Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/6112
Title: Toepassen van DDT-verontreinigde baggerspecie op DDT-verontreinigde fruitteeltbodems in de gemeente Kapelle in de provincie Zeeland. Onderzoek uitgevoerd met Universiteit Maastricht in opdracht van de provincie Zeeland.
Other Titles: [Disposal of DDT contaminated dredged deposits on DDT contaminated orchard soils in the municipality of Kapelle, Province of Zeeland, NL]
Authors: van Asseldonk, Gerdie
van der Auwera, Anja
Boomgaard, Hanna
Loonen, Lisette
Issue Date: Jun-2004
Publisher: Open Universiteit
Citation: van Asseldonk, Gerdie, van der Auwera, Anja, Boomgaard, Hanna, & Loonen, Lisette. (2004). Toepassen van DDT-verontreinigde baggerspecie op DDT-verontreinigde fruitteeltbodems in de gemeente Kapelle in de provincie Zeeland. Onderzoek uitgevoerd met Universiteit Maastricht in opdracht van de provincie Zeeland. [Disposal of DDT contaminated dredged deposits on DDT contaminated orchard soils in the municipality of Kapelle, Province of Zeeland, NL]. (Unpublished BSc Bachelor's Thesis Environmental Sciences), Open Universiteit, Heerlen, NL.
Abstract: SAMENVATTING. De opdracht. Bij het baggeren van watergangen komt baggerspecie vrij dat veelvuldig licht tot matig verontreinigd is. Vervuilde grond mag in principe niet worden gestort op schone grond, maar hiervan kan onder bepaalde condities worden afgeweken. De ontwikkeling van bodemgebruikswaarden (BGW) biedt mogelijk een oplossing voor het afzetten van verontreinigde baggerspecie op landbodem. Bij provincies vraagt men zich af in hoeverre dergelijke modeluitkomsten valide zijn voor concrete landbouwkundige situaties. De provincie Zeeland wil inzicht in de gevolgen van nieuwe regelgeving voor (voormalige) fruitteeltgebieden bij Kapelle. Hieruit ontstond de opdracht voor InCompany Milieuadvies, die betrekking heeft op verontreiniging met DDT(-metabolieten). De projectgroep baseert haar rapport op de resultaten van reeds uitgevoerde wetenschappelijke onderzoeken en vigerende wet- en regelgeving. Het rapport gaat in op de fysische en chemische eigenschappen van DTT-achtige verbindingen en hun gedrag in de Zeeuwse bodem. Daarna volgt een overzicht van de mogelijke effecten van DDT-verontreiniging op het gebied van humane gezondheid, voedselveiligheid en het ecosysteem. Deze worden vertaald naar de Zeeuwse situatie om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke effecten van DDT-verontreinigde baggerspecie op met DDT-verontreinigde boomgaarden in Zeeland, op het gebied van humane gezondheid, voedselveiligheid en het ecosysteem. Een overzicht van de wet- en regelgeving wordt gegeven voor de huidige situatie en de toekomstige situatie, waarbij gebruik zal worden gemaakt van de aanwezigheid van bodemkwaliteitskaarten en een beheersplan voor het betreffende gebied. Fysisch-chemische eigenschappen van DDT(-metabolieten) DDT is een insecticide dat behoort tot de groep van polygechloreerde aromaten. De DDTisomeren worden gekenmerkt door een hoge persistentie in de bodem als gevolg van de geringe wateroplosbaarheid en hoge bindingsaffiniteit. Hiernaast zijn de DDT-isomeren ook moeilijk afbreekbaar (zowel biologisch als chemisch) door het optreden van een verouderingsproces, waarbij de DDT-achtige verbindingen worden ingekapseld in bodemdeeltjes en de biobeschikbaarheid afneemt. Omwille van deze persistentie vormen de DDT-achtige verbindingen niet snel een bedreiging voor het grondwater maar ze geven wel aanleiding tot ophoping in de bovengrond. Alhoewel er DDT gedetecteerd werd in planten en groenten, wordt wortelopname van DDT-achtige verbindingen laag geacht. In de Zeeuwse situatie zal verontreiniging van oppervlaktewater hoofdzakelijk plaatsvinden door watererosie van de verontreinigde bodem (neerslag, irrigatie, afkalven van de slootwanden) met als gevolg afvloeiing