Open Universiteit
   About DSpace Software Open Universiteit border=

DSpace at Open Universiteit >
l. Master Thesis >
- School of Management >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/1446

Title: De invloed van de organisatie van de arbeid op kennisproductiviteit: een explorerend onderzoek in literatuur en praktijk
Other Titles: The influence of the organization of labour on knowledge productivity: an explorative research in theory and practice
Authors: Bakker, Karlijn
Keywords: kennisproductiviteit
kennisintensief
organisatie-inrichting
Issue Date: Jun-2008
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Kennis wordt steeds belangrijker in ontwikkelde economieën. Het verhogen van de kennisproductiviteit dus ook. Echter kennisproductiviteit is moeilijk te meten en dit maakt ook het verhogen ervan lastig. De doelstelling van dit onderzoek is het in kaart brengen van relaties tussen de inrichting van een kennisintensieve organisatie en de kennisproductiviteit ervan. Zodoende kan inzichtelijk gemaakt worden hoe een organisatie moet worden ingericht om de kennisproductiviteit te optimaliseren. Ik heb dit gedaan door de theorie met de praktijk te vergelijken. Dit onderzoek wordt gezien als een verkennende studie. De hoofdvraag van dit onderzoek is: Wat is de invloed van de organisatie-inrichting op de kennisproductiviteit? Deze hoofdvraag is opgesplitst in de volgende deelvragen: 1. Hoe kan het begrip organisatie van de arbeid worden ontleed? 2. Hoe kan het begrip kennisproductiviteit worden ontleed? 3. Wat is de relatie tussen de verschillende onderdelen van de organisatie van de arbeid en kennisproductiviteit? 4. Wat is het standpunt van praktijkdeskundigen ten aanzien van de relatie tussen de organisatie van de arbeid en kennisproductiviteit? 5. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen ‘de theorie’ en ‘de praktijk’ voor wat betreft de relatie tussen de organisatie van de arbeid en kennisproductiviteit? De organisatie van de arbeid is ontleed aan de hand van het sociotechnische model. In dit model wordt er vanuit gegaan dat veranderingen in de organisatie van de arbeid invloed hebben op drie resultaatgebieden: kwaliteit van de organisatie, kwaliteit van de arbeid en kwaliteit van de arbeidsrelatie. Kennisproductiviteit valt onder het resultaatgebied kwaliteit van de organisatie. De drie resultaatgebieden kunnen wel individueel bestudeerd worden, maar moeten, bij het herontwerpen van een organisatie, integraal aangepakt worden. De organisatie van de arbeid kan worden onderverdeeld in vier aspecten: de productiestructuur, de besturingsstructuur, de informatiestructuur en de ondersteunende systemen. In de theorie gevonden relaties tussen kennisproductiviteit en deze onderdelen concentreren zich vooral op de eerste drie aspecten. De invloed van de ondersteunende systemen is daarom in het praktijkgedeelte niet meegenomen. De theorie is aan de praktijk getoetst door middel van het voorleggen van een aantal stellingen aan managers in de praktijk. Deze stellingen zijn opgesteld aan de hand van de in de theorie veel genoemde verbanden tussen kennisproductiviteit en de drie aspectstructuren (productiestructuur, besturingsstructuur en informatiestructuur). Het gaat om de volgende zes stellingen: Productiestructuur: 1. Een professional werkt het best alleen (en die moet je dus niet in een team stoppen). 2. Een professional stelt zijn eigen doelen en bepaalt zelf hoe hij ze bereikt Besturingsstructuur: 3. Een professional mag fouten maken 4. De manager is verantwoordelijk voor de productiviteit van de kenniswerker Informatiestructuur 5. Een professional heeft dagelijks feedback nodig op de manier van werken. 6. Een kenniswerker komt ook zonder kennismanagementstructuur aan de benodigde kennis. Uit deze interviews volgden de volgende overeenkomsten en verschillen tussen de richtlijnen uit de literatuur (‘de theorie’) en de ideeën van de managers hierover (‘de praktijk’): • Theorie bekijkt teamwerk vanuit de menselijke kant (gelijkheid, waardering). Praktijk kijkt meer vanuit organisatorisch perspectief (beter eindresultaat). • Theorie en praktijk vinden teamwerk bevorderlijk voor de productiviteit • Theorie vindt doelen stellen een duidelijke taak van het management. Praktijk geeft de kenniswerker hier ook een stem in. • Theorie wil zeer duidelijke doelen, praktijk laat de doelen wat vager. • Theorie en praktijk bieden de kenniswerker regelmogelijkheden • Theorie en praktijk zien de gevaren van een angstcultuur • In de praktijk blijft het maken van fouten niet altijd zonder gevolgen. • Zowel theorie als praktijk heeft moeite met het aanwijzen van een verantwoordelijke voor de kennisproductiviteit. • In de praktijk dient feedback vooral om het gestelde eindresultaat niet uit het oog te verliezen. In de theorie heeft het een veel breder doel. • Kennismanagement is voor theorie en praktijk belangrijk voor de productiviteit • De praktijk hanteert een bredere definitie van kennismanagement. Zowel in de theorie als in de praktijk blijkt de drie onderdelen van de organisatie van de arbeid invloed te hebben op de kennisproductiviteit. In de productiestructuur bleek teamwerk een belangrijke factor die het werk efficiënter en effectiever maken. In de besturingsstructuur was autonomie (regelmogelijkheden) belangrijk. In de informatiestructuur was een kennismanagementstructuur erg belangrijk. Geconcludeerd kan worden dat deze aspecten over het algemeen worden gezien als belangrijke beïnvloeders van de kennisproductiviteit. Dat wil niet zeggen dat andere aspecten niet belangrijk zijn. Deze werden alleen in mindere mate genoemd.
URI: http://hdl.handle.net/1820/1446
Appears in Collections:- School of Management

Files in This Item:

File Description SizeFormat
MWKarlijnBakkerjuni2008.pdf1.01 MBAdobe PDFView/Open
View Statistics

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.

 

Valid XHTML 1.0! Copyright © 2003 - 2010 Open Universiteit - Feedback