Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/8669
Title: De opsporingsbevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk en artikel 8 EVRM: een analyse van de waarborgen
Authors: Ruijsink, W.K.
Keywords: art. 126nba
art. 8 EVRM
waarborgen
toezicht
voorzienbaarheid
noodzaak
Issue Date: 2017
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: De scriptie omvat een onderzoek naar de waarborgen tegen misbruik en willekeur van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk (art. 126nba Sv) en of deze waarborgen in overeenstemming zijn met de waarborgen die voortvloeien uit art. 8, tweede lid, EVRM. Het EHRM vereist in dit verband dat de toepassingsvoorwaarden van heimelijke surveillance maatregelen voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn geformuleerd en dat een discretionaire toepassingsbeslissing onderhevig is aan toezicht. Dit toezicht omvat mede een beoordeling van de noodzaak voorafgaand aan de bevoegdheidstoepassing. Uit de bevindingen van het onderzoek volgt dat de formulering van de toepassingsvoorwaarden in art. 126nba Sv ruimte laat voor een (te) brede inzetbaarheid. Dit ‘gebrek’ kan in het kader voorafgaande rechterlijke toetsing van de voorgenomen inzet op proportionaliteit en subsidiariteit, in beginsel worden gecompenseerd. In de scriptie wordt betoogd dat de noodzaak voor de inzet van de voorgestelde bevoegdheid onderzoek in een geautomatiseerd werk, mogelijk onvoldoende daadwerkelijk getoetst wordt. Enerzijds is deze conclusie een gevolg van het ontbreken van een duidelijke toetsingsinstructie voor de rechter-commissaris en anderzijds ook een gevolg van het strafvorderlijke systeem van toezicht.
URI: http://hdl.handle.net/1820/8669
Appears in Collections:Master of Law

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
ruijsink.pdf1.28 MBAdobe PDFView/Open


Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.