Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/7375
Title: Je hebt het of je hebt het niet. En als je het niet hebt, waar kun je het vinden? Een beschrijvend onderzoek op het terrein van de creativiteitsontwikkeling binnen de groepen 3-4-5 van de basisschool.
Authors: Rutten, Marc
Keywords: creativiteit
creativiteitsbevorderende didactiek
primair onderwijs
21e eeuwse vaardigheden
professionele autonomie
cultuureducatie.
Issue Date: 10-Oct-2016
Publisher: Open Universiteit
Abstract: Creativiteitsontwikkeling behoort tot de hoofddoelen van het basisonderwijs. Het is een essentiële 21e eeuwse vaardigheid. Er ontbreken echter duidelijke kaders die de didactiek ervan ondersteunen. Er bestaat geen centraal leerplan voor, informatie is verbrokkeld, noch is duidelijk waar in het curriculum de creativiteitsbevordering plaatsvindt. Jarenlang werd de creativiteitsbevordering geassocieerd met kunstvakken. Het aantal vakleerkrachten voor kunstvakken is in de afgelopen decennia echter sterk afgenomen. Kunsteducatie maakt nu deel uit van het cultuureducatieve programma van de school en is de bevordering van de creativiteit een verantwoordelijkheid geworden van het gehele schoolsysteem. De achterliggende literatuur is gericht op het begrip creativiteit, het creatieve proces en het creatief denken. Actuele (nationale en internationale) onderwijsnota’s en overige publicaties van onderwijsinstanties bieden een actueel beeld van wensen, kaders en uitgangspunten. Daarnaast worden de veronderstelde competenties van groepsleraren belicht en benodigdheden om te komen tot een creativiteitsbevorderende didactiek in de klas. Vanuit het oogpunt van dit onderzoek is de wijze waarop het onderwijs (tijdens de overgang van het voorbereidend naar het aanvankelijk leren) inspeelt op het natuurlijke spel en nieuwsgierigheid van het jonge kind relevant. Doel van het onderzoek is om zicht te krijgen op de wijze waarop in de groepen 3-4-5 van de basisschool creativiteitsbevordering plaatsvindt; wat de drijfveren zijn van groepsleraren, over welke eigenschappen of vaardigheden zij dienen te beschikken en in hoeverre zij hierin gefaciliteerd worden door de school. Daarnaast wordt bekeken welke belemmeringen en mogelijkheden groepsleerkrachten en schoolleiders ervaren in de realisatie van een creativiteitsbevorderende didactiek. Het betreft een descriptief onderzoek op basis van twee focusgroepsgesprekken en drie interviews. Aan het eerste focusgroepsgesprek namen 4 mannelijke en 4 vrouwelijke groepsleerkrachten deel. Allen werkzaam in groep 3, 4 of 5, werkzaam onder 5 verschillende schoolbesturen of onderwijskoepels in Zuid-Limburg, Nederland. Aan het tweede focusgroepsgesprek namen 3 schoolleiders deel, eveneens opererend onder verschillende schoolbesturen. De vragen en bevindingen die uit beide gesprekken voortgekomen zijn, zijn middels interviews voorgelegd aan 3 deskundigen van respectievelijk de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS), de adviesraad voor het Primair Onderwijs (PO-Raad) en de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO). Creativiteit wordt door alle deelnemers gezien als een essentiële vakoverstijgende competentie. Scholen benaderen creativiteit zeer uiteenlopend. Groepsleerkrachten en schoolleiders die creativiteit kunnen relateren aan hun schoolspecifieke (pedagogische) visie of uitgangspunten maken gerichte keuzes voor wat betreft didactisch concept en programma. Ook hebben zij helder voor ogen over welke eigenschappen zij op individueel dan wel teamniveau dienen te beschikken. De ontwikkeling van leerlijnen en toetsvormen aangaande de creativiteit is nog pril. Groepsleerkrachten en schoolleiders ervaren in de dagelijkse praktijk de nodige belemmeringen en frustraties in het realiseren van een creativiteitsbevorderende didactiek. Het opbrengst- en rendementsgerichte denken, de eisen vanuit diverse overheden, maar ook verwachtingen van ouders veroorzaken direct of indirect overbelasting die groepsleerkrachten en teams ervan weerhoudt om een vakoverstijgende didactiek ter bevordering van de creativiteit te ontwikkelen. Deskundigen die functioneren vanuit het macroniveau herkennen dit beeld. Zij constateren wel initiatieven, maar ook een zekere handelingsverlegenheid van groepsleerkrachten in het niet-methodisch werken. Ook benoemen zij de klaagcultuur en het nog onvoldoende benutten van kansen van scholen om zich te profileren, als obstakels. De rol van de schoolleider is essentieel in het realiseren van onderwijsveranderingen of –vernieuwingen. Het onderzoek heeft met name het breed gedragen belang van creativiteitsbevordering aangetoond, zeker bezien vanuit de aandacht voor de 21e eeuwse vaardigheden en recent verschenen onderwijsnota’s en inspectiekaders. Ook toont het aan dat de diversiteit in de beeldvorming en realisatie op curriculumniveau groot is. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de mate waarin gerichte creativiteitsbevordering in de basisschool plaats vindt afhankelijk is van een op teamniveau gehanteerd theoretisch kader. De kwaliteit van het aanbod is afhankelijk van de motivatie en eigenschappen van de individuele groepsleerkracht. Expertise-uitwisseling binnen het team, gespreid leiderschap en het inroepen van deskundigheid van buiten de school ondersteunen teams in de realisatie van creativiteitsbevorderende didactiek.
Description: Marc Rutten (2016). Je hebt het of je hebt het niet. En als je het niet hebt, waar kun je het vinden? Een beschrijvend onderzoek op het terrein van de creativiteitsontwikkeling binnen de groepen 3-4-5 van de basisschool. Oktober, 10, 2016, Heerlen, Nederland: Open Universiteit.
URI: http://hdl.handle.net/1820/7375
Appears in Collections:MSc Learning Sciences

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
OWMRutten-10102016.pdf729.49 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.