Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/7785
Title: Zonder veiligheid geen vrijheid? Mogen personen die terugkeren uit een gebied waar een gewapende strijd gaande is, preventief in hechtenis worden genomen of is dit in strijd met het recht van vrijheid en veiligheid?
Authors: Bouwmeester, R.
Keywords: preventieve detentie
artikel 5 EVRM
terrorisme
gewapende strijd
jihad
terugkeerder
Issue Date: 2017
Publisher: Open Universiteit
Abstract: Mogen personen die terugkeren uit een gebied waar een gewapende strijd gaande is, preventief in hechtenis worden genomen of is dit in strijd met het recht van vrijheid en veiligheid (artikel 5 EVRM)?’ Terugkeerders vormen een grote bedreiging voor de nationale veiligheid en gezien het feit dat de NCTV heeft aangegeven dat terugkeerders geharder zijn dan ooit, wordt op 27 januari 2016 een motie ingediend bij de Tweede Kamer die er op neer komt dat, gelet op de mogelijk gepleegde oorlogsdaden in jihadgebied en de dreiging die van terugkeerders uitgaat, iedere terugkeerder bij terugkomst onmiddellijk vastgezet dient te worden. De vraag rijst of dit zonder meer mag of dat dit in strijd is met artikel 5 EVRM. De huidige Nederlandse regelingen inzake de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis voldoen aan de vereisten van artikel 5 EVRM. Zo wordt willekeurig overheidsoptreden voorkomen doordat in het WvSv de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis zijn opgenomen en worden in de artikelen 57 e.v. en de artikelen 67 en 67 a WvSv eisen gesteld waaraan moet zijn voldaan voordat hiertoe kan worden overgegaan. Deze bepalingen zijn daarnaast voldoende nauwkeurig en toegankelijk; het is voor een persoon namelijk duidelijk wanneer en onder welke voorwaarden inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis kunnen worden opgelegd. Voor preventieve hechtenis is onder andere een ‘redelijk vermoeden van schuld’ aan een strafbaar feit vereist. Het enkel terugkeren uit een land waar een gewapende strijd gaande is, maakt niet dat sprake is van een redelijk vermoeden van schuld. Met de invoering van een visumsysteem, zoals verwoord in het wetsvoorstel ‘Versterking strafrechtelijke aanpak terrorisme’, wordt het zonder toestemming van Onze Minister uit hoofde van een rechtens te respecteren belang, opzettelijk verblijven in een gebied dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als een onder controle van een terroristische organisatie staand gebied, strafbaar gesteld. Na invoering van het wetsvoorstel vindt een wijziging van artikel 67 WvSv plaats, in die zin dat aan het eerste lid onderdeel b het artikel 134b WvSr wordt toegevoegd. Hiermee wordt het verblijven in een gebied dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als een onder controle van een terroristische organisatie staand gebied, toegevoegd aan de gevallen waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Na invoering van het wetsvoorstel wordt de mogelijkheid voor preventieve detentie op basis van een redelijk vermoeden van schuld, verlengd naar vijftig dagen. Het strafbaar stellen van het verblijf in een gebied waar een gewapende strijd gaande is, voldoet aan de vereisten van artikel 5 EVRM. Naast het strafrecht kan ook het bestuursrecht mogelijkheden bieden om terroristische aanslagen te voorkomen. Het wetsvoorstel ‘Tijdelijke wet bestuursrechtelijke maatregelen terrorismebestrijding’ bevat onder andere regels inzake het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen aan personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische organisaties. De wet dient de nationale veiligheid te beschermen en een bijdrage te leveren aan het verhinderen van deelname aan of ondersteuning van Jihadisme. Voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel is vereist dat een persoon ‘op grond van zijn gedragingen’ in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Of hiervan sprake is zal afhangen van alle omstandigheden van het geval. Een maatregel kan bestaan uit een verplichting om zich op een door de Minister vast te stellen tijdstip te melden, een verbod om zich te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten of een bepaald gedeelte of delen van Nederland. De meldplicht