusies: De vraag of laboratoriummedewerkers van researchlaboratoria ten gevolge van blootstel-
lingen op het werk een hogere kankerincidentie hebben dan andere medewerkers van diezelfde instel-
lingen, kon niet bevestigend beantwoord worden. Wel lijkt er voor de hematopoïetische maligniteiten
een verhoogd risico te bestaan. |
| URI: | http://hdl.handle.net/1820/1412 |
| Appears in Collections: | - School of Science
|
Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.
|