Open Universiteit

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1820/9556
Title: Snelheid, flexibiliteit en adaptief vermogen kunnen bepalend zijn bij de verwerving van softwarecomponenten
Other Titles: Beslissingscriteria bij de sourcing van softwarecomponenten kunnen bepalend zijn voor de onderhoudbaarheid en uitbreidbaarheid van functionaliteiten gedurende de life cycle.
Authors: van Egmond, Martin
Issue Date: 16-Jan-2018
Publisher: Open Universiteit Nederland
Abstract: Inleiding Tegenwoordig wordt software vaak als een set van softwarecomponenten ontwikkeld. Bij het verwerven van deze softwarecomponenten zijn er een aantal keuzes, variërend van zelf bouwen of aanpassen, tot het laten bouwen of aanschaffen van commercieel beschikbare softwarecomponenten – de zogenaamde COTS (Commercial Of The Shelf) – en het gebruik of de aanpassing van open source softwarecomponenten (OSS). Probleemstelling Het snel en tijdig kunnen wijzigingen of integreren van softwarecomponenten is voor veel softwareorganisaties een kostbaar en langdurig traject. De inrichting van softwareontwikkelomgevingen, architectuur, ontwerp en onderhoudbaarheid kunnen dan bepalend zijn voor de Make-or-Buybeslissing. Onderzoeksvraagstelling Het blijkt dat er weinig wetenschappelijke literatuur beschikbaar is over beslissingscriteria die in de praktijk bijdragen aan de Make-or-Buy-beslissing. Het doel van dit onderzoek is te bereiken dat de huidige kennis van beslissingscriteria voor de Make-or-Buy-beslissing hanteerbaar wordt voor de praktijk. De onderzoeksvraagstelling luidt: ‘Welke beslissingscriteria voor de verwerving van softwarecomponenten die beschikbaar zijn vanuit de literatuur, zijn nog uit te breiden en te operationaliseren in de praktijk?’ Kaderstellend voor dit onderzoek zijn de typen softwarecomponenten: . Het in-house ontwikkelen van softwarecomponenten. . Het gebruik van open source softwarecomponenten. . Het gebruik van closed softwarecomponenten. . Het hergebruik van in-house ontwikkelde softwarecomponenten. . Het kunnen aanpassen van open source softwarecomponenten. . Het laten ontwikkelen van softwarecomponenten.Literatuuronderzoek Een uitgebreide literatuurstudie heeft plaatsgevonden door een onderzoeksteam bestaande uit een viertal Business Process Management & IT-studenten van de Open Universiteit. Zij zijn werkzaam in een softwareorganisatie die zich bezighoudt met softwareontwikkeling waar de Make-or-Buybeslissing een belangrijke factor is. Kusters et al. (2016) heeft een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar beslissingscriteria voor de verwerving van softwarecomponenten, aangevuld met een casestudie. Trienekens et al. (2017) heeft in een vervolgonderzoek primair een casestudie met een semigestructureerd interview uitgevoerd met als vertrekpunt de 34 gevonden beslissingscriteria uit het onderzoek Kusters et al. (2016). Tijdens het literatuuronderzoek heeft een teamlid een systematische literatuurreview gevonden, gericht op het identificeren van beslissingscriteria (Badampudi, Wohlin, & Petersen, 2016). Hiermee is de lijst uitgebreid tot 86 beslissingscriteria. Dit was het vertrekpunt voor het literatuuronderzoek door de teamleden. Elk teamlid behandelde een deelvraag, wat resulteerde in een totaallijst van beslissingscriteria. De totaallijst vormde, na controle op overlap en dubbelingen (classificatie), het theoretisch kader voor het praktijkonderzoek. Praktijkonderzoek Het empirisch onderzoek heeft plaatsgevonden door een casestudie te houden bij een specifieke ITorganisatie van het ministerie van Defensie (Defensie). Respondenten die medebepalend zijn voor de Make-or-Buy-beslissing, zijn door middel van interviews bevraagd over de juiste definitie en de belangrijkheid van een beslissingscriterium. Hierbij is gebruikgemaakt van zowel ongestructureerde als semigestructureerde interviews. Het doel van de ongestructureerde interviews was te achterhalen of er nieuwe beslissingscriteria te vinden zijn in de onderzoeksorganisatie. Het doel van de semigestructureerd interviews was het valideren van de hypothese. Praktijkonderzoek wijst uit dat voor een aantal beslissingscriteria geen verdieping mogelijk was. Eindresultaat Het resultaat van dit onderzoek is toepasbaar voor softwareorganisaties met een lange tijdhorizon die veel softwarecomponenten zelf maken en integreren. In dit onderzoek is alleen gekeken naar het primaire proces en niet naar de secundaire, ondersteunende bedrijfsprocessen. Om het resultaat toepasbaar te maken voor de praktijk, het zogenaamde generaliseren, zullen de onderzoeksresultaten van de teamleden gebundeld dienen te worden. Dit leidt tot een nieuw onderzoek.
URI: http://hdl.handle.net/1820/9556
Appears in Collections:MSc Business Process Management and IT

Files in This Item:
File Description SizeFormat 
Thesis Egmond van M.pdf2.57 MBAdobe PDFView/Open


This item is licensed under a Creative Commons License Creative Commons