Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/5775
Title: De invloed van circulaire patronen en defensieve strategieën op de organisatorische veranderbereidheid van medewerkers
Authors: Snoeijer, JP
Issue Date: 28-Sep-2014
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Het alarmerende geluid van onder andere Pettigrew (1997), dat ruim 70 procent van alle geplande verandertrajecten faalt, wordt veelvuldig in literatuur, waaronder dat van Homan (2005), aangehaald. Onderzoekers, zoals Homan (2005) en Ardon (2009), veronderstellen dat tijdens verandertrajecten de nadruk te veel ligt op het ‘wat’ (de veranderambitie) en minder op het ‘hoe’ (de daadwerkelijke verandertransitie). Een te grote focus op het ‘wat’ alleen, kan resulteren in een situatie waarbij het ‘wat’ als een doel an sich gezien gaat worden, en niet langer als hooguit een middel om het gedrag van betrokken managers en medewerkers te sturen (Strikwerda, 2005). Een nieuwe organisatiestructuur levert bijvoorbeeld weinig op, indien het gedrag in de context van die nieuwe organisatiestructuur niet mee verandert. Ardon (2009) stelt dat stagnaties in veranderprocessen in de praktijk vaak herleidbaar blijken tot de dagelijkse interacties die zich onafhankelijk van de veranderaanpak voltrekken. In die dagelijkse interacties tussen managers en medewerkers gaat volgens Ardon (2009) veel invloed uit van het door Argyris (1990) beschreven eenzijdige beheersingsmodel en het effect daarvan op veranderprocessen. Ardon schrijft over de inconsistentie tussen wat managers zeggen (over verandering) en wat ze werkelijk doen (in dagelijkse interacties). Ardon (2009) stelt dat ‘circulaire patronen’ en ‘defensieve strategieën’ daarbij met enige regelmaat zichtbaar zijn. Omdat deze het leren en veranderen in organisaties negatief beïnvloeden (Senge, 1990), is het interessant om te onderzoeken wat de effecten van deze patronen en strategieën zijn op de organisatorische veranderbereidheid van medewerkers. Onderzoek (Armenakis, Harris, & Mossholder, 1993) heeft aangetoond, dat wanneer een medewerker het gevoel heeft dat hij vanuit zijn eigen vermogen een verandering kan realiseren en daarbij de mogelijkheid heeft om deel te nemen aan het veranderingsproces, dit bijdraagt aan de veranderbereidheid tot organisatieverandering. In deze masterthesis, die verkennend en beschrijvend van aard is, is onderzoek verricht naar de dagelijkse interacties tussen managers en medewerkers en hoe deze samenhangen met het (de)blokkeren van veranderprocessen, zoals Ardon (2009) onderzocht heeft. Voorts is in dit afstudeeronderzoek gekeken naar het effect van deze interacties op de organisatorische veranderbereidheid (Ajzen, 1991; Metselaar, Cozijnsen, & Delft, 2011). Deze masterthesis borduurt daarmee voort op bestaand onderzoek naar de invloed van circulaire patronen en defensieve routines (Ardon, 2009; Argyris, 2004; Senge, 1990) op leren en veranderen (Metselaar et al., 2011). Middels een zevental deelvragen is de centrale onderzoekvraag: “Wat zijn de mogelijke effecten van circulaire patronen en defensieve strategieën tussen manager en medewerkers op de organisatorische veranderbereidheid van medewerkers in een gepland verandertraject?” beantwoord. Uit de empirische studie van deze masterthesis is gebleken dat dagelijkse interacties tussen manager en medewerkers in een gepland verandertraject vergezeld gaan van circulaire patronen en defensieve strategieën en dat deze een nadelig effect lijken te hebben op de organisatorische veranderbereidheid van medewerkers. Tevens zijn interventies (Ardon, 2009, 2014; Metselaar et al., 2011) naar voren gekomen, die circulaire patronen en defensieve strategieën kunnen verminderen en daarmee de organisatorische veranderbereidheid van de medewerkers kunnen