Open Universiteit
   About DSpace Software Open Universiteit border=

DSpace at Open Universiteit >
l. Master Thesis >
- School of Law MSc >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/4283

Title: Geen tijd om vroegtijdig te beslissen, wel tijd om de schade te herstellen?
Other Titles: Nut en noodzaak van de Wet dwangsom en beroep bij niet-tijdig beslissen
Authors: Lottum, S.X. van
Keywords: dwangsom
direct beroep
tijdig besluit
rechtsbescherming
bestuursorgaan
Issue Date: 7-May-2012
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: De Nationale Ombudsman, de Algemene Rekenkamer en de Commissies voor de evaluatie van de Algemene Wet Bestuursrecht hebben alle een evaluerende rol ten aanzien van de kwaliteit van het functioneren van de overheid. Reeds jaren lang tonen diverse evaluaties en onderzoeken van deze organen aan dat tijdig beslissen het grootste knelpunt is in de uitvoering van overheidstaken door bestuursorganen. Deze constateringen hebben telkens weer geleid tot actie in allerlei vormen. Er is een oproep gedaan om meer tussentijdse informatie te verstrekken, er zijn organisatorische veranderingen doorgevoerd en er is opgeroepen om te leren van elkaar. Ook worden preventieve maatregelen voorgesteld zoals het invoeren van een toets op de uitvoerbaarheid van de in te voeren maatregel, extra alertheid op de kwaliteit van het primaire besluit en betere communicatie met de burger in ieder fase. Opmerkelijk is vooral het feit dat vaak is aangedrongen op de ontwikkeling van een effectief voortgangsbewakingssysteem. Iets dat tot op de dag van vandaag nog steeds niet is gerealiseerd. Op grond van de regelingen die bestonden voor invoering van de Wet Dwangsom zou er sprake moeten zijn van voldoende rechtsbescherming tegen traag besluitende overheidsorganen, maar in de praktijk blijkt dit niet het geval. Hoewel zowel in het bestuursrecht als in het civiele recht meerdere wegen openstaan blijken burgers en bedrijven hiervan onvoldoende gebruik te maken. Naast het klagen bij het bestuursorgaan zelf staat ook bezwaar en beroep open als een bestuursorgaan te laat besluit. In spoedeisende gevallen kan de burger een voorlopige voorziening vragen bij de bestuursrechter. In het civiele recht is er nog de mogelijkheid een schadevergoeding te vragen op grond van onrechtmatige daad. Er moet dan wel aan meerdere vereisten zijn voldaan, tenminste moet er sprake zijn van geleden schade door het te laat genomen besluit. Procedurele en praktische bezwaren weerhouden de burger er vaak van op te komen tegen traag besluitende bestuursorganen. Uiteindelijk heeft de wetgever besloten tot een juridische maatregel, de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (hierna te noemen: de Wet Dwangsom). Omdat ik mij af vraag of deze juridische maatregel daadwerkelijk nodig is om het probleem van traag besluitende bestuursorganen op te lossen heb ik in deze scriptie de volgende vraag gesteld: “Op welke wijze realiseert de overheid tijdige besluitvorming door bestuursorganen én effectieve rechtsbescherming voor de burger tegen niet-tijdige besluitvorming door bestuursorganen?”. De Memorie van Toelichting van de Wet Dwangsom laat geen onduidelijkheid bestaan over het doel dat wordt nagestreefd met het indienen ervan. De termijnen waarbinnen de overheidsorganen in de praktijk beslissingen nemen moeten worden verkort. Dit moet worden bereikt door burgers en bedrijven extra rechtsmiddelen in handen te geven zoals de dwangsomregeling en het overslaan van de bezwaarfase. Als een bestuursorgaan niet in staat blijkt te zijn binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijn te beslissen, kan een dwangsomregeling een extra stimulans vormen om afdoende maatregelen te nemen. Men ging bij de wetgeving en invoering niet over één nacht ijs. Het wetgevingsproces heeft jaren geduurd. Dit heeft onder meer geleid tot de volledige doorlichting van alle beslistermijnen en eventuele aanpassing daarvan. Algemene conclusie is dat alle betrokken partijen van mening waren dat er iets gedaan moest worden aan de traag beslissende bestuursorganen. Er is in het hele proces nauwelijks meer getwijfeld aan de noodzaak van deze juridische maatregel, er is slechts gediscussieerd over de inhoud ervan. Alvorens de burger een beroep