Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/4552
Title: Wonen in energiezuinige woningen. Hoe gezond en tevreden zijn de bewoners?
Other Titles: Living in low energy houses. How healthy and content are the residents?
Authors: Hakkenes, Monique
Issue Date: 27-Nov-2012
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Samenvatting - Ieder huishouden gebruikt energie. Huishoudens gebruiken 22% van de totale hoeveelheid elektriciteit en 35% van de totale hoeveelheid aardgas die in Nederland gebruikt wordt. Wordt gekeken naar het energiegebruik van de gebouwde omgeving in Nederland, dan gebruiken huishoudens 42% van de elektriciteit en 60% van het aardgas. De meeste energie in een woning wordt gebruikt voor verwarmen (ongeveer 50%), bereiding van warm water (ongeveer 20%) en het gebruik van apparatuur. De energiebehoefte wordt voornamelijk door fossiele brandstoffen voldaan, maar fossiele brandstoffen veroorzaken milieuproblemen zoals de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien is de voorraad fossiele brandstoffen eindig. Daarom wordt er steeds energiezuiniger gebouwd. Hoe gezond en tevreden bewoners van energiezuinig gebouwde woningen zijn is de onderzoeksvraag van deze studie. Warmte in de woning gaat met name verloren door de schil van het gebouw (68%) en door ventilatie (20%). De energie die nodig is voor verwarmen en ventilatie kan gereduceerd worden door de schil van het gebouw te isoleren, de keuze van ventilatie- en verwarmingsapparatuur (gebouwgebonden apparatuur), terugwinnen van warmte bij ventilatie, optimaal gebruik maken van zonnewarmte en het gebruiken van duurzame energiebronnen. Bouwkundige maatregelen spelen een belangrijke rol omdat zij de hele levensduur van de woning meegaan en nauwelijks te veranderen zijn. Dit in tegenstelling tot de installatie. Regelgeving beïnvloedt het energiegebruik van de gebouwgebonden apparatuur sterk. Een belangrijk voorbeeld van regelgeving is de Energie Prestatie Norm (EPN) met daaraan gekoppeld de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC), die het maximaal toelaatbare gebouwgebonden primaire energiegebruik van nieuwbouwwoningen aangeeft. Bewoners van de woning spelen een grote rol in het energiegebruik. Een woning kan nog zo energiezuinig gebouwd worden, als de bewoner niet op zijn gedrag let, hebben de energiezuinige maatregelen weinig effect. De twee belangrijkste voorbeelden van gedrag wat bewoners van energiezuinig gebouwde woningen moeten veranderen zijn geen ramen openzetten bij gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning en de thermostaat ‟s-nachts niet lager zetten bij lage temperatuur verwarming. Verder moet er in goed geïsoleerde woningen rekening gehouden worden met de interne warmtelast: bij gebruik van elektrische apparatuur ontstaat warmte, die in een goed geïsoleerde woning minder goed weg kan. Ook moet de gebouwgebonden apparatuur goed onderhouden worden: niet goed onderhouden apparatuur gebruikt meer energie en werkt minder goed. Het is moeilijk om gedrag van mensen te veranderen en men wil geen comfort inleveren om energie te besparen. Ontwerpers moeten zich daarom realiseren dat het riskant is om van bewoners te vragen om gewoontegedrag te wijzigen. Verkeerd gebruik van de apparatuur in combinatie met een goed geïsoleerde woning kan een negatieve invloed hebben op het binnenklimaat. Dit kan gevolgen voor de gezondheid van de bewoners hebben. Met name ventilatie is belangrijk omdat dit nodig is voor het handhaven van een gezond binnenmilieu. Hoe meer er geventileerd wordt, hoe beter het binnenmilieu. Maar ventilatie heeft ook invloed op het energiegebruik en het thermisch comfort. Ook kunnen ventilatiesystemen (net zoals verwarmingssystemen) geluidsoverlast geven en stof in beweging zetten. Naast het binnenklimaat hebben het thermische binnenklimaat en daglichttoetreding invloed op het welbevinden en de gezondheid. Met behulp van een enquête is onderzocht wat de verschillen zijn tussen energiezuinige en niet energiezuinig gebouwde woningen, wat betreft tevredenheid met de woning, gebruik apparatuur, gedrag en gezondheid van de bewoners. Uit de enquête kwam naar voren dat oudere, niet energiezuinig gebouwde woningen het beste worden gewaardeerd, onder andere omdat men in deze woningen meer invloed kan uitoefenen op het instellen van de temperatuur in de woning en de ventilatie. Vooral het open kunnen zetten van een raam is een belangrijke factor, wat in energiezuinig gebouwde woningen vaak niet mogelijk is. Bewoners van nieuwere, niet energiezuinig gebouwde woningen zijn niet tevreden met de temperatuur in de woning in de zomer. Energiezuinig gebouwde woningen hebben vaak een warmtepomp die ook kan koelen, zodat het in deze woningen niet te warm wordt. In goed geïsoleerde woningen met energiezuinige apparatuur voor ventilatie en verwarmen weten de bewoners minder goed hoe de apparatuur werkt en de bewoners hebben vaker een (onterecht) vermoeden dat eventuele gezondheidsklachten door de woning komen. Wat energie gerelateerd bewonersgedrag betreft is er bij alle typen woningen verbetering mogelijk, met name bij de tijd die men onder de douche staat, het lager zetten van de verwarming als men de woning verlaat (met name bij