Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/5148
Title: Zwart op wit: contractgebruik in R&D-samenwerkrelaties
Authors: Vroonland, M
Issue Date: 27-Jul-2012
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Dit document is het verslag van het afstudeeronderzoek naar het gebruik van contracten in R&D-samenwerkrelaties; uitgevoerd voor de Master of Business Process Management & IT van de faculteiten Managementwetenschappen en Informatica van de Open Universiteit. Het kader van dit onderzoeksthema, de dynamiek van procesperformance in samenwerkrelaties, wordt gevormd door het raamwerk van Vosselman (Vosselman et al., 2009). Hierin worden drie interacterende gebieden (‘realms’) in een samenwerkrelatie onderscheiden: een contractuele, relationele en operationele realm. Dit onderzoek legt de nadruk op de contractuele realm, specifiek die van samenwerkrelaties gericht op research & development (R&D). Contractgebruik volgens de theorie Om strategische doelen te realiseren zoeken organisaties naar partners die eigen competenties aanvullen of vervangen zonder hiervoor een nieuwe onderneming op te richten. Een motief voor samenwerking is bijvoorbeeld het verwerven van nieuwe vaardigheden en technologische kennis. Samenwerking tussen organisaties wordt gekenmerkt door het ontbreken van hiërarchie. Dit betekent dat mechanismen die binnen een organisatie richting en sturing geven in een samenwerking niet vanzelf aanwezig zijn. Partijen in een samenwerkrelatie dienen daarom een vorm van besturing overeen te komen. De theorie maakt onderscheid tussen twee vormen van besturing: op basis van contracten (formele besturing) en op basis van sociale processen zoals vertrouwen (informele besturing). Aangezien het bij aanvang van een samenwerking onmogelijk is om alle toekomstige situaties te voorzien en contractueel vast te leggen, is het aannemelijk dat zowel formele als informele besturing een rol spelen bij de uitvoering van een samenwerkrelatie. Het opstellen van een contract kost tijd en geld. Het is daarom belangrijk dat samenwerkpartners de investering in contractspecificatie zorgvuldig afwegen en afzetten tegen de functie van het contract in de samenwerking. De literatuur onderkent vier functies van een contract: waarborg voor investeringen, coördinatie van activiteiten, anticipatie op omgevingsonzekerheid en symbool van vertrouwen. Het gebruik van deze functies wordt gemotiveerd door factoren in de context van de samenwerkrelatie. In een R&D-omgeving zijn dit onder andere asset-specifieke investeringen, het risico van toe-eigening van kennis door de samenwerkpartner, operationele afhankelijkheid, herhaalde samenwerking en een instabiele externe omgeving. Door onderzoek naar contractgebruik te plaatsen in de context van samenwerking op het gebied van R&D, ontstaat een interessante combinatie. De aard van dit type samenwerking beperkt de mogelijkheden van ex-ante contractspecificatie en nodigt uit tot een andersoortig gebruik van het contract. De literatuur over contractgebruik in samenwerkrelaties richt zich met name op relaties tussen situationele factoren en ex-ante contractgebruik: welke factoren motiveren een specifiek gebruik van het contract? Ook dit onderzoek toetst deze relaties, maar voegt er nog twee stappen aan toe. Allereerst door te kijken hoe ex-ante gebruik van het contract zich verhoudt tot ex-post gebruik van het contract: hoe wordt het contract daadwerkelijk gebruikt tijdens de uitvoering van de samenwerkrelatie? En ten tweede door te kijken hoe het contractgebruik heeft bijdragen aan het succes van de samenwerkrelatie. Aangezien literatuurstudie heeft uitgewezen dat een contract op zichzelf onvoldoende is om het succes van een samenwerkrelatie te verklaren, kan een antwoord hierop slechts inzicht geven binnen deze grens. Contractgebruik in de praktijk De doelstelling van het onderzoek is toetsen in welke mate de casusorganisatie contracten afstemt op de context en kenmerken van twee R&D-samenwerkrelaties en te verklaren in welke mate dit bijdraagt aan het succes van deze samenwerkrelaties. Op basis van het literatuuronderzoek is een referentiemodel ontwikkeld waarin relaties worden gelegd tussen situationele factoren en contractfuncties. In het praktijkonderzoek is vastgesteld welke situationele factoren in de samenwerkrelaties aanwezig zijn, in welke mate samenwerkpartners deze in het contract hebben verwerkt en of en hoe het contract daadwerkelijk is gebruikt tijdens de uitvoering. Het praktijkonderzoek is als case-study uitgevoerd in de periode april-juni 2012. Hierbij is gebruik gemaakt van interviews en inhoudsanalyse van de contracten. De casusorganisatie, Pulse, is een partij in beide samenwerkrelaties en ontwikkelt elektromagnetische componenten voor industriële installaties (EMC’s). De samenwerkpartners Global Food Products en Workspace, willen deze componenten toepassen in hun eigen producten. Het doel van de samenwerkrelaties is het ontwikkelen van prototypes op basis van specificaties van de samenwerkpartner. In beide casussen zijn een aantal situationele factoren uit het referentiemodel aangetroffen: asset-specifieke investeringen, appropriation concerns, operationele afhankelijkheid en vertrouwen tussen de samenwerkpartners. Daarentegen is er geen sprake van taakonzekerheid, herhaalde samenwerking en een instabiele externe omgeving. In de samenwerkrelaties is gebruik gemaakt van contracten met een hoge contractcompleetheid: dit wil zeggen dat de contracten een groot aantal specifieke clausules bevatten. De waarborg-, coördinatie- en contingentiefunctie van het contract zijn in de onderzochte samenwerkrelaties aangetroffen. De commitmentfunctie van het contract kon niet worden vastgesteld. Beide samenwerkrelaties zijn als succesvol beoordeeld. Een conclusie van het onderzoek is dat ex-ante gebruik van het contract in hoge mate overeenkomt met het (verwachte) theoretisch gebruik van het contract. Deze conclusie bevestigt een brede stroom aan onderzoek naar ex-ante contractgebruik. Een opmerkelijke bevinding is dat het contract tijdens de uitvoering van beide samenwerkrelaties niet actief is gebruikt. Een conclusie die hieruit volgt is dat contractonderhandelingen bijdragen aan het afstemmen van wederzijdse activiteiten, belangen en verwachtingen en de ontwikkeling van vertrouwen tussen de samenwerkpartners. Hierdoor is actief gebruik van het contract niet nodig, maar ook niet wenselijk. Beide partijen zijn uit zakelijke overwegingen gebaat bij een stabiele uitvoering van de samenwerkrelatie. Contractonderhandelingen hebben een ex-post gebruik van het contract voorkomen en hiermee bijgedragen aan het succes van de onderzochte R&D-samenwerkrelaties. Alhoewel de uitkomsten van dit onderzoek door de beperkte onderzoeksomvang niet gegeneraliseerd kunnen worden, bieden ze wel een aantal interessante ingangen voor vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld ten aanzien van hergebruik van clausules (‘boilerplate contracting’), het belang van contractonderhandelingen en ex-post gebruik van het contract.
URI: http://hdl.handle.net/1820/5148
Appears in Collections:MSc Business Process Management and IT

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
scriptie M. Vroonland.doc729 kBMicrosoft WordView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.