Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/5969
Title: Het kerkelijk huwelijk bestraft?
Authors: Riezebos-Tessemaker, W.L.
Keywords: kerk
staat
huwelijk
geregistreerd partnerschap
strafrecht
ultimum remedium
Issue Date: 11-Feb-2015
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Het Burgerlijk Wetboek bepaalt in art. 1:68 dat geen ‘godsdienstige plechtigheden’ plaats mogen hebben voordat het burgerlijk huwelijk is voltrokken. Op overtreding is een strafbepaling gesteld in art. 449 Wetboek van Strafrecht. De totstandkoming van het Burgerlijk Wetboek was een gevolg van de ontvlechting van staat en kerk. Dit komt onder andere tot uitdrukking in de regulering van het huwelijk in het BW. Tot de invoering van het BW werden huwelijken voornamelijk in kerken gesloten. Met de invoering van het BW is het sluiten van een huwelijk een staatsaangelegenheid geworden. Al bij de invoering van art. 449 Sr is getwijfeld of deze gedraging, vanwege de scheiding van kerk en staat, wel strafwaardig was. Ter bescherming van ‘onnozele lieden’ is daartoe toch besloten. De huwelijkssluiting heeft grote gevolgen voor de vermogensrechtelijke positie voor de echtgenoten, voor de afstamming van de eventuele kinderen én, zeker niet onbelangrijk, voor de handelingsbekwaamheid van vrouwen. Tot 1956 was het gevolg van een huwelijk dat een vrouw handelingsonbekwaam werd. Ook was de omgang tussen mannen en vrouwen nog onderhevig aan strikte maatschappelijke normen. Onder ‘godsdienstige plechtigheden’ vallen plechtigheden die volgens voorschrift of de gewoonte van een godsdienst de godsdienstige viering van een huwelijk vormen. Ten aanzien van het bereik van de bepaling was ten tijde van de opstelling van de artt. 1:68 BW en 449 Sr ‘de godsdienst’ en de ‘gewoonte van de godsdienst’ nog veel overzichtelijker dan in de huidige maatschappelijke context. Onderzocht is dan ook de vraag wat de onder de ‘gewoonte van een godsdienst’ verstaan moet worden en welke godsdiensten en welke ‘bedienaren van de godsdienst’ onder het bereik van de bepaling vallen. Inmiddels is er een nieuwe, volwaardige vorm van burgerlijke staat tot stand gekomen, namelijk het geregistreerd partnerschap, en is de definitie van ‘huwelijk’ ingrijpend gewijzigd door de openstelling ervan voor personen van gelijk geslacht in 2001. De vraag is dus of de ideeën die destijds ten grondslag lagen aan de strafbaarstelling thans nog gelden. Dat te meer nu bij de wijziging van het BW als gevolg van de invoering van het geregistreerd partnerschap in 1997 art. 449 Sr niet van toepassing werd verklaard. Op vrijwel alle terreinen zijn huwelijk en geregistreerd partnerschap gelijk gesteld. Alleen in art. 90octies Sr is een expliciete uitzondering gemaakt.
URI: http://hdl.handle.net/1820/5969
Appears in Collections:Master of Laws

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
riezebos-tessemaker.pdf1.05 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.