oudere woningen) en het ventilatiegedrag. Bewoners van energiezuinig gebouwde woningen geven aan met het binnenmilieu in de woning bezig te zijn, maar vaak gebeurt dit niet op de goede manier, waardoor onnodig energie verloren gaat, zoals het dagelijks openzetten van ramen. Wat de gezondheid betreft hebben bewoners van nieuwe, niet energiezuinig gebouwde woningen de meeste klachten. Kinderen die in oude, niet energiezuinig gebouwde woningen wonen hebben de minste klachten. Apparatuur om de woning energiezuiniger te maken lijkt in dit onderzoek geen negatief effect te hebben op het aantal gezondheidsklachten: in woningen met mechanische aanvoer van de buitenlucht hebben de bewoners ongeveer evenveel klachten als in identieke woningen met natuurlijke aanvoer. Volwassen bewoners van woningen met een warmtepomp hebben iets minder klachten als bewoners van identieke woningen met een HR- ketel. De energiezuinig gebouwde woningen gebruiken ongeveer de helft van de energie die de oudere woningen gebruiken. Als er naar het primaire energiegebruik gekeken wordt, dan zijn de energiezuinig gebouwde woningen nog steeds het meest energiezuinig, maar het verschil is minder groot: niet energiezuinig gebouwde woningen met een relatief laag energiegebruik, gebruiken nu evenveel energie als energiezuinig gebouwde woningen met een relatief hoog energiegebruik. De uit deze studie naar voren gekomen onbekendheid met energiebesparende gebouwgebonden apparatuur en bewonersgedrag maakt duidelijk dat bewoners van zowel oude als nieuwe woningen voorgelicht moeten worden over correct gebruik van gebouwgebonden apparatuur, de gezondheidseffecten van bepaald gedrag en wat men zelf kan doen om deze effecten de minimaliseren. Bij voorlichting moet er een onderscheid gemaakt worden tussen oude en nieuwe woningen. Voor bewoners van oudere woningen moet de voorlichting vooral gericht zijn op het isoleren van de woning, gasgebruik voor verwarming en manier van ventileren. Voor bewoners van nieuwe woningen moet de voorlichting vooral gericht zijn op juist ventileren, gebruik van apparatuur en warmwatergebruik. Een gebruiksaanwijzing bij een woning kan de bewoners ondersteunen bij het vertonen van het juiste gedrag. Summary - Every household uses energy. Residential developments in the Netherlands will consume 22% of the total amount of electricity produced and 35% of of the total amount of gas extracted. With respect to urban energy consumption in the Netherlands, this will take up 42% of electricity and 60% of natural gases available. Most of the energy resources residential properties and tenements employ are for heating (approximately 50%), boiling water (about 20%), and running electrical household goods. Energy requirements are currently still largely being met by fossil fuels – yet fossil fuels will also bring on environmental issues (e.g. CO2 emission). Besides, fossil fuel deposits are finite: the very reason that construction is carried out with increasing awareness of energy economics involved. Hence, this study is about the state of health and wellbeing of residents living in energy-friendly housing. Loss of interior heat occurs mainly via the structure's "peel" (68%) and also because of ventilation (20%). Energy requirements for heating and ventilation may be reduced by insulating the “peel”, choice (i.e structure-related) ventilation and heating units, regaining heat loss as caused by ventilation, optimal usage of solar conduits and employing durable energy resources. Preliminary architectural precautions should be a major feature too, since those will actually be there as long as the structure's will be in existence and can hardly be altered; this in contrast with matters relating to installation. A strong influence on structure-related energy commodities is regulation. An illustrious example of this is EPN (Energie Prestatie Norm – the meaning of which is Energy Achievement Standard), in association with EPC (standing for Energie Prestatie Coëfficiënt – Energy Achievement Coefficient, in English); both are serving as indicators for the maximum ceiling permissible – as far as new residential development is concerned – with regard to structure-related primary energy consumption. Another major factor in energy deployment is people inhabiting the property: a residential development may have been designed and constructed with the greatest possible attention to energy economics – but this will amount to very little if the occupants are not aware of their own behaviour. Two of the most important occurrences as to conduct inhabitants of an energy-friendly development should be altering, with a view of regaining heat, are leaving windows open whilst using balanced ventilation and refraining from turning the thermostat down if the radiator's temperature is already low. Pressures on interior heat should also be taken into account: from active electrical gadgets surplus heat will derive – which, in a well-insulated structure, is less likely to escape. Structure-related energy-saving equipment should also be conscientiously maintained: if general maintenance leaves anything to desire, energy consumption is likely to mount and may even cause malfunctions. Changing human behaviour