Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/6147
Title: Microplastics in de Nederlandse zoete wateren: Herkomst en samenstelling van microplastics in relatie tot degradatie van plastics, en de mogelijke gevolgen van (micro)plastics voor mens en milieu
Other Titles: [Microplastics in the Dutch freshwater systems: Origin and composition of microplastics in relation to the fragmentation of plastics, and the possible consequences of (micro)plastics for man and the environment (in Dutch)]
Authors: Langelaan, Ilona
Nuyttens, Isabel
Jansen, Marc
Keywords: microplastics, plastic soep, plastic afval, micro-beads, thermoplastics, macroplastics, plastic vervuiling, fragmentatie, degradatie, vrijkomende chemicaliën, zoetwater
[microplastics, plastic soup, plastic litter, plastic debris, micro-beads, thermoplastics,macro-plastics, micro-plastic pollution, fragmentation, breakdown, chemicals, additives, leaching, sorption, desorption, POPs, PBTs, freshwater]
Issue Date: Aug-2014
Publisher: Open Universiteit
Citation: Langelaan, I., Nuyttens, I., & Jansen, M. (2014). Microplastics in de Nederlandse zoete wateren: Herkomst en samenstelling van microplastics in relatie tot degradatie van plastics, en de mogelijke gevolgen van (micro)plastics voor mens en milieu Onderzoek uitgevoerd in opdracht van Deltares, Utrecht, NL. [Microplastics in the Dutch freshwater systems: Origin and composition of microplastics in relation to the fragmentation of plastics, and the possible consequences of (micro)plastics for man and the environment (in Dutch)]. (Unpublished BSc Bachelor’s Thesis Environmental Sciences), Open Universiteit, Heerlen, NL.
Abstract: SAMENVATTING Microplastics werden reeds aangetoond in zoetwater, maar nog weinig is bekend over de bronnen en de degradatie van plastic en de effecten van de aan plastic gerelateerde chemicaliën in het zoetwatermilieu. De doelstelling van dit adviesrapport is om inzicht te geven in wat de (potentiële) bronnen van microplastics (plastic deeltjes < 5 mm) in het zoetwatermilieu zijn, hoe plastics van grotere naar kleinere deeltjes degraderen, wat de milieueffecten van de degradatieproducten van plastics (kunnen) zijn, welke schadelijke (chemische) stoffen de microplastics bevatten en wat daarvan de ecotoxicologsiche gevolgen (kunnen) zijn. De resultaten in het adviesrapport werden verkregen door literatuuronderzoek, bevraging van experts en raadpleging van databanken betreffende emissieconcentraties en milieukwaliteits- en veiligheidsnormen. Plastics worden zowel uit aardolie als uit suikers en vetten geproduceerd. Plastics bestaan hoofdzakelijk uit polymeren maar bevatten daarnaast doorgaans additieven ter verbetering van de materiaaleigenschappen. In 2012 werd 40% van de totale Europese vraag naar plastic bepaald door verpakkingsmateriaal en bestond 80% van de totale vraag uit polyethyleen (PE), polypropyleen (PP), polyvinylchloride (PVC), polystyreen (PS), polyethyleen-tereftalaat (PET) en polyurethaan (PUR). Plastics worden geïnventariseerd volgens polymeertype, artikelsoort en grootte. Plastics kunnen via meerdere routes in het milieu terecht komen: via puntbronnen, via diffuse bronnen, andere belastingen en menselijke activiteiten. Ongeveer 38% van het door de Europese consumentafgedankte plastic was in 2012 bestemd voor de vuilstort. Dit percentage is relevant omdat wordt vermoed dat verliezen tijdens het inzamelen, transporteren en storten van afval een aanzienlijke bijdrage leveren aan de vervuiling van het aquatische milieu met plastics. De invloedsfactoren bij degradatie van plastics zijn van abiotische en biotische aard, waarbij de materiaaleigenschappen van plastic ook een rol spelen. De degradatie van plastic verschilt per type polymeer en is afhankelijk van de invloedsfactor. Hierbij spelen voornamelijk abiotische factoren zoals licht en mechanische invloeden een cruciale rol. Anderzijds zijn biotische factoren zoals biofilmvorming en