kan dienen om zicht te houden op een bepaald persoon, maar kan ook worden opgelegd ter effectuering van bijvoorbeeld een uitreisverbod, als bijvoorbeeld een gegrond vermoeden bestaat dat een persoon uit het Schengengebied wil reizen met als doel zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie (artikel 3 Tijdelijke wet bestuursrechtelijke maatregelen terrorismebestrijding). De bestuursrechtelijke maatregelen moeten worden gezien als een aanvulling op de strafrechtelijke maatregelen. Bij afwezigheid van het strafrechtelijke criterium ‘redelijk vermoeden van schuld’ wil de minister, ter bescherming van de nationale veiligheid, preventieve maatregelen tot zijn beschikking hebben om de bewegingsvrijheid van een persoon te beperken. Omdat – een enkele uitzondering daargelaten – geen sprake is van vrijheidsbenemende maatregelen maar slechts van vrijheidsbeperkende maatregelen, is artikel 5 EVRM niet van toepassing. Voor het aanhouden of voor (preventieve) detentie is in het Verenigd Koninkrijk een concrete verdenking aan een (mogelijk) strafbaar feit niet noodzakelijk. In plaats hiervan kan worden volstaan met een vermoeden; een politieagent mag een persoon arresteren als hij ‘reasonably suspects’ dat deze persoon terroristische aanslagen zal plegen. Deze bonafide suspicion houdt in dat degene die gebruik maakt van deze bevoegdheid ‘must have equipped himself with sufficient information so that he has reasonable cause to suspect’. Op grond van dit vermoeden kan de maximale preventieve detentie 14 dagen bedragen. Het EHRM stelt in het arrest Fox, Campbell en Hartley dat het vermoeden uit artikel 5 lid 1 sub c EVRM moet zijn gebaseerd op objectieve criteria; de reasonable suspicion. Deze reasonable suspicion ‘presupposes the existence of facts of information dat would satisfy an objective observer dat the person concerned may have committed the offence’. Bij de bona fide suspicion gaat het dus om de beoordeing van de politieagent zelf, waarbij hij van feiten en zijn eigen kennis moet uitgaan en niet om de objectieve toeschouwer, zoals bij de reasonable suspicion. Waar de scheidslijn tussen beiden ligt is niet geheel duidelijk en zal per geval moeten worden beoordeeld, waarbij de reasonable suspicion toetsingskader is voor het EHRM. Met de invoering in het Verenigd Koninkrijk van de Terrorism Prevention and Investigation Act 2011 (TPIM) zijn de voorgaande bestuursrechtelijke control orders ingetrokken en zijn nieuwe bestuursrechtelijke maatregelen ingevoerd. Een TPIM kan bijvoorbeeld bestaan uit huisarrest, het instellen van een avondklok en monitoring. Een van de wijzigingen die de TPIM ten opzichte van de control orders meebrengen is dat bij toepassing sprake moet zijn van ‘reasonable grounds to believe’, in plaats van ‘reasonable grounds to suspect’. Hierbij dient alle informatie afgewogen te worden en dient getoetst te worden dat een persoon is betrokken bij terrorisme gerelateerde handelingen en de TPIM noodzakelijk is om het publiek te beschermen en deze activiteiten te stoppen. Op basis van huidige regelgeving is preventieve detentie van een persoon, die terugkeert uit een gebied waar een gewapende strijd gaande is, op basis van enkel dit terugkeren in strijd met artikel 5 EVRM en nationale regelgeving omdat niet wordt voldaan aan het vereiste van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit. Na invoering van het wetsvoorstel ‘Versterking strafrechtelijke aanpak terrorisme’ wordt het zonder toestemming van de minister verblijven in een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gebied dat onder controle staat van een terroristische organisatie, strafbaar gesteld. Invoering van deze wet, welke in overeenstemming is met artikel 5 EVRM, maakt preventieve detentie van terugkeerders mogelijk als blijkt dat zij zonder voorafgaande toestemming van de minister zijn uitgereist naar een land dat bij algemene maatregel van bestuur als zijnde onder controle van een terroristische organisatie staand gebied is aangewezen.
URI: http://hdl.handle.net/1820/7785
Appears in Collections:Master of Laws

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
bouwmeester, r..pdf430.52 kBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.