van bodemdeeltjes waaraan DDT gebonden is. Effecten van DDT op Humane gezondheid, voedselveiligheid en het ecosysteem Ondanks het verbod op toepassing sinds 1973 is er nog steeds een hoog gehalte aan DDTachtige verbindingen terug te vinden in Zeeuwse boomgaardbodems. Deze draagt bij aan de humane blootstelling. Het gaat in de fruitteeltgebieden rondom Kapelle in de meeste gevallen om langdurige blootstelling aan lage doseringen; over de gezondheidseffecten daarvan is nog weinig bekend. Een aantal onderzoekers suggereert dat bij een dergelijke blootstelling sprake zou kunnen zijn van een risico op leverafwijkingen. De belangrijkste blootstellingsroute is de consumptie van vlees, vis, kip en zuivelproducten. Over de ecologische risico’s zou een gedegen eco(toxico)logische risicobeoordeling waarbij biologische metingen worden uitgevoerd, veel meer inzicht geven. Een Triade benadering is noodzakelijk. Bij deze benadering worden de resultaten van drie onderdelen gecombineerd, te weten chemische analyses van de aanwezige verontreinigingen, effectmetingen door middel van bioassays en veldinventarisaties van organismen in het veld. Normen en modellen met betrekking tot humane gezondheid, voedselveiligheid en ecosysteem De gevonden waarden voor DDT(-metabolieten)-verontreiniging in de bodems binnen het pilotgebied Zeeuwse boomgaarden blijven beneden de interventiewaarden, er is geen saneringsverplichting. De streefwaarde wordt meerdere malen overschreden. De (nog niet wettelijke vastgestelde) bodemgebruikswaarden (BGW) zijn gekoppeld aan een specifieke functie van de bodem; bij functiewijziging moet opnieuw getoetst worden aan mogelijk andere normen voor de nieuwe functie. Dit aspect is voor de Zeeuwse situatie relevant voor DDT(-metabolieten) bij wijziging van de functie fruitteelt naar akkerbouw of grasland. Er is een grote variatie in de gevonden waarden van DDTverontreinigingen tussen de verschillende percelen. Dit bemoeilijkt het gebiedsgewijze vaststellen van bodemfuncties, omdat daarbij het meest verontreinigde perceel de functie zal bepalen. De humane gezondheidseisen die aan de basis liggen van de ontwikkeling van de BGW moeten getoetst worden aan specifieke elementen voor de Zeeuwse situatie. Aanvullende informatie is nodig over de waarden in de omgevingsmedia waaraan de algemene bevolking is blootgesteld, in het bijzonder in de buurt van verontreinigde bodems en het vervolgen van de ontwikkeling van gezondheidseffecten. De BGW voor directe ecologische effecten zijn het meest stringent. Wanneer deze BGW wettelijk ingevoerd zullen worden, kunnen er problemen ontstaan. Immers deze BGW (functie-eis ecosysteem) worden veelvuldig overschreden in de Zeeuwse boomgaarden. Wettelijk kader en ontwikkeling bodembeleid Wanneer men verontreinigde baggerspecie wil storten op reeds verontreinigde grond, is de kwaliteit van de grond die in het grondwerk wordt gebruikt in verhouding tot de kwaliteit van de ontvangende bodem van belang. Voor de mogelijkheden tot afzetten van vervuilde baggerspecie blijven zonder bodemkwaliteitskaart twee scenario’s over, namelijk afvoeren baggerspecie of een vrijstelling artikel 10.63 Wet milieubeheer. Wanneer een bodemkwaliteitskaarten van het gebied aanwezig en vastgesteld is dan kan er duurzaam bodembeheer worden toegepast. Zodra de beleidsvernieuwing is doorgevoerd, wat wil zeggen dat er een landsdekkend beeld is met bodemkwaliteitskaarten en dat de BGW vastgestelde normen zijn, dan kan binnen een beheersgebied met het uitgangspunt stand-still en de bodemgebruikswaarden, DDT verontreinigde baggerspecie worden afgezet op fruitteeltbodems.
URI: http://hdl.handle.net/1820/6112
Appears in Collections:BSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
VMAB2004vj-M44-BAGGERSPECIE-Eindrapport-juni2004.pdf555.86 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.