Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/6148
Title: Urban mining Limburg - Groen voor Afval.
Other Titles: [Urban mining Limburg – Green for Waste]
Authors: Kocken, Werner
van de Heisteeg, Patrick
Nieuwenhuis, Joost
Verhoeven, J (Heidi)
Keywords: Afval/stortplaatsen/grondstoffen/circulaire economie/recycling/natuurnetwerk/verdrogingsbestrijding
[Waste/landfill/primary raw materials/circular economy/recycling/nature network/desiccation policy]
Issue Date: Jun-2015
Publisher: Open Universiteit
Citation: Kocken, W., van de Heisteeg, P., Nieuwenhuis, J., & Verhoeven, J. (2015). Urban mining Limburg - Groen voor Afval. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van Natuur en Milieufederatie Limburg, Roermond, NL. [Urban mining Limburg - Green for Waste]. (Unpublished BSc Bachelor’s Thesis Environmental Sciences), Open Universiteit, Heerlen, NL.
Abstract: SAMENVATTING In opdracht van de Natuur- en Milieufederatie Limburg (NMFL) is onderzocht of stortplaatsen in de zilvergroene natuur van het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), gesaneerd kunnen worden met behulp van de baten van urban mining. Het einddoel is gericht op het herstellen van de oorspronkelijke natuurwaarden. In dit adviesrapport wordt een antwoord gegeven op de volgende vraag: Wat zijn de mogelijkheden om de stortplaatsen in de zilvergroene natuur van het NNN/de EHS in de provincie Limburg economisch rendabel te maken via urban mining en wat zijn - na sanering - de mogelijkheden om de oorspronkelijke natuur te herstellen? Om die vraag te beantwoorden hebben wij een project opgezet dat bestaat uit 4 werkpakketten. Elk werkpakket komt voort uit een deelvraag. De betreffende deelvragen zijn: 1. Welke stortplaatsen liggen in de Provincie Limburg binnen het Nationaal Natuurnetwerk, wat zijn de eigenschappen, wat is de samenstelling en hoe zorg je voor maatschappelijk draagvlak? 2. Wat is de stand van de techniek en welke methoden zouden er (op termijn) rendabel kunnen worden uitgevoerd bij urban mining van de stortplaatsen in de Provincie Limburg? 3. Wat zijn de oorspronkelijke natuurwaarden en de wenselijke natuurwaarden van stortlocaties in de provincie Limburg, welke economische- en milieuaspecten spelen een rol en wat zijn de mogelijkheden voor natuurherstel? 4. Wat zijn de mogelijkheden om de economische waarde of kosten van urban mining af te wegen tegen de maatschappelijke waarden van natuur en milieu? Kan de haalbaarheid van een urbanminingproject in Limburg worden ingeschat? Het onderzoek richtte zich op stortplaatsen waarvan de stortactiviteiten zijn beëindigd vóór 1 september 1996. Op basis van ons onderzoek melden wij a priori dat recente informatie of een totaaloverzicht over deze stortplaatsen niet beschikbaar bleek te zijn. De meest bruikbare rapportages zijn ruim 15 jaar oud en zijn destijds ook niet gedigitaliseerd. Stortplaatsen die op en na genoemde datum nog in gebruik waren (of zelfs nu nog zijn) vallen onder de wettelijke regeling voor de nazorg bij operationele stortplaatsen. Indien stortplaatsen, die vóór 1 september 1996 zijn gesloten niet opnieuw zijn- of worden geopend, vallen deze niet onder deze wettelijke bepalingen. Verder bleek dat 34 stortplaatsen in de zilvergroene zone liggen, waarvan er 16 geschikt werden bevonden voor analyse gericht op prioritering van sanering. Een ander belangrijk aspect is dat de eigenaar van een voormalige stortplaats verantwoordelijk is voor de nazorg. In het Besluit aanwijzing bevoegd gezag gemeenten Wet bodembescherming zijn de gemeenten Heerlen, Maastricht en Venlo aangewezen. Bij stortplaatsen die in deze gemeenten liggen zijn zij zelf bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming. Bij de overige stortplaatsen is de Provincie Limburg bevoegd gezag. Urban mining kan worden uitgevoerd als onderdeel van een saneringsplan in het kader van de wet Bodembescherming. Marktpartijen zouden 50% van de kosten voor bodemsanering moeten dragen. Deze 50% kan mogelijk gegenereerd worden uit de verkoop van grondstoffen of energie afkomstig uit de verwerking van het vrijkomende materiaal. De andere 50% zou kunnen worden gefinancierd door een beroep