Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/7774
Title: Substance over form bij de fiscale omgang met vermogensverschaffingen?
Other Titles: De definitie en consequenties van de onzakelijke lening vergeleken met andere vermogensverstrekkingen
Authors: Bijker, D.
Issue Date: 2017
Publisher: Open Universiteit
Abstract: In 2008 heeft de Hoge Raad in het Certificaathoudersuitkooparrest een nieuwe fiscale vermogensvorm geïntroduceerd: de onzakelijke lening. Deze lening kenmerkt zich door een debiteurenrisico dat zo groot is dat een onafhankelijke derde het niet zou accepteren (tegen een niet-winstdelende rente). De Hoge Raad heeft bepaald dat bij een onzakelijke lening slechts het debiteurenrisico, dus niet de lening zelf, in de kapitaalsfeer valt, zodat een afwaarderingsverlies op een dergelijke lening niet aftrekbaar is. In latere jurispru¬dentie, de 25-november-arresten, heeft hij bovendien bepaald dat de rente gecorrigeerd dient te worden op basis van een borgstellingsfictie. Hiermee ligt de onzakelijke lening wat haar fiscale consequenties betreft tussen eigen vermogen (geen aftrek van afwaarderingsverlies) en vreemd vermogen (wel aftrek van (gecorrigeerde) rente) in. In de fiscale literatuur is getracht om de fiscale omgang met de onzakelijke lening (en vermogensverstrekkingen in het algemeen) van een dogmatisch kader te voorzien of op zijn minst enkele onderliggende principes hiervoor te onderkennen. In deze scriptie wordt een bijdrage aan deze discussie geleverd door de fiscale omgang met de onzakelijke lening te toetsen aan de substance-over-form doctrine. Deze doctrine stelt dat niet formaliteiten maar de reële, materiële werkelijkheid bepalend moet zijn voor de fiscaliteit. Met andere woorden, volgens deze doctrine dienen vermogensvormen fiscale consequenties te kennen die past bij hun materiële verschijning. Dit onderzoek beoordeelt dit door de fiscale definitie en consequenties van de onzakelijke lening enerzijds te verge¬lijken met die van de bodemlozeputlening en de lening met (onzakelijke) borg anderzijds. In dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de lening met (onzakelijke) borg materieel sterk overeenkomt met de onzakelijke lening, terwijl de bodemlozeputlening zich hier duidelijk van onderscheidt. Vanuit de substance-over-form doctrine bezien, zou de onzakelijke lening zodoende vergelijkbare fiscale consequenties als de lening met (onzakelijke) borg moeten kennen en andere fiscale consequenties dan de bodemloze¬put¬lening. Met name door BNB 2013/149 – waaruit, in de praktijk, volgt dat veelal geen rente wordt belast (noch aftrekbaar is) bij een onzakelijke lening – kent de onzakelijke lening in beginsel echter dezelfde fiscale consequenties als de bodemlozeputlening maar juist duidelijk andere fiscale gevolgen dan de lening met (onzakelijke) borg. De fiscale omgang met de onzakelijke lening vindt zodoende geen volledige aansluiting met de substance-over-form doctrine. Dit geldt bovendien, zo blijkt uit dit onderzoek, voor de fiscale omgang met vermogensverstrek¬kingen in het algemeen.
URI: http://hdl.handle.net/1820/7774
Appears in Collections:Master of Law

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
bijker, d..pdf694.7 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.