Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/6146
Title: Tributyltin in de Westerschelde; herkomst, gevolgen en oplossingsstrategieën.
Other Titles: [Tributyltin in the Westerschelde; Origin, Effects and Abatement Strategies]
Authors: Scholten, Marijke
Issue Date: 5-Oct-2015
Abstract: ABSTRACT. Tributyltin (TBT) is a man-made substance often found in the sediments of harbours and channels. This substance is used in, amongst others, antifouling on ship hulls. TBT is very toxic to snails and shellfish of the marine environment. Therefore the use of TBT in the EU is reduced since 2004. From 2008 onwards the use of TBT in antifouling will be completely banned. Notwithstanding all this, TBT will still be found in sediments in years to come, partly due to the persistence of the substance. Dredgings that are produced while keeping harbours and channels at depth will therefore also contain TBT. The main issue in this report is: What are the origins of TBT in newly formed sediments in the Westerschelde and what are the possibilities for reducing this TBT-load? In order to find answers, four questions were formulated: 1. In which ways does TBT influence the environment? 2. How much TBT is found in the sediments in the harbours of Vlissingen and Terneuzen (ports at the Westerschelde)? 3. What is the origin of this TBT? 4. What possibilities exist to reduce this TBT-load? To answer these questions a review of existing scientific literature was made and the results of measurements of TBT in the sediments of the harbours of Vlissingen and Terneuzen and in the Kanaal van Gent naar Terneuzen were analysed. Adverse effects of TBT can be found at very low concentrations. Concentrations as low as 1 μg TBT/kg dry matter might cause symptoms of imposex in sensitive species like whelks, eventually leading to infertility. Due to the presence of TBT (and other pollutants) in dredgings, these dredgings can not simply be brought to sea. According to Dutch law dredgings have to meet the standards laid down in the Chemie-Toxiciteits-Toets (CTT) of 2004. In this CTT the standard for TBT is set at 100 to 250 μg TBT/kg dry matter. Dredgings from Vlissingen, especially those from the Scheldepoortwerf, and dredgings from the Kanaal van Gent naar Terneuzen do not meet these standards for TBT. Literature and measuring-results alike indicate that antifouling on ship hulls is the main source of this TBT. The problems caused by TBT can be dealt with in several ways. In the first place the problem should be dealt with at the source. The banning of TBT in antifouling on ship hulls should be enforced without exceptions. To back up this ban, ship owners and dockyards can be informed about the adverse environmental effects of TBT, and about alternatives for antifouling containing TBT. Some of these alternatives are: copper-based antifouling, non-stick coating, tin-free antifouling, periodic cleansing and hairy coating. Secondly, the dredgings that do not meet the standards set in the CTT, have to be processed. Storage in depots is a relatively cheap solution but inadvisable for environmental reasons. Other options are: separating the relatively clean sand from the smaller particles in the dredgings, landfarming, photocatalysis, wet oxydation and immobilisation.
Description: SAMENVATTING. Tributyltin (TBT) is een door de mens geproduceerde stof die veel wordt aangetroffen in sediment. De stof wordt onder andere gebruikt in aangroeiwerende verven op scheepsrompen. Aangezien TBT zeer giftig is voor slakken en schelpdieren die in het mariene milieu leven, is het gebruik hiervan binnen de EU sinds 2004 sterk teruggedrongen en wordt de toepassing in aangroeiwerende verf vanaf 2008 geheel verboden. Desondanks zal TBT nog vrij lang in het sediment worden aangetroffen, mede omdat de stof zeer persistent is. Bij het op diepte houden van vaargeulen en havens komt dit sediment vrij in de vorm van baggerspecie. De centrale onderzoeksvraag luidt: Waar komt het TBT in nieuw aangeslibde baggerspecie in de Zeeuwse zoutwaterhavens aan de Westerschelde vandaan en wat zijn de mogelijkheden om deze TBT-belasting te verminderen? Om deze vragen te beantwoorden werden deze opgesplitst in de volgende deelvragen: 1. Wat zijn de milieueffecten van de aanwezigheid van TBT in het mariene milieu? 2. Wat is het gehalte aan TBT in het sediment van de havens van Vlissingen en Terneuzen? 3. Wat is de herkomst van dit TBT? 4. Hoe kan het TBT-gehalte in deze zoutwaterhavens worden teruggebracht? Om deze vragen te beantwoorden is een literatuuronderzoek verricht en zijn de meetresultaten van metingen naar TBT in het sediment van de havens van Vlissingen en Terneuzen en uit het Kanaal van Gent naar Terneuzen geanalyseerd. De nadelige effecten van TBT blijken al bij heel lage concentraties te kunnen optreden. Bij waarden rond 1 μg TBT/kg droge stof treden bij de zeer gevoelige soorten als de wulk en de purperslak al veranderingen op aan de geslachtskenmerken (imposex), die uiteindelijk kunnen leiden tot onvruchtbaarheid. Gezien de aanwezigheid van TBT (en andere verontreinigende stoffen) in baggerspecie mag deze niet zomaar verspreid worden in zee. Sinds 2004 moet baggerspecie in de Nederlandse wateren voldoen aan de Chemie-Toxiciteits-Toets (CTT) voor zij verspreid mag worden. De norm voor TBT is in de CTT op 100-250 μg TBT/kg droge stof gesteld. Volgens de meetresultaten overschrijdt de baggerspecie uit de havens van Vlissingen, met name uit de Scheldepoortwerf, en uit het Kanaal van Gent naar Terneuzen de norm voor TBT zoals die gesteld is in de CTT. In 2004 werd er in het sediment van de Scheldepoortwerf TBT-concentraties gemeten van 64,5 tot 532 μg Sn/kg d.s. In het Kanaal van Gent naar Terneuzen werd in 2002 een hoogste waarde van 900 μg Sn/kg d.s. gemeten. Zowel de literatuur als de meetresultaten wijzen erop dat dit TBT afkomstig is van scheepsrompen. Om de TBT-problematiek aan te pakken zijn er meerdere oplossingsstrategieën mogelijk die tegelijkertijd toegepast kunnen worden. Ten eerste moet het probleem bij de bron worden aangepakt. Het verbod op TBT in aangroeiwerende verf moet gehandhaafd worden. Dit verbod kan ondersteund worden met voorlichting over de milieuproblemen die TBT kan veroorzaken én over alternatieven voor TBThoudende scheepsverven. Enkele van die alternatieven zijn: koperhoudende verf, non-stick coating, tinvrije antifouling, periodieke schoonmaak en harige coating. Ten tweede moet de baggerspecie die niet aan de CTT-normen voldoet, verwerkt worden. De opslag in depots is betrekkelijk goedkoop maar om milieubeschermingsredenen niet aan te raden. Andere verwerkingstechnieken zijn zandscheiding, landfarming, fotokatalyse, natte oxidatie en immobilisatietechnieken.
URI: http://hdl.handle.net/1820/6146
Appears in Collections:BSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
VMAB2005vj-M08-TBT-ZEELAND-Eindrapport-juni2005.doc3.03 MBMicrosoft WordView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.