Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/6174
Title: Energiebesparingsmaatregelen in de bestaande woningvoorraad.
Other Titles: [Energy-saving interventions in the existing dwelling stock in the Netherlands (in Dutch)]
Authors: Haselhoef, Samirah
van Mullem, Philippe
Vosters, Els
Keywords: Energiebesparing, bestaande woningen, energie label, werkelijk energiegebruik, theoretisch energiegebruik, beleidsdoelstellingen, modellering.
[Energy savings, existing dwellings, energy label, actual energy consumption, theoretical energy consumption, policy targets, modelling]
Issue Date: Jul-2013
Publisher: Open Universiteit
Citation: Haselhoef, S., van Mullem, P., & Vosters, E. (2013). Energiebesparingsmaatregelen in de bestaande woningvoorraad. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van Planbureau voor de Leefomgeving. Den Haag, NL. [Energy-saving interventions in the existing dwelling stock in the Netherlands (in Dutch)]. (Unpublished BSc Bachelor's Thesis Environmental Sciences), Open Universiteit, Heerlen, NL.
Abstract: SAMENVATTING De realisatie van energiebesparende maatregelen in bestaande woningen verloopt in Nederland trager dan verwacht. Dit wordt deels veroorzaakt door afwijkingen van het werkelijke energiegebruik van het met modellen berekende theoretische energiegebruik, waarop de verwachtingen zijn gebaseerd, en deels door belemmeringen bij de woningeigenaren om energiebesparende maatregelen te nemen, zoals onwetendheid, onwelwillendheid en financiële hindernissen. Beschikbare, rendabele energiebesparingsmaatregelen op gebouwniveau zijn energiebesparende lampen, zonneboilers, HR ketels, glasisolatie, vloer-, muur- en dakisolatie, zonnepanelen en ventilatiesystemen. De financiële hindernissen voor woningeigenaren en bewoners zijn de beperkte rentabiliteit van de investeringen, kapitaalgebrek, andere prioritering van uitgaven, het split-incentive probleem voor verhuurders, de verlaging van de huurtoeslag voor huurders van sociale huurwoningen bij huurverhoging en weerstand van huurders tegen huurverhoging. Het energiegebruik van bewoners is afhankelijk van opleiding, inkomen, leeftijd, samenstelling van het huishouden, gewoontes, motivatie voor energiebesparing en in hoge mate van de energiezuinigheid van de woning. De belangrijkste verklaring voor het verschil tussen het theoretische en het werkelijke energiegebruik voor verwarming is het prebound effect in het gedrag van de bewoners, dat uitgedrukt wordt in de stookfactor. De modellen om potentiële energiebesparingen in de gebouwde omgeving te berekenen kunnen worden verbeterd door een stookfactor op te nemen, die afhankelijk is van het energielabel van de woning. De verschillen tussen theoretisch en werkelijk gebruik worden verder verklaard door tegenvallende prestaties van technische maatregelen. Vanwege de verschillen in stookgedrag en effectiviteit van de techniek moeten energiebesparende maatregelen worden genomen op basis van een maatwerkadvies. Een collectieve aanpak, bijvoorbeeld op wijkniveau, en subsidies werken stimulerend en verlagen de kosten. Het type maatregel moet worden afgestemd op het energielabel van de woning. Van label G tot label C zijn besparende maatregelen efficiënt. Eigenaren van label B en label A woningen kunnen beter worden benaderd voor decentrale energieopwekking. Met campagnes voor gedragveranderingen is de meeste winst te behalen in woningen met label C tot en met E.
Description: Abstract The realization of energy saving measures in existing housing in the Netherlands is slower than expected. This is partly caused by deviations of the actual energy consumption from the by models calculated theoretical energy consumption, on which the estimates are based, and partly due to restrictions on the owners to take energy saving measures, such as ignorance, unwillingness and financial obstacles. Available, cost-effective energy conservation measures at the building level are energy-saving lamps, solar water heaters, HR boilers, glass insulation, floor, wall and roof insulation, solar panels and ventilation systems. The financial obstacles for owners and residents are limited profitability of investments, capital deficiency, other prioritization of expenditures, the split-incentive problem for landlords, the reduction in housing benefit for tenants of social housing, when rent increases, and resistance from tenants against rent increases. The energy consumption of residents is dependent on education, income, age, household composition, habits, motivation for energy saving and most of all of energy efficiency of the house. The main explanation for the difference between the theoretical and the actual energy consumption for heating is the prebound effect in the behavior of the residents, which is expressed in the heating factor. The models to calculate potential energy savings in the built environment can be improved by incorporating a heating factor, which is dependent on the energy label of the house. The differences between theoretical and actual consumption are further explained by the disappointing performance of technical measures. Due to the differences in heating behavior and effectiveness of the techniques energy saving measures should be taken on the basis of a customized advice. A collective approach, for example at district level, and subsidies stimulate and reduce costs. The type of measure should be tailored to the energy label of the house. From label G unto label C saving measures are efficient. Owners of homes labeled B and A can be better approached for decentralized power generation. Campaigns for behavior change are most effective for residents of homes with label C to E.
URI: http://hdl.handle.net/1820/6174
Appears in Collections:BSc Environmental Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
VMAB2013VJ-M-ENERGIEBESPARING-PWAE20130714non-edit.pdf1.13 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.