biofouling van doorslaggevende invloed. Bij degradatie neemt de biobeschikbaarheid van en blootstelling aan (micro)plastics bij zoetwaterorganismen toe. Bisfenol A, nonylfenol, ftalaten, gebromeerde vlamvertragers, dibutyltin en zware metalen kunnen vanwege hun carcinogene en/of hormoonverstorende werking via de relatie met plastics mogelijk een risico vormen voor zoetwaterorganismen en de mens. Plastic zwerfafval is mogelijk een emissiebron van additieven naar het zoetwatermilieu. Geen van de onderzochte stoffen zijn echter in het aquatische milieu exclusief te relateren aan plastics. Bovendien worden niet al deze stoffen regulier gemonitord in het oppervlaktewater. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen en zware metalen in de zoete rijkswateren hebben concentraties die de milieukwaliteitsnormen overschrijden. Plastics zijn in staat deze stoffen te adsorberen, mogelijk ook in deze rijkswateren. Experimenten hebben aangetoond dat opname van microplastics kan leiden tot schadelijke hoeveelheden chemicaliën in het lichaam van organismen. Doorvergiftiging en synergetische en additieve effecten spelen mogelijk een rol bij de mate waarin schadelijke effecten zich in werkelijkheid voordoen in het milieu. Omdat het fragmentatieproces zich relatief snel voltooit ten opzichte van het mineralisatieproces, zouden microplastics in het milieu kunnen accumuleren indien plastics niet tijdig worden geremedieerd of indien plastic afval niet preventief uit het zoetwatermilieu wordt gehouden. Een hogere blootstelling aan microplastics en de chemicaliën die gerelateerd zijn aan deze plastics zouden schadelijke effecten kunnen teweegbrengen bij organismen, zoals vergiftiging, verstikking en schade aan het spijsverteringsstelsel waardoor verhongering kan optreden. De mens zou ook kunnen worden blootgesteld aan microplastics en gerelateerde chemicaliën, bijvoorbeeld via producten van de binnenvisserij. Een betere monitoring van (micro)plastics in het Nederlandse zoetwatermilieu en meer onderzoek naar de effecten van microplastics op mens en milieu wordt daarom aanbevolen.
Description: ABSTRACT For this consultancy report the current environmental state regarding microplastics in the Dutch freshwater systems has been investigated. In this report, plastics are classified according to occurrence and distribution in the freshwater environment, transport routes, polymer material, fabrication process, and use and behavior in freshwater systems. Influencing factors for plastic degradation are primarily dependent on abiotic factors such as light and mechanical erosion. The main biotic factors influencing degradation processes are biofouling and biofilm formation. Ecotoxicological effects and implications for human health of plastic degradation comprise possible bioaccumulation in organisms and exposure through consumption of organisms contaminated with microplastics. Plastics may contain potentially harmfull additives. Plastic litter could be an emmission source of these chemicals for the freshwater environment. Plastics also show the ability to sorb substances like polycyclic aromatic hydrocarbons and heavy metals. The water salinity does not seem to have an effect on this sorption behaviour. Experiments have shown that ingestion of microplastics can lead to harmfull amounts of chemicals within organisms. If (micro)plastics are not remediated before or shortly after disposal in the freshwater environment, they will likely accumulate in freshwater systems. A complete monitoring system with surveillance and monitoring should be able to provide further insight, and also can be useful in measuring the effectiveness of policy formulation related to water management strategies.
URI: http://hdl.handle.net/1820/6147
Appears in Collections:BSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
VMAB2014vj-M130-PLASTICS-PWAE20140814-nonedit.pdf2.28 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.