te doen op de Subsidieverordening Inrichting Landelijk Gebied Limburg 2015 (Provincie Limburg, 2015). De verwachting is dat in 2018 de zogenaamde Omgevingswet wordt ingevoerd. Met de Omgevingswet wil de overheid de nu geldende regels vereenvoudigen en samenvoegen. Er komt dan een ander financieel, juridisch en organisatorisch instrumentarium. Hoe dat eruit gaat zien is nog onduidelijk. Verder is het van belang om draagvlak te creëren bij omwonenden, actoren en andere betrokkenen om urban mining succesvol te kunnen uitvoeren. Wij bevelen dan ook aan om de belanghebbenden zo snel mogelijk in het proces te betrekken en hiervoor de sleutelfiguren uit de krachtenveldanalyse te benaderen (Nillesen, 2009). De eenvoudigste optie voor de uitvoering van urban mining in technische zin is het onbewerkt afvoeren en laten verbranden van het vrijkomende materiaal. De kosten voor afvoer kunnen worden gereduceerd door het vrijkomende materiaal te sorteren. De kosten van de inzet van sorteerinstallaties kunnen voor een deel betaald worden uit de baten van de verkoop van gewonnen metaal. Dit is o.a. afhankelijk van de kosten van de gekozen technieken, efficiëntie van de materiaalterugwinning, actuele grondstofprijzen en de samenstelling van de stortplaats. Door overcapaciteit op de markt voor afvalverbranding is het omzetten van het restmateriaal in elektriciteit en warmte in een eigen kleine installatie onrendabel. Het uitsorteren van waardevolle materialen en het afvoeren van het restmateriaal naar een grootschalige afvalverbrander blijkt de meest reële optie. Sinds 1 januari 2015 wordt het storten en verbranden van afvalstoffen belast. Het wordt aanbevolen om samen met andere belanghebbenden een verzoek te richten aan de staatssecretarissen Eric Wiebes van Financiën en Wilma Mansveld van Milieu, om voor urban mining een uitzondering te maken. De oorspronkelijke natuurwaarden van de geselecteerde en geïnventariseerde stortplaatsen zijn te splitsen in een aantal hoofdcategorieën met daaronder de gewenste vegetatiesoorten. Voor alle natuurdoeltypen in de provincie Limburg zijn beheersmaatregelen noodzakelijk. Voor het realiseren van gewenste natuurdoeltypen onderzochten wij ook wat voor eisen natuurdoeltypen stellen aan de omgeving. Bij de keuze van een natuurdoeltype dient gekeken te worden naar de reeds bestaande natuur en op welke wijze het nieuwe natuurdoeltype de reeds aanwezige natuur kan versterken. Voor het saneren van de bodem zijn normkosten gevonden. Voor de inrichtingskosten zijn normen gevonden voor ”droge” natuur en “natte” natuur. Het realiseren van natte natuurdoeltypen is duurder vanwege het noodzakelijke graafwerk. Voor de mogelijkheden om de economische waarde of kosten af te wegen met de maatschappelijke waarden van natuur en milieu is gekozen voor een Multicriteria-analyse (MCA). De MCA is gebruikt om 16 stortplaatsen te prioriteren op geschiktheid voor urban mining. Daarbij bleken twee stortplaatsen - Trappistenveld I en II in Venlo - de hoogste prioriteit te krijgen. Om de haalbaarheid van urban mining beter in te schatten, is het exploitatiebegrotingsmodel op de hoogst geprioriteerde stortplaatsen toegepast. Het exploitatiebegrotingsmodel is een format dat nog aangevuld dient te worden. Op grond van beschikbare basisgegevens volgt uit het huidige exploitatiebegrotingsmodel een schatting van het netto resultaat van urban mining. Gemiddeld voorspelt het model een negatief resultaat, maar dat beeld wordt waarschijnlijk anders wanneer de basisgegevens worden aangevuld met specifieke en actuele stortplaats gegevens zoals de kosten van nazorg en beheer. Tot slot blijkt dat een uitgebreide milieueffectanalyse per stortplaats wenselijk is alvorens een casestudy wordt gestart. Wij adviseren dan ook om een vervolgonderzoek uit te voeren naar de milieueffecten bij de hoogst geprioriteerde stortplaatsen en om in gesprek te gaan met de eigenaren van de stortplaatsen en andere mogelijke partners. De gesprekken zouden gericht moeten zijn op (a) het sluitend maken van de exploitatiebegroting, (b) actueel milieuonderzoek in/rondom de hoogst geprioriteerde stortplaatsen en (c) de resultaten van milieuonderzoek.
