Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/9162
Title: BPMM selectie criteria
Other Titles: Welke BPMM selectie criteria herkent men in de praktijk?
Keywords: Business Process Management
Business Process Maturity
Business Process Maturity Models
BPMM
capabilities
Maturity
Issue Date: 10-Oct-2017
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: De literatuur studie is gestart met een globale blik op verschillende auteurs over Business Process Management en Maturity Models. Omdat dit onderzoek zich beperkt tot het creëren van een overzicht van criteria voor de keuze van een BPMM en het vinden van criteria dat rekening houdt met situationele aspecten van een organisatie, is specifiek onderzoek gedaan naar deze selectie criteria. Hierbij zijn in eerste instantie 31 wetenschappelijke stukken geselecteerd. Deze zijn globaal doorgenomen, waarna er 20 wetenschappelijke stukken overbleven. Deze 20 stukken zijn intensief doorgenomen en zijn er 10 stukken geselecteerd voor verder onderzoek. De selectie criteria zijn vervolgens uit de wetenschappelijke stukken gedestilleerd en per auteur gecondenseerd. Het betreft is totaal 56 criteria. Daarna is gekeken naar overeenkomsten van deze criteria en daar waar deze aanwezig waren is daar op logische wijze 1 criterium van gemaakt. Zo is er een lijst gereduceerd tot 38 criteria. Om meer overzicht te creëren van de aanwezige criteria en daarmee ook op de ontbrekende, zijn deze criteria geclassificeerd op basis van de Prince 2 methodiek. Een logische keuze, omdat het implementeren van een BPMM ook als project benaderd kan worden. Een project implementatie methodiek is overigens in geen enkele wetenschappelijk stuk te vinden. Er wordt veel uiteengezet in de stukken over het selectieproces, maar weinig over wat er per fase nodig is bij een implementatie van een BPMM. Na classificatie is goed te zien dat alle fases van de Prince 2 methodiek met criteria gevuld zijn. Hieraan is ook te zien dat er meer criteria geplaatst zijn bij de SU en IP fase. Er is dus bij de auteurs minder nagedacht over selectie criteria die horen bij de uitvoering en afronding van een BPMM implementatie. Dit is opvallend en laat zien dat de lijst met criteria dus nog niet volledig is. Om te kijken of er ook criteria zijn waarbij rekening wordt gehouden met situationele aspecten van een organisatie, is het model van Mintzberg toegepast. Mintzberg stelt in “the structuring of organizations”, dat situationele kenmerken belangrijk zijn voor het bepalen van de organisatie structuur. Hij stelt hierbij de volgende situationele factoren vast: leeftijd, technisch systeem, omgeving, machtsverdeling. Als de criteria getoetst worden aan deze situationele factoren, blijkt geen enkele hieraan te voldoen. Er wordt dus bij het opstellen van selectie criteria geen rekening gehouden met situationele aspecten van een organisatie. Uit het praktijkonderzoek is helaas niet te concluderen dat de gevonden selectiecriteria in de praktijk wel of niet herkent worden. De representativiteit van de steekgroep is in dit geval afhankelijk van de homogeniteit of heterogeen van de groep, echter is er maar een respondent bereid gevonden voor het afnemen van de enquête middels een interview en dit leidt helaas niet tot een betrouwbare uitkomst. De uitkomsten zijn ook gekleurd door de respondent zijn voorkeuren en praktijkervaring en kan dus bij andere respondenten leiden tot andere uitkomsten. Echter is het zo dat de respondent een Maturity Model toepast en bij meerdere bedrijven heeft geïmplementeerd en is er is wel vast te stellen welke criteria voor hem in de praktijk bruikbaar, niet bruikbaar of deels bruikbaar zijn geweest. Dat overzicht en onderzoeksresultaten zien er als volgt uit:
URI: http://hdl.handle.net/1820/9162
Appears in Collections:MSc Business Process Management and IT

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
Rommeligh H IM9806 AF BPMIT scriptie.pdf1.43 MBAdobe PDFView/Open


This item is licensed under a Creative Commons License Creative Commons