verhogen. Binnen deze masterthesis is de case study methodologie als onderzoeksstrategie ingezet. De case study (enkelvoudig en ingebed) is middels narratief onderzoek uitgewerkt. Bij narratief onderzoek staat het verhaal van de verteller, in dit geval mijn verhaal, centraal (Meesters, Basten, & van Biene, 2010). De begrippen ‘circulaire patronen en defensieve strategieën’ zijn vanuit de definities van Ardon (2009, 2011) geoperationaliseerd naar ‘werklijsten’, zodat bijgehouden kon worden in welke mate deze herkenbaar waren en in welke frequentie ze voorkwamen. De frequentie was van belang, om na te gaan of een dergelijk patroon of strategie eenmalig (incidenteel) of meervoudig (meer structureel) voorkwam. De case study heeft geleid tot met name kwalitatieve onderzoeksresultaten. Binnen de case study is de organisatorische veranderbereidheid getoetst middels het DINAMO-instrument (Metselaar et al., 2011). Dit heeft geleid tot voornamelijk kwantitatieve onderzoeksresultaten. In het kader van triangulatie zijn meerdere perspectieven en verscheidende onafhankelijke metingen (herleidbaar tot de bron) gebruikt om de onderzoeksbevindingen te bevestigen. Dit heeft de betrouwbaarheid van dit onderzoek vergroot. Als relatief klein onderzoek heeft deze masterthesis bijgedragen aan het ‘verzoek’ van Ardon (2009), om middels repeterend onderzoek de externe validiteit (generaliseerbaarheid) van zijn onderzoek te vergroten. Alle door Ardon beschreven circulaire patronen en defensieve strategieën zijn in de praktijk van de casusafdeling herkend. Voor mij als interventionist bleken de geconstateerde inzichten van Ardon (2009, 2011) in de dagelijkse praktijk herkenbaar, bruikbaar en overdraagbaar. Aan de hand van de onderzoeksresultaten uit deze masterthesis kan in toekomstige studies gerichter research gedaan worden naar de invloed van circulaire patronen en defensieve strategieën op de mate van organisatorische veranderbereidheid. Als aanbeveling geldt naast verder repeterend kwalitatief onderzoek, het uitvoeren van kwantitatief onderzoek. Hierbij kan onderzocht worden wat de mate van correlatie betreft tussen enerzijds de variabelen ‘circulaire patronen’ en ‘defensieve strategieën’ en anderzijds de variabele ‘organisatorische veranderbereidheid’. Het zou de generaliseerbaarheid van het ‘verband’ tussen deze variabelen ten goede kunnen komen. Ten aanzien van het maatschappelijke belang van dit onderzoek kan het volgende vermeld worden. Het verkregen inzicht in het ontstaan van circulaire patronen en defensieve strategieën en de mogelijke impact daarvan op organisatorische veranderbereidheid, heeft aanknopingspunten opgeleverd voor het vinden van andere samenwerkingsvormen die de kans op een succesvolle verandering vergroten. Te denken valt aan het gericht en actief interveniëren op circulaire patronen en defensieve strategieën door zowel managers en medewerkers. Het geeft daarmee iedere willekeurige organisatie het besef, dat een optimalere interactie tussen managers en medewerkers kan leiden tot het succesvoller realiseren van veranderprocessen (Ardon, 2009; Argyris, 2004; Armenakis et al., 1993; Senge, 1990). De uitkomst van dit onderzoek kan gebruikt worden, om deze specifieke observatie- en interventiekennis met betrekking tot circulaire patronen en defensieve strategieën op grotere schaal toe te passen. Dit sluit aan op de stelling van zowel Ardon (2011, 2014) als Metselaar et al. (2011) dat het van belang is om problemen juist wél bespreekbaar te maken en ze niet onder de tafel te moffelen
URI: http://hdl.handle.net/1820/5775
Appears in Collections:MSc Management Science

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
SnoeijerJ scriptie 1.0 - 28 september 2014.pdf2.55 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.