Description: ABSTRACT Commissioned by the Natuur- en Milieufederatie Limburg (NMFL) (Nature and Environment Federation Limburg) we investigated the remediation of landfills in the silver-green areas of the Nationaal Natuurnetwerk (NNN) (National Nature Network) into conservation areas financed by the benefits of urban mining, with the ultimate goal of restoring the original natural values. In this report we are searching for an answer to the following question: What are the possibilities for making the landfills in the silver-green nature of the NNN in the Dutch province of Limburg economically viable through urban mining, and what are the possibilities - after remediation - to restore the original natural values? To answer that question we have set up a project consisting of four work packages, each of which originates from a sub-question. The relevant sub-questions are: 1. Which landfills in the province of Limburg are located in the NNN, what are their properties, what is their composition and how can we create community support? 2. What are the best available techniques and what methods can (eventually) be used profitably for urban mining of the landfills in the province of Limburg? 3. What is the original and desirable nature at the landfill sites in the province of Limburg, which economic and environmental aspects are to be considered and what are the possibilities for ecological recovery? 4. What are the possibilities for comparing the economic values or costs of urban mining with the social values of nature and the environment. Is it possible to estimate the feasibility of an urban mining project in Limburg? The research focused on landfills where the landfill activities had been terminated before 1st of September 1996. On the basis of our research we mention a priori that recent information or a clear overview of data of the landfills appeared to be unavailable. The most useful reports are over 15 years old and were not digitized. Landfills that were in use on or after the mentioned date (or even at this moment) are covered under the legislation of the aftercare of operational landfills. If landfills from before the 1st of September 1996 are closed and not reopened, they are not covered by this legislation. We also found that 34 landfills are located in the silver-green zone, of which 16 landfills were found suitable for analysis focused on prioritisation of remediation. Another important aspect is that the owner of a former landfill is responsible for the aftercare. The Dutch Government Decree aanwijzing bevoegd gezag gemeenten Wet bodembescherming (designating municipalities who have authority under the Soil Protection Act) the municipalities Heerlen, Maastricht and Venlo are also designated as having authority. When landfills are located in these municipalities they themselves are the designated authority under the Soil Protection Act. For the remaining landfills the province of Limburg is the designated authority. Urban mining can be implemented as part of a remediation plan under the Dutch Soil Protection Act. Market participants should bear 50% of the costs of soil remediation. This 50% can possibly be generated from the sale of raw materials or energy from the processed waste of the landfill. The other 50% would be financed by resources from the Subsidieverordening Inrichting Landelijk Gebied Limburg 2015 (Subsidy Regulation Rural Areas Limburg 2015) (Provincie Limburg, 2015). It is expected that a new environmental law (Omgevingswet) will be introduced in the Netherlands in 2018. With this environmental law the Dutch government wants to simplify and merge the current rules. This means that there will be a new set of financial, legal and organizational instruments. How this law will unfold is still unclear. Furthermore, it is important to create support among local residents, the operational actors and other stakeholders to implement urban mining successfully. Therefore we recommend to involve the stakeholders as soon as possible in the process and to contact the key persons from the force-field analysis (Nillesen, 2009). The simplest option for the implementation of urban mining in a technical sense is the unprocessed disposal of the excavated waste by incineration in an existing waste incinerator. Sorting the excavated material can reduce the costs of disposal. The costs of deploying sorting facilities may be partly covered by the revenues from the sale of extracted metals. This also depends on the costs of the used techniques, the efficiency of the material recovery, current commodity prices and the composition of the landfill. Because of overcapacity in the market for waste incineration the conversion of the leftover waste into electricity and heat in a purposely build small waste incinerator is unprofitable. The sorting of valuable materials and the elimination of the leftover waste in a large-scale waste incinerator appears to be the most realistic option. Since the 1st of January 2015 landfilling and incineration of wastes is taxed in the Netherlands. We recommend sending a request together with other stakeholders to the State Secretaries of Finance Eric Wiebes and Wilma Mansveld of Environment, to make an exception for urban mining. The original nature at the selected and researched landfill sites can be divided into several main categories and the desired vegetation types. For all types of nature in the province of Limburg management is necessary. To achieve the desired nature types we also examined what requirements the nature types pose to their environment. When choosing a nature type the existing nature should be considered and how the new nature type can strengthen the existing nature. For the remediation of soil standard costs were found. For redevelopment costs standards were found for "dry" nature and "wet" nature. Realizing wet nature types is more expensive because of the necessary excavation work. For the possibility of weighing economic value or costs equally with social values of nature and the environment a multi-criteria analysis (MCA) is used. The MCA is used to prioritize 16 landfills on their suitability for urban mining. It showed that two landfills - Trappistenveld I en II in Venlo - have the highest priority. To better estimate the feasibility of urban mining the operating budget model is used for the landfills with the highest priority. The operating budget model is a format that still has to be completed. From the current operating budget model we can conclude, on the basis of the available basic data, an estimate of the net result of urban mining. On average, the model predicts a negative result, but that picture is likely different when the basic data are supplemented by specific and current landfill data such as the cost of aftercare and management. Finally, it appears that a comprehensive environmental impact analysis is desirable for each landfill before a case study is started. We therefore recommend to start additional research into the environmental impact at the highest priority landfills and to enter into a dialogue with the owners of the landfills and other potential partners. The talks should focus on (a) balancing the operating budget, (b) up-to-date environmental research in / around the highest priority landfills and (c) the results of environmental research.
URI: http://hdl.handle.net/1820/6148
Appears in Collections:BSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
VMAB2015nj-M136-URBANMINING-PWAE20150821-nonedit.pdf2.43 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.