Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/6117
Title: Luchtkwaliteit en gezondheid regio Eindhoven. Onderzoek uitgevoerd met Universiteit Maastricht in opdracht van GGD Eindhoven.
Other Titles: [Air quality and health in the Eindhoven region]
Authors: Bastiaansen, Henk
Bolderman, Eline (UM)
Meulmeester, Bob
de Vries, Wolter
Issue Date: Jun-2004
Publisher: Open Universiteit
Citation: Bastiaansen, Henk , Bolderman, Eline (UM), Meulmeester, Bob , & de Vries, Wolter (2004). Luchtkwaliteit en gezondheid regio Eindhoven. Onderzoek uitgevoerd met Universiteit Maastricht in opdracht van GGD Eindhoven. [Air quality and health in the Eindhoven region]. (Unpublished BSc Bachelor's Thesis Environmental Sciences), Open Universiteit, Heerlen, NL.
Abstract: SAMENVATTING. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de GGD Eindhoven en heeft als doelstelling het maken van een globale schatting van de effecten op de gezondheid veroorzaakt door fijn stof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) afkomstig van de huidige verkeersemissies. Ter bescherming van de gezondheid van burgers, zijn in Europees verband verschillende Richtlijnen voor de luchtkwaliteit opgesteld. Binnen Nederland is hiervoor het Besluit luchtkwaliteit in 2000 van kracht geworden. Op grond van dit Besluit moeten gemeenten rekening houden met de hierin opgenomen luchtkwaliteitsnormen. Overschrijdingen van de grenswaarden en/of plandrempels moeten middels een rapportage gemeld worden aan het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). Deze meldingen gaan via de provincies. Overschrijding van de grenswaarde geeft een verhoogd risico op gezondheidseffecten, zowel acuut als op de lange termijn. De belangrijkste wijze waarop PM10 in het lichaam komt is via de luchtwegen en de longen. Uit de meest recente onderzoeken blijkt dat er steeds meer bewijzen zijn dat fijn stof en ultrafijn stof belangrijke veroorzakers zijn van gezondheidsschade. Wat betreft de gezondheidseffecten is aangetoond dat er een verband bestaat tussen het wonen in de buurt van een drukke verkeersweg en sterfte als gevolg van een long- of hartziekte. NO2 geeft in vergelijking tot PM10, een relatief kleinere kans op negatieve gezondheidseffecten onder de jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3. Bij de gezondheidseffecten is gekeken naar vroegtijdige sterfte, ziekenhuisopnamen of toename van luchtwegaandoeningen. In deze rapportage wordt gekeken naar een aantal knelpuntgebieden binnen het gebied van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE). Met behulp van de door het SRE opgestelde rapportage zijn in Eindhoven, Helmond, Valkenswaard en Waalre, de hoogste belastingen bepaald voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 ). In voornoemde SRE-rapportage is met behulp van het zgn. CARII model de jaargemiddelde concentratie voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) op een aantal punten berekend. Met behulp van deze concentratie en het aantal aanwezige personen in deze gebieden is, samen met de gegevens uit epidemiologische studies, een schatting gemaakt van de gezondheidseffecten van de belaste personen in deze gebieden. De prognoses van de verkeerscirculatie worden als invoer voor het rekenmodel gebruikt teneinde de immissieconcentraties voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 ) van het betreffende punt te bepalen. Vervolgens wordt een rekenexercitie uitgevoerd waarbij wordt uitgegaan van reeds bekende resultaten uit epidemiologische studies. Op deze wijze kan een schatting gemaakt kan worden van de acute en chronische gezondheidseffecten voor de belaste personen. Belangrijk is te realiseren dat aan iedere aanname onnauwkeurigheden zijn verbonden. Getracht is om op grond van de huidige inzichten een zo nauwkeurig mogelijke schatting te maken voor de gezondheidseffecten van NO2 en PM10. Uit de berekeningen komen de volgende indicaties naar voren: • De berekende procentuele toename van sterfte ten gevolge van PM10 ten opzichte van de achtergrondconcentratie van het chronisch gezondheidseffect , op grond van gegevens uit het SRE-rapport, kan oplopen tot 93 %. • De berekende procentuele toename van sterfte ten gevolge van NO2 ten opzichte van de achtergrondconcentratie van het acuut gezondheidseffect, op grond van gegevens uit het SRErapport, kan oplopen tot 148 %. Bij het bepalen van de gezondheidssituatie in 2010 kon, binnen het kader van onderhavig onderzoek, niet op tijd beschikt worden over gewijzigde verkeersplannen, plannen van aanpak luchtkwaliteit of nieuwe plannen in het kader van de ruimtelijke ordening. Wel is voor de locatie Eindhoven, Helmond en Valkenswaard aanvullende informatie verzameld met betrekking tot uitgevoerde herberekeningen. Het resultaat van deze herberekeningen is dat er een verlaging van de eerder berekende concentraties (SRE-rapport) is geconstateerd. De reden hiervan moet gezocht worden in een verplaatsing van het berekenpunt van de stoeprand naar de gevel. In totaal blijven er van de eerder bepaalde vier knelpuntgebieden dan nog twee over (Valkenswaard en Waalre). Als aanbeveling voor een mogelijk vervolgonderzoek kan gedacht worden aan het nauwkeuriger bepalen van de verwachte of berekende concentratie. Er is een tendens te bespeuren waarin het beoordelingspunt verplaatst wordt van de stoeprand naar de gevel van de gevoelige bebouwing. Voor de belanghebbenden (omwonenden) verandert de fysieke situatie niet, het berekende niveau daarentegen wel. De vraag is nu hoe hier op gemeentelijk niveau mee omgegaan moet worden Via monitoring of telling van de verschillende verkeersstromen, door verbetering van het verkeersmodel of door luchtmetingen ter plaatse, kan de concentratie nauwkeuriger worden bepaald. Van belang blijft een goede afstemming tussen de verkeersplanologen, stedenbouwkundigen, milieukundigen en gezondheidskundigen, zodat op een juiste wijze met een zo groot mogelijke betrouwbaarheid een beeld geschetst kan worden voor de verwachte concentratie van stoffen en de hierbij horende gezondheidseffecten. Tenslotte kan vervolgonderzoek aangeven of de nu berekende concentratie in de buitenlucht ook als belasting voor de aanwezige personen moet worden beschouwd. In de praktijk zullen de aanwezigen zelden een hele dag voor een bepaalde gevel verblijven. Vaak verblijven zij een groot deel van de dag op andere plaatsen (zoals op het werk, in een recreatiegebied of als deelnemer aan het verkeer). Bij verblijf in de woning zal de aanwezige ventilatie een belangrijke rol spelen. Bij de keuze van het ventilatiesysteem in de verblijfsruimte (mechanisch of natuurlijke ventilatie en de plek van het aanzuigpunt aan de voor- of aan de achterzijde van de bebouwing) kan de heersende binnenvluchtconcentratie voor een belangrijk deel worden beïnvloed.
URI: http://hdl.handle.net/1820/6117
Appears in Collections:BSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
VMAB2004vj-M43-LUCHTKWALITEIT-Eindrapport-juni2004.pdf350.31 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.