Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/6110
Title: Detergentengebruik bij oliebestrijding. Onderzoek uitgevoerd met Universiteit Maastricht in opdracht van Rijkswaterstaat, Directie Noordzee.
Other Titles: [Use of detergents in marine oil spill response strategies]
Authors: van Essen, Karen
de Jongh, Madelon
Knol-Bos, Mineke
Issue Date: Jun-2004
Publisher: Open Universiteit
Citation: van Essen, Karen , de Jongh, Madelon, & Knol-Bos, Mineke. (2004). Detergentengebruik bij oliebestrijding. Onderzoek uitgevoerd met Universiteit Maastricht in opdracht van Rijkswaterstaat, Directie Noordzee [Use of detergents in marine oil spill response strategies]. (Unpublished BSc Bachelor's Thesis Environmental Sciences), Open Universiteit, Heerlen, NL.
Abstract: SAMENVATTING. Tot aan medio tachtiger jaren gebruikte Nederland op zee detergenten om olie versneld op te laten lossen. Vanwege milieubezwaren is men daar mee gestopt. Echter, door de ontwikkeling van een nieuw soort detergenten lijkt een heroverweging thans gerechtvaardigd om die nieuwe detergenten in te zetten, indien een snelle reactie nodig is om bijvoorbeeld kwetsbare gebieden te beschermen. Directie Noordzee wil naar aanleiding hiervan graag weten hoe het beleid met betrekking tot het gebruik van detergenten in andere landen is én hoe de milieubewegingen in de desbetreffende landen tegenover het gebruik van detergenten staan. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: “Kan het beleid in Nederland betreffende detergenten bij oliebestrijding op de Noordzee worden omgebogen op basis van ervaringen die in andere landen zijn opgedaan en mogelijk ook een draagvlak hebben verworven?” Uit de antwoorden op deze hoofdvraag en onderliggende deelvragen kunnen argumenten worden gedestilleerd, welke gebruikt kunnen worden als een eerste aanzet voor een mogelijke herziening van het Nederlandse beleid, met betrekking tot het gebruik van detergenten bij de bestrijding van olie op zee. Om deze vragen te kunnen beantwoorden is er allereerst een literatuurstudie gedaan, die tot doel had het beleid in de andere Noordzeelanden met betrekking tot het gebruik van detergenten in kaart te brengen. Door middel van een enquête is vervolgens geprobeerd te achterhalen hoe de milieugroeperingen in de Noordzeelanden tegen de inzet van detergenten bij bestrijding van olie op zee aankijken. Hieruit kwam naar voren dat het moeilijk is om een algemene beschrijving te geven van de houding van de milieugroeperingen, aangezien er per land soms niet meer dan één organisatie heeft meegewerkt aan de enquête. Wel valt er voor het Verenigd Koninkrijk te zeggen dat de milieugroeperingen daar, met uitzondering van het WWF, positief tegenover het gebruik van detergenten staan, zij het dat er per situatie bekeken moet worden of het gebruik van detergenten geoorloofd is. Uit het onderzoek is verder nog gebleken dat het zeer moeilijk is om medewerking van de milieugroeperingen te krijgen. Van de 39 benaderde organisaties hebben er uiteindelijk 7 een ingevulde enquête teruggestuurd. In Nederland heeft alleen de waddenvereniging gereageerd. Zij geven in de enquête aan tegen de inzet van detergenten bij de bestrijding van olie op zee te zijn. Uit het onderzoek blijkt dat alle andere Noordzeelanden al jaren het gebruik van detergenten toestaan en er een duidelijk verschil is met het Nederlandse beleid. In het Verenigd Koninkrijk worden detergenten als eerste bestrijdingsoptie gebruikt, in de andere landen als tweede optie. Per land wordt er een verschillend en genuanceerd beleid gehanteerd, zoals beschreven staat in dit rapport. Ook is het daadwerkelijke gebruik van detergenten per land verschillend. In de verschillende landen is het draagvlak van de milieugroeperingen wel aanwezig, hoewel het door de geringe respons van de milieugroeperingen moeilijk is hierover een harde uitspraak te doen. Veel landen werken met rampenbestrijdingsplannen waarin protocollen voor de uitvoering van beleid zijn beschreven. Vaak is er een onderscheid tussen grote rampen en kleine incidenten. Op de deelvraag “hoe is de besluitvorming in de verschillende landen met betrekking tot het gebruik van detergenten tot stand is gekomen” kon beperkt inzicht worden verkregen. Enerzijds bleek dat het beleidsvormingsproces in de verschillende Noordzeelanden nauwelijks schriftelijk is vastgelegd en was niet elke geïnterviewde (in detail) op de hoogte van het verleden én anderzijds was de respons van de milieugroeperingen op onze vragenlijst zeer matig. Wel kan men naar aanleiding van dit onderzoek concluderen dat de duur van het proces in grote mate wordt bepaald door de mate van verdeeldheid over het gebruik van detergenten bij een oliebestrijding. In Noorwegen duurde het proces ongeveer tien jaar en daar was sprake van interne verdeeldheid binnen de overheden, terwijl in de andere onderzochte landen het proces maximaal twee jaar heeft geduurd en was er weinig verdeeldheid. Voorzichtig kan worden geconcludeerd dat de milieubewegingen bij het beleidsvormingsproces in de onderzochte landen voor weinig problemen hebben gezorgd. Rampen en de overeenkomst van Bonn (1983) heeft in de verschillende landen het vertrouwen gewekt en het proces van het in gebruik nemen van detergenten in gang gezet. Van de verschillende landen kan Noorwegen worden gezien als een voorbeeld voor de Nederlandse situatie. Aanbevolen wordt om een vervolg onderzoek op te starten waarbij men genuanceerder na gaat hoe de beleidsvorming in Noorwegen tot stand is gekomen. Voor Noorwegen was namelijk de aanleiding voor de herziening van het beleid met betrekking tot het gebruik van detergenten hetzelfde als voor Nederland, namelijk nieuw type detergenten. Ook heeft de beleidsverandering vrij recent plaatsgevonden. Tevens zouden naast de milieubewegingen bij een vervolgonderzoek andere belanghebbenden, zoals de visserij, naar hun mening over het Noorse beleid gevraagd kunnen worden.
URI: http://hdl.handle.net/1820/6110
Appears in Collections:BSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
VMAB2004vj-M45-OLIEBESTRIJDING-Eindrapport-juni2004.pdf908.37 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.