Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/4926
Title: Zinloos Geweld. Terror Management Theorie en de Relatie tussen Identificatie en Morele Woede
Other Titles: Senseless Violence. Terror Management Theory and the Relationship between Identification and Moral Outrage
Authors: van Lien, Angela
Keywords: Terror management theorie
zinloos geweld
persoonsidentificatie
positie-identificatie
morele woede
Issue Date: 23-Apr-2013
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: De Terror Management Theorie (TMT) vormt het theoretische uitgangspunt van deze studie. De TMT stelt dat de dood de enige zekerheid is die we hebben en gaat in op de vraag hoe de mens met deze angst omgaat (of om zou kunnen gaan) en welke psychologische mechanismen ervoor zorgen dat we niet overweldigd worden door gedachten aan de dood. In het kader van de TMT zal ingegaan worden op de morele woedereactie die men kan vertonen wanneer iemand geconfronteerd wordt met een zinloos geweldsincident en wat de invloed van persoonsidentificatie (andergericht, men voelt mee met het lijden van het slachtoffer) en positie-identificatie (zelfgericht, het had mij kunnen overkomen) hierop zal zijn. Op welke manier beïnvloeden de twee soorten identificatie de morele woede wanneer men met een zinloos geweld delict geconfronteerd wordt. De deelnemers (N = 116) kregen een fictief krantenbericht te lezen over een geweldsincident, waarna ze een vragenlijst ter invulling voorgelegd kregen. De hypothesen zijn onderzocht in een 2 (doodsdreiging: mortality salience vs. dental pain) x 2 (ernst van het geweld: slachtoffer dood vs. slachtoffer gewond) factorieel ontwerp met morele woede als afhankelijke variabele en de twee vormen van identificatie als moderatorvariabelen. In het onderzoek is gebruik gemaakt van de vignetmethode. Het vignet bestond uit een fictief krantenbericht waarin de ernst van het geweld varieerde tussen een slachtoffer dat overlijdt en een slachtoffer dat gewond raakte. De hypothesen waarop in dit onderzoek een antwoord is gezocht zijn: Hypothese 1.In de mortality salience (MS) en de slachtoffer overleden (SO) conditie zal de mate van morele woede sterker zijn dan in de dental pain (DP) en de slachtoffer gewond (SG) conditie. Hypothese 2. De gezamenlijke invloed van de twee hoofdeffecten in H.1 zal tot uitdrukking komen in een interactie-effect. In de mortality salience (MS) / slachtoffer overleden (SO) conditie zal de mate van morele woede het sterkst zijn ten opzichte van de overige condities. Hypothese 3. Ten aanzien van de rol van identificatie kan verwacht worden dat (a) beide vormen van identificatie sterker zullen worden opgeroepen in de mortality salience (MS) / slachtoffer overleden (SO) conditie ten opzichte van de overige condities, maar (b) dat de relatie tussen persoonsidentificatie en morele woede in diezelfde specifieke conditie sterker positief zal zijn dan die tussen positie-identificatie en morele woede. De checks op de manipulaties zijn gemeten door controlevragen op te nemen in de vragenlijst. Morele woede en persoonsidentificatie werden gemeten door middel van 4 items, Positie- identificatie werd gemeten door middel van 6 items. De antwoorden voor alle variabelen werden gemeten middels een 7-puntsschaal, die loopt van ‘geheel oneens’ (-3) tot en met ‘geheel eens’ (+3). De Cronbach’s alpha’s waren voor alle variabelen voldoende hoog; morele woede .75, persoonsidentificatie .72 en positie- identificatie .82. Hypothesen H.1 en H.2 werden getoetst met een 2 (doodsdreiging: mortality salience vs. dental pain) x 2 (ernst van het geweld: slachtoffer dood vs. slachtoffer gewond) ANCOVA met morele woede als afhankelijke variabele en geslacht en leeftijd als covariaten. De moderatiehypothese, H.3 werd getoetst met behulp van het SPSS-moderatie-script ontwikkeld door Hayes en Matthes (2009). De resultaten gaven geen ondersteuning voor de hypothesen. De ANCOVA leverde daarentegen voor positie-identificatie wel een hoofdeffect voor de mortality salience condities. In de mortality salience (MS) vs. dental pain (DP) conditie neemt de mate van positie-identificatie af. Dit effect is tegenovergesteld aan de verwachtingen. Het blijkt verder zo te zijn dat de beide vormen van identificatie positief correleren met morele woede, positie-identificatie sterker (r = .41) dan persoons-identificatie (r = .22). Leeftijd en geslacht bleken ook van invloed te zijn op de mate van morele woede en identificatie. Naarmate de leeftijd toeneemt neemt ook de mate van morele woede toe. Vrouwen laten een sterkere persoonsidentificatie zien dan mannen en hoe ouder de respondent is hoe sterker de mate van persoonsidentificatie.
URI: http://hdl.handle.net/1820/4926
Appears in Collections:MSc Psychology

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
KLIN_Lien_van_2012.pdf18.34 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.