op de dwangsomregeling kan doen of op grond van de Wet Dwangsom de bezwaarfase kan overslaan dient de burger het bestuursorgaan in gebreke te stellen. Dit kan op het moment dat de beslistermijn is overschreden of indien de redelijke termijn (ingeval van het ontbreken van een beslistermijn) is overschreden. De ingebrekestelling heeft tot doel het bestuursorgaan attent te maken op het feit dat er zo spoedig mogelijk moet worden besloten. Met deze ingebrekestelling wordt beoogd zoveel mogelijk gerechtelijke procedures te voorkomen. Mocht het bestuursorgaan twee weken na de ingebrekestelling nog steeds niet hebben besloten, dan is de burger gerechtigd een dwangsom te claimen of direct beroep bij de rechter in te stellen. Als de burger verwacht dat na het doorlopen van deze procedure ook zeker een besluit is genomen komt hij bedrogen uit. Na betaling van de dwangsom is niet gezegd dat er ook een besluit is genomen. In de procedure van direct beroep hoeft de rechter slechts vast te stellen of er inderdaad te laat is besloten. In het geval dat de rechter tot de conclusie komt dat er te laat is besloten geeft deze een termijn waarop het bestuursorgaan alsnog een besluit moet nemen. Vaak zal daaraan dan een dwangsom worden verbonden die fors hoger kan uitvallen dan de eerdergenoemde dwangsomregeling. Enkele evaluaties, voornamelijk gedaan bij gemeenten, hebben uitgewezen dat de burger in het algemeen nog weinig gebruik maakt van de mogelijkheden die de Wet Dwangsom biedt. Er is sprake van een verbetering van het aantal tijdig genomen besluiten, maar of dit toe te schrijven is aan de invoering van de Wet Dwangsom valt nog te bezien. Het is goed mogelijk dat de toegenomen aandacht voor het onderwerp én de vooraf reeds genomen organisatorische maatregelen dit positieve effect hebben veroorzaakt. Ook de verruiming van een aantal beslistermijnen voorafgaand aan de invoering van de Wet Dwangsom kunnen deze verbetering hebben veroorzaakt. Al met al ben ik van mening dat er niet één specifieke oplossing is, maar dat de oplossing van dit vraagstuk moet worden gevonden in een mix van maatregelen, waarbij het belangrijk is in een zo vroeg mogelijk stadium de problemen te ondervangen. Om snelle besluitvorming te bevorderen zullen alle schakels in de keten doordrongen moeten zijn van het belang ervan. Het geven van inzage in het proces, gedegen opleiding, strakke sturing en waar nodig het uitbreiden van capaciteit zijn allemaal organisatorische maatregelen waarvan ik mij afvraag of deze voldoende zijn toegepast. Daarnaast is een cultuuromslag vereist. Er zal gericht (aan)gestuurd moeten worden op een dienstverlenende houding en het persoonlijk in gesprek gaan met de aanvrager. Het is van belang om minder te schrijven en meer te bellen en de aanvrager op de hoogte te houden van de fase waarin de besluitvorming zich bevindt en de eventuele knelpunten. Het is een schone taak voor de regering om budget vrij te maken voor de ontwikkeling van een adequaat, breed inzetbaar en efficiënt voortgangsbewakingssysteem dat de juiste bestuurlijke informatie genereert om goed op dit proces te kunnen sturen. Mochten bestuursorganen ondanks deze maatregelen toch nog te laat beslissen dan is er naar mijn mening maar één remedie. Hard ingrijpen. Volgens mij is het dé oplossing om rechters recht te laten spreken en de vrijheid te geven (binnen kaders) hun inhoudelijk besluit in de plaats te stellen van het niet tijdig genomen besluit. Dit is de ultieme straf voor het bestuursorgaan omdat men hiermee de regie uit handen moet geven op de hen opgedragen taken. Des te sneller zullen zij zorgen dat ze alles op orde hebben. Om dit zonder al teveel problemen te laten verlopen vind ik het (ondanks alle kansen die er al zijn geweest) redelijk om bestuurorganen enige tijd te geven de zaken op orde te brengen. Ik concludeer dat de Wet Dwangsom niet de meest geëigende oplossing is voor het probleem van traag beslissende overheidsorganen.
URI: http://hdl.handle.net/1820/4283
Appears in Collections:- School of Law MSc

Files in This Item:

File Description SizeFormat
vanlottum.pdf933.31 kBAdobe PDFView/Open
View Statistics

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.

 

Valid XHTML 1.0! Copyright © 2003 - 2010 Open Universiteit - Feedback