Open Universiteit
   About DSpace Software Open Universiteit border=

DSpace at Open Universiteit >
l. Master Thesis >
- School of Law MSc >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/4274

Title: De externe rechtspositie van de psychiatrische patiënt in de Wet BOPZ vergeleken met het Wetsvoorstel verplichte GGZ
Other Titles: Leidt het wetsvoorstel tot een betere rechtsbescherming?
Authors: Holland, S.J.
Keywords: Wet BOPZ
Wetsvoorstel verplichte GGZ
gedwongen opneming
rechterlijke machtiging
Issue Date: 4-May-2012
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: In deze scriptie worden de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: de Wet Bopz) en diens beoogde opvolger, te weten het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: het Wetsvoorstel verplichte GGZ) met elkaar vergeleken. Bezien wordt of na inwerkingtreding van de nieuwe regeling sprake is van een versterking van de externe rechtspositie van de psychiatrische patiënt. Met het wetsvoorstel wordt immers mede beoogd de rechtspositie van de psychiatrische patiënt te versterken. In de Wet Bopz worden procedureregels gegeven voor de gedwongen opneming van personen die als gevolg van een geestelijke stoornis gevaar veroorzaken voor zichzelf of voor hun omgeving. In het Wetsvoorstel verplichte GGZ staat, anders dan in de Wet Bopz, niet de gedwongen opneming centraal. Andere interventies dan de gedwongen opneming zijn met behulp van het wetsvoorstel – in casu met een rechterlijke machtiging – eveneens mogelijk. Dit alles onder de noemer van ‘zorgbehoefte.’ Verder is een belangrijke wijziging dat het gevaarscriterium en het bereidheidscriterium zijn vervangen door het schadecriterium, respectievelijk het verzetscriterium. Deze nieuwe criteria tasten de externe rechtspositie aan doordat meer mensen opgenomen kunnen worden dan mogelijk is met de Wet Bopz. Bovendien maakt de objectieve toets uit de Wet Bopz plaats voor een subjectieve toets zodra het wetsvoorstel tot wet verheven is. Die subjectieve toets is in strijd met de rechtspraak van het EHRM. In het wetsvoorstel wordt een commissie verplichte GGZ geïntroduceerd. Dat is nieuw ten opzichte van de Wet Bopz. Deze multidisciplinair samengestelde commissie kreeg aanvankelijk een adviserende rol toebedeeld in de procedure van gedwongen zorg. Ten tijde van dit onderzoek was nog niet duidelijk of de multidisciplinaire commissie bestaansrecht zou houden, en zo ja, in welke vorm. Mocht zij echter – onverhoopt – belast gaan worden met het nemen van de beslissing over gedwongen zorg dan zou dat een aanzienlijke verschraling van de externe rechtspositie van de psychiatrische patiënt betekenen ten opzichte van diens externe rechtspositie onder de vigeur van de Wet Bopz. Bij deze laatste wet is immers sprake van een voorafgaande rechterlijke toetsing. Een dergelijke toetsing is dusdanig essentieel dat daar niet van afgeweken zou moeten worden. Ondanks dat er ook aspecten in het wetsvoorstel aanwezig zijn die de externe rechtspositie van de psychiatrische patiënt kunnen versterken, zoals de mogelijkheid van hoger beroep, is per saldo, gelet op het voorgaande geen sprake van een versterking van de externe rechtspositie van de psychiatrische patiënt.
URI: http://hdl.handle.net/1820/4274
Appears in Collections:- School of Law MSc

Files in This Item:

File Description SizeFormat
holland.pdf209.04 kBAdobe PDFView/Open
View Statistics

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.

 

Valid XHTML 1.0! Copyright © 2003 - 2010 Open Universiteit - Feedback