remains problematic, generally speaking, since people are not really prepared, broadly, to relinquish luxury in order to save on energy. Therefore, designers should be well aware of the risks connected with ordering inhabitants to abandon their behavioural comfort zones. Incorrect usage of equipment, if combined with a property well-insulated, may negatively affect interior climate regulation – which might lead to health consequences for the occupants involved. Hence, ventilation – more in particular – is of importance, since this is necessary in order to maintain a sound interior environment: the more ventilation there is, so much the better the quality of the interior environment will be. Ventilation, however, will also be of influence on overall energy levels and, furthermore, thermal comfort. Additionally, ventilation systems may cause noise pollution (just like heating systems) and move dust particles around. After interior climate regulation, thermal conditions and daylight entry will also have an effect on health and wellbeing. Aiding to understanding the differences between energy-specific and none-energy-specific residences – with respect to inhabitant satisfaction regarding their house, use of equipment, behavioural patterns and general health – was a survey. From this transpired that older buildings not designed with energy economics in mind are best appreciated, since in this type of residential housing more influence can be asserted as to – amongst others – regulating temperature and ventilation. Being able to open a window, especially, seems of the essence – something all too often impossible in an energy-friendly design. On the other hard, inhabitants of newer developments in which, originally, energy economics were not of primary concern seem not content with interior temperatures as evolving during the summer season. In residential projects designed and built with energy savings in mind, heat pumps doubling as cooling units are often included, with the purpose of preventing overheating. Occupants of well-insulated properties provided with custom-made ventilation and heating facilities, however, seem less well informed, on average, about the ways and manners in which those mod cons are actually functioning; hence the regular (yet incorrect) suspicion as to the building itself being a possible cause of health issues arising. As to inhabitant behaviour in association with energy economics, in every type of residential housing imaginable, plenty of room for improvement still remains: in time spent under the shower, for one; in turning the radiator down (notably in older houses) before leaving the premises; and in ways and manners to go about with regard to ventilation. Those living in energy-economic accommodation profess to attend to the interior environment (as in opening windows daily), but often this isn't seen to correctly – and cause of avoidable energy loss. Complaining most of all, in terms of health, are those from recently developed accommodations not designed and built to incorporate energy-saving measures. Contrastingly, children from old accommodations not designed and built to incorporate energy-saving measures are least. Gadgetry in aid of pushing everyday energy economics towards slightly higher levels doesn't seem to have undue effect on the number of health complaints emerging: complaints from residences where fresh air is produced by some mechanical device are practically equaling with those from identical dwellings where air from outdoors enters naturally. Adult occupants of residences in which a heat pump has been installed seem to be slightly less bothered than those from identical buildings with a HR unit. Residences built to energy-economic specifications will use about half the amount of the energy their older, non-economy counterparts consume. In view of primary energy consumption as a whole, designs executed with energy economics in mind are still at the top, with regard to energy savings – yet discrepancies seem to be decreasing: at present, a residence not built to energy-economic specifications, yet its energy consumption rate relatively low, will now use as much energy as an energy-economic one with a relatively high energy consumption rate. General unfamiliarity with energy-saving, structure-related equipment, as transpiring from this study, evidently suggests that inhabitants of both old and new developments need to be educated in handling structure-related equipment correctly, in health effects certain behaviour may lead to and in measures to take in order to minimalise those effects. Further education should be differentiating between old structures and recent ones. Instruction as such – with respect to the former – has to focus on correct ventilation, how to handle structure-related equipment responsibly and hot water management. A manual for the property itself may be supportive in assisting inhabitants in achieving the kind of behaviour desired.
URI: http://hdl.handle.net/1820/4552
Appears in Collections:MSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
Wonen in energiezuinige woningen. Hoe gezond en tevreden zijn de bewoners.pdf1.52 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.