Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/7773
Title: De legitieme portie naar de 21e eeuw. Een erfrechtelijke beschouwing
Authors: Koning-Smit, I.G. de
Issue Date: 2017
Publisher: Open Universiteit
Abstract: De wetgever in Nederland heeft in wettelijk bepaald dat een afstammeling altijd recht heeft op een erfrechtelijke verkrijging, ondanks uiterste wilsbeschikkingen en giften (art. 4:63 BW). Dit betekent kort gezegd dat een kind in een testament onterfd kan worden door een ouder, maar ondanks die onterving toch recht heeft op geld uit de nalatenschap. Dit wordt het recht op de legitieme portie genoemd. De vraag die in deze scriptie centraal staat is of de legitieme portie juridisch in strijd is met bepalingen uit het EVRM en of de legitieme portie maatschappelijk gezien nog wel gehandhaafd moet worden. In de scriptie wordt eerst ingezoomd op de achtergrond van de legitieme portie, die oorspronkelijk voortvloeit uit het Franse wetboek uit 1804, de Code Napoleon. In Nederland is na een langdurig wetgevingsproces in 2003 het erfrecht aangepast en is de legitieme portie, ondanks dat de legitieme portie ter discussie stond, weer opgenomen in de wet. In hoofdstuk 1 wordt ingezoomd op de vraag wat aan de invoering van het recht op de legitieme portie ten grondslag lag en welke gevolgen de wettelijke legitieme portie in de praktijk heeft. Vervolgens wordt het EVRM nader beschouwd. Art. 8 EVRM en art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM stellen een recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven veilig alsmede een verbod op ontneming van eigendom. Een schending van de rechten uit deze artikelen is slechts toegestaan wanneer de wet in inmenging voorziet, de inmenging een gerechtvaardigd belang dient en aan het proportionaliteitsvereiste is voldaan. Het recht op de legitieme portie is een schending van de rechten uit art. 8 EVRM en art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De vraag is alleen of deze schending wel onder de voorwaarden vanuit het EVRM valt. Dit wordt mede beoordeeld aan de hand van jurisprudentie. Nadat de juridische kanten zijn belicht, wordt gekeken naar de maatschappelijke ontwikkelingen en de vraag of de legitieme portie op grond van maatschappelijke gronden en normen behouden dient te blijven. Onze maatschappij is in verandering. Meer mensen zijn hoogopgeleid, kinderen zijn beter in staat voor zichzelf te zorgen dan vroeger het geval was en de gezinssamenstellingen en (samen)leefvormen zijn diverser dan voorheen. De vraag is of het recht op de legitieme portie past binnen de individualistische en vrije samenleving waar wij in leven. De mening in het werkveld wordt gepeild en de standpunten binnen de politiek worden weergegeven. Op Curaçao is het recht op de legitieme portie in 2012 afgeschaft. Deze afschaffing kan in het kader van deze scriptie niet onbelicht blijven en dus wordt in hoofdstuk 4 gekeken hoe de afschaffing tot stand is gekomen en welke juridische en maatschappelijke argumenten aan de afschaffing ten grondslag hebben gelegen. Ook wordt beoordeeld of en, zo ja, het verlies van de legitieme portie op andere plekken in de wet wordt gecompenseerd. De afschaffing van de legitieme portie heeft voor sommige afstammelingen mogelijk onwenselijke gevolgen in de praktijk. Denk aan minderjarige of jongmeerderjarige kinderen die het niet alleen ineens zonder financiële bijdrage van een onderhoudsplichtige ouder moeten stellen, maar vervolgens ook geen beroep kunnen doen op een legitieme portie, als zij zijn onterfd. De vraag is of dit erg is. De wet voorziet immers als in het veiligstellen van deze belangen door middel van de som ineens (art. 4:35 en 4:36 BW). In hoofdstuk 5 wordt besproken hoe de som ineens werkt en wordt beoordeeld of de som ineens als juridische aanvulling op de legitieme portie heeft te gelden. In de conclusie wordt vervolgens kort ingegaan op de vijf aspecten die leiden tot beantwoording van de onderzoeksvraag: is de legitieme portie zoals wij deze kennen binnen het Nederlandse recht in strijd met art. 8 EVRM en art. 1 EP? De conclusie luidt: ja, de legitieme portie is in strijd met art. 8 EVRM en art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Daarnaast is de conclusie dat het recht op de legitieme portie ook op maatschappelijke gronden afgeschaft dient te worden en dat de wet voldoende in beschermingsmaatregelen voorziet voor die gevallen dat (financiële) bescherming nodig is.
URI: http://hdl.handle.net/1820/7773
Appears in Collections:Master of Laws

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
koning, i.g. de.pdf731.62 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.