Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/1535
Title: Immateriële schadevergoeding: aansprakelijkheid jegens indirecte slachtoffers
Authors: Enting, Corry
Keywords: aansprakelijkheidsrecht
schade
schadevergoeding
slachtoffers
Issue Date: Apr-2008
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: De probleemstelling in deze scriptie is: wanneer is er, in het kader van immateriële schade, sprake van aansprakelijkheid jegens indirecte slachtoffers? Uit het onderzoek kwam naar voren dat het bij aansprakelijkheid jegens indirecte slachtoffers draait om de relativiteit. Beoogt de geschonden norm het indirecte slachtoffer ook te beschermen? In het Taxibus-arrest waar het gaat om schending van een verkeersnorm stelt de Hoge Raad dat de geschonden norm ook het indirecte slachtoffer beoogt te beschermen indien er wordt voldaan aan een aantal bijkomende vereisten. Er is jegens het indirecte slachtoffer onrechtmatig gehandeld indien bij hem door de waarneming van het ongeval of door directe confrontatie met het ongeval een hevige emotionele shock wordt teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit, hetgeen zich met name zal voordoen indien het indirecte slachtoffer een nauwe affectieve relatie heeft met het directe slachtoffer. Zo laat de Hoge Raad de onrechtmatigheid als het ware afhangen van de relativiteit. Het woordje ‘jegens’ impliceert relativiteit. De door de Hoge Raad gestelde nadere vereisten beperken de kring van gerechtigden. De beperking ligt voornamelijk in de wijze van ontstaan (relativiteit = confrontatieaspect) en de aard van het geschonden belang (de schade = psychiatrisch ziektebeeld). De nadere vereisten die de Hoge Raad in het Taxibus-arrest voor aansprakelijkheid stelt zijn door de formulering enigszins flexibel. Met betrekking tot het confrontatieaspect stelt de Hoge Raad niet als vereiste dat men het ongeval heeft waargenomen, ook confrontatie kort daarna is mogelijk. Hoe kort kort moet zijn maakt de Hoge Raad niet duidelijk. Daarnaast is een erkend psychiatrisch ziektebeeld niet altijd noodzakelijk. Uit de jurisprudentie blijkt echter dat lagere rechters vrijwel altijd een erkend psychiatrisch ziektebeeld noodzakelijk achten. Ernstig psychisch letsel wordt gezien als aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106 lid 1 onder b BW, waardoor vergoeding van de immateriële schade mogelijk wordt. Uit de onderzochte lagere jurisprudentie blijkt dat het vereiste van een erkend psychiatrisch ziektebeeld vaak een hoge drempel is, waardoor er geen schadevergoeding toegekend wordt. Het Taxibus-arrest heeft reflexwerking naar andere rechtsgebieden.
URI: http://hdl.handle.net/1820/1535
Appears in Collections:Master of Laws

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
RWCorryEnting-april2008.pdf316.62 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.