Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/7869
Title: Netwerkeffectiviteit. "Een casestudy naar de invloed van integratie(mechanismen) op het vermogen om gestelde doelen te behalen binnen een Veiligheidshuis."
Authors: Otter, J den
Keywords: Netwerkeffectiviteit
netwerken
integratie
Veiligheidshuis
Integratiemechanismen
Issue Date: 6-Sep-2016
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Het vormen van netwerken binnen de publieke sector is steeds vanzelfsprekender geworden. Mede vanwege de maatschappelijke veranderingen de afgelopen jaren, is ook de aard van problemen anders dan voorheen. Tegenwoordig is er meer sprake van zogenaamde ‘wicked problems’. Dit zijn problemen waarvoor een oplossing niet direct voor de hand ligt. Dit soort problemen zijn complexer van aard en kunnen veelal niet worden opgelost door een enkele organisatie. Voor het oplossen van zogenaamde ‘wicked problems’ blijken netwerken effectief te zijn. Voorbeelden van netwerken binnen de publieke sector zijn Veiligheidshuizen. Gemeenten en organisaties in de straf- en zorgketen kunnen te maken hebben met complexe problematiek. Het doel van dit onderzoek is om, in het kader van netwerkeffectiviteit, inzicht te krijgen in de relatie tussen integratie en het vermogen om doelen te behalen binnen het Veiligheidshuis. Het betreft een verklarend onderzoek waarbij onder andere proposities, die geformuleerd zijn op basis van de bestaande literatuur, worden getoetst. Op basis van de centrale vraag is een casestudy gedaan binnen twee Veiligheidshuizen, namelijk het Veiligheidshuis Haaglanden en het Veiligheidshuis Zuid Holland Zuid. Uit de resultaten blijkt dat integratiemechanismen invloed hebben op het vermogen om gestelde doelen te behalen. Een belangrijk aspect omtrent integratie is de manier van aansturing. De centrale actor heeft namelijk een coördinerende en sturende rol voor wat betreft het proces. Onder leiding van een centrale actor kan er onder andere naar een doelconsensus worden gewerkt. De verschillende partijen in het netwerk hebben nog wel hun vrijheid om hun prioriteiten in te brengen. Het gebruik van een gezamenlijk communicatie- en informatiesysteem leidt niet automatisch tot een hoger vermogen om gestelde doelen te bereiken. De praktijk laat zien dat een juist gebruik ervan niet vanzelfsprekend is en het niet direct tot een meer geïntegreerd netwerk leidt. De mate van cohesie heeft ook invloed op de samenwerking. Zo blijkt ook dat wanneer men langer met elkaar samenwerkt, de lijnen korter worden en men elkaar makkelijker vindt. Bovendien heeft de fysieke aanwezigheid van de verschillende partners een positief effect op de mate van cohesie. Daarbij laat de praktijk zien dat wanneer de scheiding tussen de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende organisaties helder is, dit niet per definitie tot concurrentie leidt. Culturele integratie laat juist zien dat het over het algemeen de samenwerking versterkt doordat nieuwe zienswijzen tot nieuwe inzichten bij andere organisaties kunnen leiden. Op deze manier kan de doelconsensus ook worden vergroot. Bovendien is er binnen beide onderzochte netwerken sprake van selectieve integratie. In de kern vindt de meeste coördinatie plaats. De rand van het netwerk wordt indien nodig meer betrokken. Deze flexibiliteit omtrent de coördinatie is, gezien de complexe casuïstiek die wordt behandeld, van grote waarde. De resultaten laten zien dat er een relatie bestaat tussen integratie(mechanismen) en de effectiviteit van netwerken.
URI: http://hdl.handle.net/1820/7869
Appears in Collections:MSc Management Science

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
Otter den J AF MM9906 scriptie OPENBARE VERSIE dspace.pdf1.78 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.