Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/7371
Title: De Invloed van SRA Programmeren op Mathematisch Redeneren en Zelfeffectiviteit met Lego Robotica in Twee Instructievarianten .
Authors: Fanchamps, Nardie
Keywords: programmeren
computational thinking
wiskunde
Issue Date: 8-Dec-2016
Publisher: Open Universiteit
Abstract: In Nederland is er op dit moment veel belangstelling voor implementatie van programmeren met leerlingen in het curriculum van het basisonderwijs (Kennisnet, 2015; Maas, 2015). Programmeren is een onderwerp dat relevant wordt geacht voor de ontwikkeling van kinderen in relatie tot het ontwikkelen van analytische vaardigheden en een logische manier van denken, ook wel aangeduid als computational thinking. Computational thinking wordt omschreven als het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen (Wing, 2006). Het omvat denkprocessen waarbij probleemformulering, gegevensorganisatie, analyse en -representatie worden gebruikt voor het oplossen van problemen met behulp van ICT-technieken en ICT-gereedschappen. Het is een manier van denken die toegepast kan worden bij het uitvoeren van complexe taken en bij het oplossen van problemen volgens een proces van logisch en gestructureerd denken (Lee et al., 2011). Computational thinking articuleert vaardigheden die ook bij andere vakken en disciplines van pas komen. Daarbij vragen de denkprocessen onderliggend aan computational thinking voor een bepaalde mate van self-efficacy van de lerende (Bandura, 1977). Self-efficacy (zelfeffectiviteit) betreft de door de lerende zelf ingeschatte vaardigheid en het eigen ingeschatte vertrouwen voor het succesvol verrichten van een bepaalde taak of op te lossen probleem (Zimmerman, 2000). Eerder onderzoek toont aan dat het oplossen van ICT-vraagstukken gebaseerd op robotica-omgevingen bijdraagt aan de vaardigheid bij het oplossen van wiskundeproblemen (Silk, Schunn, & Shoop, 2009). Het wiskundig denken en redeneren moet daarbij ingezet worden om een uitdagend robotica-programmeerprobleem op te lossen waarna de nieuw opgedane, op wiskunde gebaseerde vaardigheden getransfereerd kunnen worden naar een toepassing bij het oplossen van een wiskundig rekenprobleem (Alfieri, Higashi, Shoop, & Schunn, 2015). Met dit onderzoek wordt beoogd beter inzicht te krijgen in wat een op robotica gebaseerde ICT-omgeving bijdraagt aan de analytische vaardigheid van basisschoolleerlingen. Onderzocht is of de gehanteerde instructievariant, gehanteerd tijdens een robotica-interventie om sense, reason and act-programmeren (SRA) te leren, van invloed is op het oplossen van op algoritmen gebaseerde rekenproblemen. Tevens is onderzocht of de zelfeffectiviteit van de lerende, op basis van de aangeboden ICT-leeromgeving, toeneemt en of de gehanteerde instructievariant van invloed is op de zelfeffectiviteit van de lerende. De resultaten kunnen gebruikt worden om een beter advies mogelijk te maken over de positie van robotica-technologie in het basisonderwijs. Aan dit onderzoek hebben alle leerlingen uit groep 7 en groep 8 van een academische basisschool uit het zuiden van Nederland deelgenomen (N=62). Deze leerlingen zijn per jaargroep in tweetallen ingedeeld in groepjes van gemiddeld gelijke sterkte op basis van de rekenscores volgens het leerlingvolgsysteem (score laag gecombineerd met score hoog). Vervolgens is hieruit een experimentele groep (n=33) en een controlegroep (n=29) samengesteld. De experimentele groep heeft tijdens de robotica-interventie coaching ontvangen volgens de didactische principes van scaffolding. De controlegroep heeft tijdens de robotica-interventie een directe instructie ontvangen. Als pre- en posttest aan de robotica-interventie hebben alle leerlingen van elke groep individueel een wiskundig probleem opgelost en een vragenlijst rondom het meten van zelfeffectiviteit ingevuld. Voor de wiskundige pre- en posttest is gebruik gemaakt van een door de onderzoeker zelfontwikkelde wiskundetest rondom het oplossen van roosterdiagrammen. Voor het bepalen van de mate van zelfeffectiviteit is gebruik gemaakt van de Dutch Adaptation of the General Self-Efficacy Scale gestandaardiseerde vragenlijst (Teeuw, Schwarzer, & Jerusalem, 1994). Dit onderzoek laat zien dat SRA-programmeren bij het toepassen van de gehanteerde robotica-interventie in beide instructievarianten voor een hogere analytische vaardigheid zorgt. In toenemende mate lossen leerlingen wiskundeproblemen, die zich bij uitstek lenen om op een algoritmische manier te benaderen, succesvoller op. Daarbij maken leerlingen meer gebruik van algoritmen, vindt er een verminderde “trial and error” aanpak plaats en construeren leerlingen meer correcte algoritmen. De in de robotica-interventie gehanteerde instructievariant blijkt daarbij een marginale rol te spelen. Er kan niet significant aangetoond worden dat een instructie via scaffolding meer leeropbrengst genereert dan het hanteren van een directe instructie. De robotica-interventie en de daarbij gehanteerde instructievariant heeft geen significant meetbare invloed op de mate van zelfeffectiviteit van de lerende.
Description: Nardie Fanchamps (2016). De Invloed van SRA Programmeren op Mathematisch Redeneren en Zelfeffectiviteit met Lego Robotica in Twee Instructievarianten. December, 8, 2016, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.
URI: http://hdl.handle.net/1820/7371
Appears in Collections:MSc Learning Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
OWNFanchamps-08122016.pdf907.4 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.